Ploeteren in de polder

24 miljard euro bezuinigen in de langste naoorlogse recessie. De bewindspersonen die dit op zich nemen bepalen het succes van het kabinet-Rutte II. Hoe doen ze het eigenlijk? Een tussenstand.

Gemeten naar de eigen ambitie gaat het niet goed met het kabinet Rutte II. De coalitie van VVD en PvdA wilde voor het einde van dit jaar alle 16 miljard euro aan bezuinigingswetgeving aan de Tweede én de Eerste Kamer voorleggen. De kans dat dit gebeurt is na acht maanden ploeteren in de polder gereduceerd tot nul. Op de laatste voortgangslijst van de 32 betreffende wetsvoorstellen staat verontrustend vaak „interne voorbereiding”. Dat betekent dat ambtenaren op het ministerie nog aan de wetstekst werken.

Onwillige oppositiepartijen, werkgevers- en werknemerslobby’s, een krimpende economie en onhandigheden van bewindspersonen halen kracht en snelheid uit de voorgenomen bezuinigingen.

Maar draai het om: ondanks de recessie, de politieke polarisatie en de grote ideologische verschillen tussen coalitiepartners VVD en PvdA verzamelt het kabinet langzaam steun voor hervormingen waar al decennia taboes op rustten, ook bij de eigen achterbaan. De hypotheekrenteaftrek is sterk beperkt, vakbonden gaan akkoord met een versobering van de WW en de langdurige zorg. Stijgende ziekenhuiskosten worden voor het eerst in jaren iets beteugeld.

De slechte pers waarmee al deze grote stappen gepaard gaan kent een aantal verklaringen: het steeds betrekken van sociale partners en oppositiepartijen bij de besluitvorming leidt tot een rommelig proces en het afzwakken van de oorspronkelijke plannen uit het regeerakkoord. Elke keer met dezelfde conclusie: de bewindspersoon is zwak en het kabinet lijdt een nederlaag.

Een andere oorzaak van het ongenoegen is de manier waarop het kabinet omgaat met financiële tegenvallers. In de acht maanden dat Rutte II bestaat heeft het al twee bezuinigingspakketten gepresenteerd, nu is er een derde van 6 miljard in de maak. Tot de rust en zekerheid waar iedereen naar snakt leidt het niet.

Volgende week hebben de ministers hun laatste vergadering. Daarna gaan velen direct op zoek naar rust. Om na de zomer verder te ploeteren.

Met medewerking van Bart Funnekotter, Annemarie Kas, Tom-Jan Meeus, Thijs Niemantsverdriet, Derk Stokmans, Oscar Vermeer, Erik van der Walle en Jeroen Wester