Aanpak probleemlanden werkt averechts uit

Portugal voert opgelegde saneringen stipt uit, maar de economie verbetert niet en de politieke steun ebt weg. Deugt de aanpak van Brussel wel?

De ministers van Financiën van de zeventien eurolanden spreken elkaar vanavond in Brussel. Het is waarschijnlijk hun laatste vergadering voor de zomervakantie.

Griekenland zorgt als altijd voor problemen, en Portugal ook een beetje. Dat is waarschijnlijk níét voor het laatst. Steeds meer betrokkenen zeggen dat de trojka (Europese Commissie, Internationaal Monetair Fonds en Europese Centrale Bank) dit had kunnen voorkomen als zij de ‘programmalanden’ anders had aangepakt.

Eind juli moet Griekenland een grote tranche leningen van eurolanden en het IMF ontvangen: 8,1 miljard euro. Een deel, 2,2 miljard, heeft Athene nodig om eerdere leningen af te betalen. De rest moet het land, dat in een recessie zit en door investeerders wordt gemeden, draaiend houden.

Het probleem is dat Griekenland de tranche alleen kan krijgen als de trojka vindt dat het zijn huiswerk heeft gedaan. Vanavond zou de trojka een rapport klaar moeten hebben, waarin zij verklaart dat Athene alle beloofde bezuinigingen en hervormingen voor deze tranche heeft doorgevoerd.

Dat rapport is niet af. De Grieken talmen. Dit weekend onderhandelden ze nog over hoeveel politieagenten er wanneer moeten afvloeien. Die aantallen en data had de trojka allang vastgelegd, maar de nieuwe minister van administratieve hervormingen slaagde er niet in dit op tijd uit te voeren. Ander twistpunt was de vraag of het btw-tarief wel of niet omlaag kan.

Ook Portugal zorgde afgelopen dagen voor spanning. Anders dan Griekenland gaat dit land nooit op de vuist met de trojka. Als er één land is dat braaf alle medicijnen slikt die het krijgt toegediend, is het Portugal. Alleen, die medicijnen werken niet goed. Steeds als Lissabon alle doelstellingen heeft gehaald en nieuwe leningen krijgt, zouden de staatsschuld en de werkloosheidscijfers moeten dalen. Dat gebeurt niet. Integendeel.

Een deel van het probleem is dat die trojkacalculaties zijn gebaseerd op een bepaalde dosis groei in de toekomst, investeringen, enzovoort. De recessie doorkruist dit. Het internationale klimaat werkt tegen. Het doel waarop de Portugezen mikken, verschuift steeds. Velen zeggen: we doen wat ons is opgelegd, maar krijgen er niets voor terug.

De minister van Financiën, Vitor Gaspar, wilde daarom zijn hervormingen versnellen en verdiepen. Maar dit stuitte op zo veel weerstand binnen de regering, dat Gaspard vorige week aftrad. Uiteindelijk wist premier Passos Coelho de coalitie overeind te houden. De vraag is niet zozeer wat dit voor de geplande hervormingen betekent – iedereen neemt aan dat de trojka enige flexibiliteit zal tonen, omdat ze geen reden heeft een regering te wantrouwen die tot nog toe loyaal en gehoorzaam was. De vraag is eerder hoe Portugal, dat voorjaar 2014 zijn laatste tranche krijgt, daarna in vredesnaam op eigen benen kan staan. „In 2014 krijgen we een probleem”, zegt een Europese functionaris.

Het is één ding om de Grieken te bekritiseren, die altijd alles willen heronderhandelen en vaak pas in beweging komen als de deadline al bijna gepasseerd is. Maar nu het braafste jongetje van de klas óók problemen heeft – en zelfs Ierland, het ándere brave jongetje, ook moeite krijgt met de exit uit het programma –, is er binnen de groep crediteuren en de trojka een soort soul searching op gang gekomen. Hamvraag: hebben we het verkeerd aangepakt?

Rondom de trojka realiseren velen zich dat de programmalanden iets gemeen hebben – van de opstandige Grieken die overal tegen protesteren, tot de Portugezen en Ieren die vooral zichzelf de schuld geven van alle misère. En dat is dat alle landen zijn begonnen met keihard bezuinigen, en structurele hervormingen tot het laatst hebben bewaard. Eerst gingen salarissen omlaag, werden overheidsuitgaven gereduceerd.

Het idee was dat de pijn evenredig over alle burgers gespreid zou worden. Regeringen zouden zo niet een bepaalde hoek van de samenleving tegen zich in het harnas jagen, en politieke ruimte houden om dan écht moeilijke dingen te doen: het pensioenstelsel of gezondheidszorg op de schop nemen.

Veel betrokkenen zeggen nu: we hadden dit andersom moeten doen. Alles zit tegen. Juist nu regeringen de moeilijkste stappen moeten zetten, is de politieke ruimte om dit te doen tot nul geslonken. Toch moet het gebeuren. Landen worden competitief door hervormingen en innovatie, niet door bezuinigingen.

Vanavond strijken de ministers de rimpeltjes wel weer glad. Maar kunnen ze de laatste, taaie horde nog wel nemen? Dit is het echte probleem. Zonder politiek draagvlak komen ze de zomer wel door. Maar komend najaar en winter, denken velen, kunnen de politici het weleens bijzonder zwaar krijgen.