Uitbundige geloofsstrijd op duizenden stukjes leer

Rond het jaar nul was Israël het toneel van politieke intriges, militaire veroveringen en volksopstanden. En er woedde een felle richtingenstrijd binnen het jodendom. Daaraan danken we de befaamde Dode Zeerollen.

Buiten heerst de hitte van de Woestijn van Juda. In de grot is het koel. Er klinkt gepiep. Vleermuizen. Erg diep is de grot niet, een meter of acht misschien. Tot bij de ingang van de grot hangt de zurige geur van vleermuispoep. Het is dezelfde geur die nog jaren hing aan fragmenten van de Dode Zeerollen, die in deze en andere grotten in de buurt waren gevonden. Wie nu foto’s uit de jaren vijftig ziet, van dat eerste onderzoek van deze oude joodse manuscripten, huivert. Fel zonlicht valt er door hoge ramen op tafels waar mannen in hemdsmouwen rokend en etend de uitgestalde fragmenten bekijken. De vurige wens te begrijpen wat er op de tienduizenden fragmenten stond, was groter dan het verlangen naar zorgvuldige conservatie.

Tweeduizend jaar lang lagen de in totaal ongeveer 1.000 oude manuscripten (verdeeld over 20.000 tot 30.000 fragmenten) in donkere grotten langs de Dode Zee. De meeste waren verborgen uit angst voor de komst van de Romeinse legioenen, tijdens de Eerste Joodse Opstand, in de jaren 66 tot 74 na Chr. Uit C14-dateringen en stijlkenmerken blijkt dat geen manuscript later is geschreven dan 50 na Chr., de oudste zijn van 200 voor Chr.

En nu liggen ze zwaarder bewaakt dan ooit in donkere kluizen van de Israel Antiquities Authority (IAA) op het terrein van het Israel Museum in Jeruzalem. Ze gelden als de grootste archeologische schat van Israël, ook al omdat er 200 manuscripten van bijbelboeken bij zitten, de oudste ter wereld. Conservatoren laten er misprijzend de plakbandjes zien waarmee de fragmenten in de jaren vijftig aan elkaar geplakt zijn. Nu liggen de breekbare stukjes leer zorgvuldig tussen vliegengaas, in speciale klimaatbewaakte dozen. Maximaal mogen ze nu 15.000 lux-uren per vijf jaar ondergaan: ongeveer dertig uur op een bureau in een normaal verlicht kantoor.

Wel krijgen alle fragmenten een kort lichtbad in 12 verschillende lichtfrequenties: het IAA-laboratorium is met een enorm project bezig om de fragmenten met moderne NASA-technologie in beeld te brengen. Door de opnames van verschillende frequenties op elkaar te leggen, komen soms voorheen onzichtbare letters weer in beeld. Iedereen kan meekijken op www.deadseascrolls.org.il.

Bedoeïenen

Op de vleermuizen na is de grot nu leeg. Net als de andere grotten is hij zorgvuldig uitgekamd door archeologen en bedoeïenen die tussen 1946 en 1956 een soort wedstrijd hielden wie in dit gebied de meeste beschreven snippers leer kon vinden. Daarna is vrijwel niets meer gevonden. De christelijke familie Kando uit Bethlehem, afstammelingen van de handelaar die 60 jaar geleden bemiddelde tussen bedoeïenen en archeologen, zou fragmenten in een kluis in Zwitserland hebben liggen. Nu en dan kopen christelijke universiteiten in Amerika zo’n fragmentje, volgens de geruchten voor ongeveer een paar honderdduizend dollar per stuk.

Alle fragmenten worden de ‘Dode Zeerollen’ genoemd, maar er zijn slechts 12 ‘echte’ Dode Zeerollen. De langste is 8 meter lang, 30 cm hoog: de Tempelrol. Alle manuscripten – de meesten in Hebreeuws op leer geschreven, een enkele keer in het Aramees, een enkele keer op papyrus – zijn zwaar beschadigd. In vertalingen en uitgaven wemelt het daarom van puntjes en vierkante haken: ‘hier zat een gat’.

Wij zitten in grot 11, een paar kilometer van Qumran. Het is de ‘Nederlandse grot’ omdat begin jaren zestig de Nederlandse overheid een miljoen gulden betaalde voor het recht om een aantal daarin gevonden teksten uit te geven. Daarom bestaat er nog altijd een Qumran Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hier is ook de acht meter lange Tempelrol, waarvan het bovenste deel vrijwel geheel was vergaan. De ontbrekende fragmenten konden worden gereconstrueerd met andere fragmenten van dezelfde tekst. De tekst is geschreven als een openbaring van God, een nieuw Deuteronomium: vol wetten voor het volk Israël. Het is wel ‘een herschrijving van de Thora’ (de eerste vijf bijbelboeken) genoemd. Zoals het bijbelboek Kronieken een hervertelling is van de boeken van Samuel, had de Tempelrol ook in de definitieve boekeninhoud van de Hebreeuwse Bijbel terecht kunnen komen, zoals die in de loop van de tweede en derde eeuw tot stand is gekomen. In de teksten van de Dode Zeerollen wordt de Tempelrol in ieder geval nog behandeld als een heilige tekst. Het gaat over de juiste rituelen in de tempel, maar ook over de juiste wijze om een huis te bouwen (met een borstwering op het dak zodat niemand er af valt). In deze grot 11 lag ook de Targum van Job, een navertelling van en commentaar op het bijbelboek Job, waarvan slechts een bizar fragment van een meter bij zes centimeter over is.

We zijn hier dankzij een persexcursie van het Drents Museum in Assen. Vanaf aanstaande dinsdag is daar een grote tentoonstelling over de Dode Zeerollen te zien. Voor het eerst in decennia zijn dan in Europa weer originele fragmenten te bezichtigen. Het viel niet mee om de Israëlische IAA te vermurwen, vertelt Harry Tupan, adjunct-directeur van het Drents Museum. Vele malen ging hij praten in Jeruzalem en Tel Aviv. De doorbraak kwam in september 2011, toen Nederland blanco stemde in de zaak van het VN-lidmaatschap van Palestina. “Toen wilden ze Nederland wel deze tentoonstelling gunnen.” Dode Zeerollen als politiek drukmiddel.

Een andere hobbel was de letter of safe conduct (een soort diplomatieke immuniteit) die Nederland aan de Dode Zee-fragmenten moest verlenen. Toen de rollen werden gevonden was dit nog Jordaans gebied. Toen werd het bezet gebied en nu valt het formeel onder Palestijnse Autoriteit. Van wie zijn die manuscripten eigenlijk? De letter of safe conduct moet voorkomen dat Jordanië de reizende fragmenten opeist bij de Nederlandse rechter.

Het museum en de gastconservator Mladen Popovic (1977), hoogleraar ‘Oude Testament en Vroeg Jodendom’ te Groningen en directeur van het Qumran Instituut, willen in Assen veel meer dan alleen oude tekstfragmenten laten zien. Popovic wil in Assen een bijna compleet portret schetsen van de woeste eeuwen waarin de Dode Zeerollen ontstonden. “Toen de vondsten gedaan werden, wilde iedereen weten of er iets in stond over het christendom”, doceert de jonge hoogleraar voor de ingang van de grot. “Na de voorlopige complete publicatie begin jaren negentig bleek dat niet zo te zijn: niks over Jezus. Wél werd duidelijk dat het christendom echt niet de enige joodse sekte was die het onmiddellijk einde der tijden verwachtte. En verlangde naar spirituele bevrijding. Deze collectie teksten is een tijdcapsule: een complete bibliotheek kunnen we uitpluizen. We krijgen direct zicht op het joodse leven uit die tijd.” Het Nieuwe Testament is geen geïsoleerde tekst meer, het christendom is minder uniek geworden.

Popovic promoveerde zelf op een studie naar de astrologische en magische teksten, die óók in de grotten lagen. Ze bleken sterk verwant met allerlei Babylonische teksten. Zo erg geïsoleerd of sektarisch was de joodse cultuur toen dus ook niet.

Polemieken

Zo’n 200 van de in totaal 1.000 teksten zijn Bijbelteksten. Een iets kleiner deel is duidelijk het werk van een of andere joodse sekte: leefregels, polemieken met de tempelpriesters. Veel van die sektarische teksten zijn geschreven in typerende schrijfstijl en spelling, door de Nederlands-Israëlische geleerde Emanuel Tov de ‘Qumranschrijfstijl’ genoemd. Waarschijnlijk werden die teksten in de nederzetting Qumran geschreven, vlakbij de grotten.

“De sekte had zeker vertakkingen op andere plaatsen, we hebben allerlei verschillende regels. Volgens het ene fragment mogen er geen vrouwen binnen, volgens andere wel”, vervolgt Popovic onverstoorbaar zijn college, te midden van journalisten en vleermuispoep. “Ook straffen van overtredingen zijn verschillend. En het zijn gelijktijdige fragmenten, dit is geen chronologische ontwikkeling. Er bestonden verschillende groepen met eigen varianten. Op de vlucht voor Romeinse legioenen kwamen al die verschillende groepen hier hun teksten verstoppen.” De rest bestond uit algemene religieuze teksten: sabbatsliederen, onbekende psalmen, uitleggingen en vertalingen in het Aramees van Bijbelteksten. “We zien hier dus de bibliotheken van joodse intellectuelen, allemaal religieus van aard, zeker, maar dus niet alleen sektarisch.”

Misschien waren die intellectuelen vooral Essenen, die dan hun hoofdkwartier in Qumran zouden hebben. De joodse generaal en historicus Flavius Josephus (37-100) onderscheidt in zijn beschrijvingen van het jodendom van de eerste eeuw vier groepen: de Sadduceeën (tempelpriesters), de Farizeeërs (volkse, wetsgetrouwe leken), de Zeloten (die streefden naar joodse onafhankelijkheid) én de Essenen (monnikachtige figuren met mystieke ideeën). “Dat is ook maar een naam”, zegt Popovic. “Wat we vooral moeten doen is bekijken wat voor leven beschreven wordt in deze oude teksten. En wat opvalt, is de enorme drang naar zuivering: veel rituele wassingen in speciale baden. Maar inderdaad, dat wordt ook toegeschreven aan de Essenen.”

Opstand en oorlog

Woeste tijden waren het waarin deze teksten werden geschreven. Niet alleen ontstond het christendom, het is ook de tijd van joodse opstanden. Eerst was er de geslaagde ‘Makkabese’ opstand, tegen hellenistische heersers over Judea, in 167 voor Chr. Dat succes leidde tot een honderd jaar durende onafhankelijkheid, in het ‘Hasmonese’ koninkrijk met Jeruzalem als hoofdstad. Dit is het enige moment tussen de verwoesting van de Eerste Tempel door de Babyloniërs in 586 voor Chr. en de stichting van de staat Israël in 1948 dat de joden een eigen staat hadden. Die Hasmonese koningen riepen zichzelf ook uit tot Hogepriester, waardoor ze ook de Tempel in Jeruzalem bestuurden, het onbetwiste centrum van de joodse religie.

In 63 voor Chr. werd dit rijkje een vazalstaat van Rome, na een burgeroorlog. Daarin steunde de grote veldheer Pompeius een van de troonpretendenten, en de legioenen veroverden op bloedige wijze Jeruzalem.

De Romeinse vazalkoning Herodes de Grote, die regeerde van 37 tot 4 voor Chr., bouwde vervolgens de Tempel uit tot een van de meest indrukwekkende bouwwerken van de oudheid. Dat werk zou niet lang bestaan. In 66 brak een opstand tegen de Romeinen uit. Bij de Romeinse herovering van Jeruzalem in 70 werd de Tempel verwoest.

In 132 kwam een nieuwe generatie joden wéér in opstand tegen de legioenen van Rome, onder leiding van de tot messias uitgeroepen Bar Kochba, maar in 135 wonnen toch weer de Romeinen. Jeruzalem werd volledig verwoest. De diaspora, de verspreiding van de joden over de wereld, werd definitief. Van de grote variëteit van joodse sekten en stromingen was alleen het rabbijnse jodendom overgebleven, voortgekomen uit de voormalige Farizeeërs. Niet alleen het christendom ontstond toen, ook het jodendom zoals we dat nu kennen. Pas toen werd de samenstelling van de Hebreeuwse bijbel definitief.

Bij al die gebeurtenissen is in het Drents Museum een passend voorwerp te zien. Zoals een rieten mandje uit een grot 20 km van Qumran. “In dat mandje zaten schedels van joden die tijdens de Bar Kochba-opstand naar deze grotten waren gevlucht en daar omkwamen”, vertelt Popovic geroerd. “Verschrikkelijk toch? Zo hebben joden die later de lichamen vonden, geprobeerd hun nog een beetje een begrafenis te geven.” Ook een Romeinse helm, joodse munten uit het opstandsjaar 70, een tafel uit Qumran, een tekstfragment uit Massada, waar in 74 de laatste slag werd geleverd. “Ook aan al die gebeurtenissen wordt aandacht besteed in de tentoonstelling”, vertelt Popovic.

Er veranderde in deze tijd heel veel in het jodendom. Vanaf ongeveer de derde eeuw voor Chr. werd er steeds meer nagedacht over een leven ná de dood. Voordien was de joodse godsdienst vooral een ‘gewone’ tempelreligie, die draaide om de juiste offers op het juiste moment. Langzaam raakte ook het idee van de nabije eindtijd wijd verspreid. Bij dat Einde der Tijden zou God, via zijn gezondene de Messias, alles op aarde weer rechtzetten, als in een tweede schepping. De gedachte aan wederopstanding na de dood verscheen, vooral bij de Essenen en Farizeeën.

En een diep besef van onreinheid door zonde werd algemener. Een paar dagen na het bezoek aan Grot 11 lopen en kruipen we door de wirwar van oude tunnels dat langs de Tempelberg loopt, vaak dwars door oude kelders van huizen uit de tijd van Herodes. En opvallend vaak stuiten we op rituele baden. Of op waterreservoirs die mede voor die baden bedoeld zijn. Ook is er uit deze tijd heel veel stenen serviesgoed over, omdat volgens de joodse reinheidswetgeving aan steen geen ‘onreinheid’ kon blijven kleven en aan aardewerk wel.

Waarom zoveel baden en serviesgoed? De Israëlische archeoloog Eli Shukron die ons rondleidt heeft een simpele verklaring: “De oude reinheidsregels die voorheen alleen golden voor tempelpriesters worden nu door alle vrome gelovigen gevolgd. En dan heb je veel meer baden en steengoed nodig.”

Reinheidsregels

Vanwaar deze grote religieuze opleving, die uiteindelijk door de Romeinen in bloed is gesmoord en die ons het christendom én het huidige jodendom heeft opgeleverd? “Dat moet je aan Albert Baumgarten vragen”, zegt Popovic. “Die schreef daar vijftien jaar geleden al een belangrijk boek over: The Flourishing of Jewish Sects in the Maccabean Era.”

Toevallig was Baumgarten, emeritus hoogleraar in joodse geschiedenis aan de Israëlische Bar-Ilan Universiteit, vorige maand in Groningen, op uitnodiging van Popovic. Een vriendelijke, scherpe oude heer, met een keppeltje. Een kans om te vragen: hoe zit dat met die joodse religieuze bloei? Baumgarten gaat er voor zitten: “Die golf ging toen hoog, ja. Waarom zoveel sekten? Al die groepen wilden zich onderscheiden van anderen. Binnen het jodendom ontstonden groepen die zich afzetten tegen ándere joden. Die grenzen worden op verschillende niveaus getrokken: wil je met hen eten? Trouwen? Bidden? Zaken doen? Dat laatste gaat altijd wel, de strengste grens is het samen eten. De Farizeeërs waren het minst streng. Die wilden best samen met Jezus eten. Bij de Essenen maakte je geen kans.”

Baumgarten ging kijken naar vergelijkbare ontwikkelingen. “Je ziet precies hetzelfde proces bij protestanten in het zeventiende-eeuwse Engeland, zoveel religieuze creativiteit, zoveel sektarisme. Love God with all your heart and hate your neighbour with all your soul is daarover wel gezegd. Je ziet het nu ook in de islam. Mijn verklaring: het komt door een nieuwe geleerde klasse die toegang wil tot de macht maar niet welkom is. Die gaat dus de interpretatie van het geloof dat de heersende klasse aanhangt aanvallen. Dat is de snelste en meeste directe uitdaging. In deze tijd wordt dat mogelijk door het Hasmonese koninkrijk. Pas toen kon je op die manier de macht uitdagen. Als je daarvoor geprotesteerd had tegen de hogepriesters die namens de Perzische koning of Alexander de Grote en zijn opvolgers het land bestuurden, werd je gewoon een kopje kleiner gemaakt. Die waren echt niet geïnteresseerd in joodse haarkloverijen. Maar de Hasmoneërs waren ook joden. In de Romeinse tijd bleef dat voortbestaan, aangejaagd door de haat tegen Romeinen. En inderdaad, uiteindelijk maakten die de opstandelingen een kopje kleiner.”

De tentoonstelling ‘De Dode Zee Rollen’ is van 9 juli tot 5 januari 2014 te zien in het Drents Museum, Brink 1, Assen. Entree voor volwassenen €15. Tot 18 jaar: gratis.