Paspoort voor Istrië

Kroatië is sinds deze week lid van de EU. Op schiereiland Istrië waant Ivo Weyel zich in een kalenderfoto.

Wie zich niet meteen een beeld kan vormen bij Kroatië hoeft zich niet te schamen. In het inflight magazine van de nationale luchtvaartmaatschappij Croatia Airlines staat een lijvig artikel over Den Haag, met prachtige foto’s van de Amsterdamse Dam en het IJ, de fietsenstalling bij het Centraal Station en een rij fraaie grachtenhuizen aan de Amsterdamse grachten. ‘Den Haag nepoznati’ luidt de kop: het onbekende Den Haag.

Wie een beetje een beeld heeft van Kroatië associeert het misschien met onze nationale troetel-Kroaat Tatjana Simic. Of met prins Harry, die geheel gekleed een duik neemt in het schuimbad van een plaatselijke nachtclub, Beyoncé die haar zwangere buik showt in bikini of Gwyneth Paltrow die aan de arm van modeontwerper Valentino aan het shoppen is. Dat speelde zich allemaal af op het eiland Hvar, de meest toeristische en mondaine plek van het land.

Maar dit stuk gaat over Istrië, het driehoekige schiereiland dat een stuk noordelijker ligt aan de Adriatische Zee. Hier is het veel rustiger en groener, met eeuwenoude pittoreske havenstadjes, eindeloze (kiezel)stranden, glooiende heuvels begroeid met olijfbomen en eiken, waar ondergronds tussen de boomwortels truffels groeien – het zwarte goud, dat hier zowat in elk restaurant ruimhartig wordt verwerkt.

Kroatië is afgelopen week, op 1 juli, lid geworden van de EU. Het paspoort moet nog wel mee, omdat de buitengrenzen nog niet voldoen aan de eisen die het akkoord van Schengen stelt om het vrije verkeer van mensen en goederen toe te staan. Ook de euro zit nog even in de wachtkamer. Maar verder, zou je denken, wordt de toetreding uitbundig gevierd in het land.

Niet dus. Wie je er ook naar vraagt, het antwoord is gesteun en gezucht. Hadden we maar nooit voor gestemd. Waren we er maar nooit aan begonnen. Men is bang voor de talloze Europese regels, de belastingen, de drie procentsnorm. Toch is vooral Istrië – door zijn strategische ligging – al eeuwenlang gewend aan buitenlandse inmenging dan wel overheersing: Fenicië, Griekenland, Rome, Venetië, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland (dat Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog met wel heel erg open armen verwelkomde), ze hebben het land allemaal bezet. Overigens wel met achterlating van een schat aan cultureel erfgoed. Vooral de Venetianen hebben hun stempel gezet, in de vorm van kerken, mozaïeken en paleizen. En met een klokkentoren die een bijna exacte kopie is van de Campanile op het San Marco-plein. De meeste mensen zijn hier tweetalig (Italiaans/Kroatisch), net als alle namen, menukaarten en (straat)borden.

Zo heet Rovinj ook Rovingo. Het is de naam van het kleine, idyllische kustplaatsje dat een goede uitvalsbasis is voor een verblijf in de regio. Het is zelfs zo pittoresk en romantisch dat het bijna een te groot cliché is; het haventje met de witte bootjes, de eeuwenoude pastelkleurige huizen (in de tinten Venetiaans rood en Habsburgs oker), de kronkelige steegjes, de terrassen van de restaurantjes die in de rotskust zijn uitgehouwen en er bij zonsondergang uitzien als een gefotoshopte kalenderplaat. Hier eet je het vlees van het plaatselijke Boskari-rund, een immens wit gevaarte met vervaarlijke horens, zo uniek dat UNESCO deze soort op de Werelderfgoedlijst plaatste.

Ze zijn hier ook dol op mythen en sagen, zoals die van de heilige Euphemia, een martelares die in Constantinopel voor de leeuwen werd geworpen maar door gods interventie niet appetijtelijk werd bevonden door de hongerige beesten, en die hier aanspoelde in een loodzware marmeren sarcofaag (waar ze uiteindelijk aan stierf wordt niet vermeld, noch hoe marmer kan drijven). Een klein jongetje vond de sarcofaag, kreeg plotsklaps goddelijke kracht en droeg het gevaarte naar de kerk bovenop de heuvel, waar het zich nu nog steeds bevindt. Een keer per jaar wordt de kist geopend en wordt Euphemia – miraculeus jeugdig gebleven – vereerd en vooral betast. Want dat brengt geluk.

Cadillac Eldorado

Niet lacherig doen over dit soort zaken in Istrië. Men neemt de legendes serieus. Net als de politieke geschiedenis van het land. De Tweede Wereldoorlog, de onafhankelijkheidsoorlog uit de jaren negentig en de voormalige Joegoslavische leider Tito leiden tot vurige discussies. De Sloveens-Kroatische Tito (1892-1980) lijkt een revival te beleven, na jarenlang te zijn verguisd. Er worden weer pleinen naar hem genoemd en borstbeelden neergezet (wat weer heftige reacties teweegbrengt), en zijn buitengoed op het eiland Brijuni kan bezocht worden. Zelfs de schitterende, smaragdgroene Cadillac Eldorado die hij in 1950 van de Amerikaanse president Eisenhower cadeau kreeg, kan worden gehuurd om gezellig in rond te karren. (Kost wel 700 euro per uur; alleen een foto nemen kost 10 euro). Tito, zelf aan het stuur, reed hier zijn illustere gasten in rond, onder wie Elizabeth Taylor, Sophia Loren en Gina Lollobrigida. Zij kwamen hierheen om het beroemde jaarlijkse filmfestival bij te wonen in Pula, dat deze maand voor de zestigste keer plaatsvindt. Opmerkelijk is dat op de officiële site van zijn voormalige landgoed (brijuni.hr) Tito’s naam nergens wordt genoemd. Men rept over ‘a presidential residency’. Het is blijkbaar allemaal nog te controversieel.

Pula had – naast de jaarlijkse lading filmsterren – nog een illustere bezoeker: James Joyce. Hij verbleef hier in 1904 enkele maanden om als leraar Engels wat bij te verdienen. Hij was toen nog jong en verre van beroemd. Een groot standbeeld is te zijner ere opgericht. Maar zou dan niemand zijn latere geschriften hebben gelezen? Hij verveelde zich hier stierlijk en beschreef de stad en de streek als „een soort Siberië aan het water, a back-of-Godspeed place, een dodelijk saaie streek, bewoond door domme Slaven die grote schorten dragen en kleine rode mutsen en waar niemand elkaar verstaat omdat er honderden rassen zijn en duizenden talen worden gesproken”.

Ik heb me er geenszins verveeld. Ik heb er opmerkelijk goed gegeten (nergens wordt zoveel truffel geschaafd) en ik heb geslapen in een van de mooiste designhotels die ik ken. Ik heb er in de zon gelegen, cultuur gesnoven, gezwommen, hard gefietst en keihard geluierd. Nu alleen nog een vliegmaatschappij die direct op Istrië vliegt (alles moet nu nog via Zagreb) en een open Schengen-grens voor rap doorlopen. En laat die euro voorlopig maar zitten. Daar wordt alles alleen maar duurder van.