tienertoer

De eerste keer alleen op vakantie. Schrijfster Nelleke Noordervliet fietste op haar veertiende langs katholieke jeugdherbergen.

1960

„Ik was veertien en ik maakte met mijn vriendinnen Trees en Margot en haar zus Marijke een fietstocht langs katholieke jeugdherbergen voor meisjes. Het moet in de zomer van 1960 zijn geweest. We legden flinke afstanden af: vijftig, zestig kilometer per dag. Van Hilvarenbeek naar Well in Limburg, van daar naar Arnhem, Utrecht, Bakkum en weer terug naar Rotterdam. We reden op oude fietsen. Ik op een fiets die mijn vader zelf had gemaakt van een oud frame. Geen versnellingen. Pakje brood mee onderweg.

„’s Nachts sliepen we in jeugdherbergen in slaapzalen met stapelbedden. Zo’n jeugdherberg werd geleid door een ‘vader’ en een ‘moeder’. Je had er zo’n trog waar je je aan waste en er was corvee: piepers jassen en groente schoonmaken. We gingen vroeg naar bed, om negen uur, half tien lagen we er in. Er was geen tv, maar wel een sjoelbak en een pingpongtafel. ’s Morgens kreeg je voor je ontbijt van dat slappe brood met hagelslag.

„Nederland zag er toen heel anders uit. Je had nog niet zoveel snelwegen, je had gewoon verbindingen tussen steden en dorpen. Het leek een onschuldige wereld. En wij waren brave meisjes, we zaten op een meisjesschool. Op de een of andere manier bleef je toen lang in een soort kindertijd. Toch lieten mijn ouders me los in de wereld. Ze zeiden wel: doe voorzichtig, maar ze benoemden de risico’s nooit. Meisjes van nu zijn getraind op gevaren, wij waren dat absoluut niet.

„Het was een heerlijke vakantie. We deden spelletjes, we kletsten met meisjes die we in de jeugdherbergen ontmoetten, we aten kersen in de Betuwe, we liepen rond in een stadje en aten dan een zak patat. Het was gewoon Nederlands zomerweer en als het regende deden we een plastic hoes aan.

„Er waren geen jongens. Die licht erotische spanning die in gemengde gezelschappen hangt, die was er niet. Seksuele gevoelens, we wisten niet wat het was. Drinken deden we ook al niet. Daar was trouwens geen geld voor.

„Ik was een onhandige buitenbeen, verlegen, omdat ik langer was dan de anderen. Ik had altijd het gevoel dat ik er maar een beetje bij hing, dat ik met grapjes mijn plaats moest veroveren. Kijk maar naar de foto, daar trek ik natuurlijk weer een raar gezicht.

„Het jaar daarop gingen we langs jeugdherbergen waar ook jongens waren. En toen ik zeventien was, mocht ik mee met een georganiseerde jeugdreis naar Italië. Daar waren dancings, en Italiaanse jongens. Toen begon het mij te dagen dat je daar wat mee moest. Maar toen, tijdens die fietstocht in de zomer van 1960 waren we compleet onschuldig. We praatten wel over jongens, maar dat waren romantische fantasieën over prinsen op witte paarden. We dachten helemaal niet na over wat we van het leven wilden. Wat we wilden worden. Die vrijheid was er niet. Onze bestemming was het huwelijk.”

2013

„Tegenwoordig is vakantie voor mij de verplaatsing van mijn werk naar een andere omgeving. Ik ga een maand in mijn huis in de Franse Alpen zitten. Maar het zou net zo goed Landal Greenparks in Limburg kunnen zijn. Ik vind het heerlijk om buiten te wandelen. In september ga ik een week naar Venetië voor de Biënnale. Ik houd er van om iets te doen, twee weken op het strand, daar moet ik niets van hebben.

„Ik maak geen fietstochten meer, maar als het om fietsen gaat: ik kijk wel altijd naar de Tour de France. Dit jaar komt de Tour bij ons langs. Ik ga zeker langs de kant staan, al weet ik dat er eigenlijk niets te zien valt. Eerst is er een eindeloze karavaan en dan schieten die fietsers in een flits voorbij. Ik ben heel benieuwd welke apotheek dit jaar gaat winnen.”