Pas op: relativerend artikel over onveiligheid

Dit kabinet heeft een mateloos geloof in het nut van meer en harder strafrecht. Althans, dat schreef ik onlangs misprijzend over de twee VVD-bewindslieden op Justitie en Veiligheid. Strafrecht, ooit het uiterste middel van de overheid, wordt voor van alles en nog wat gebruikt. Haren trekken op het schoolplein? Taakstraf. Illegaal in Nederland? Ook dat wordt strafbaar. Er komt meer cameratoezicht, er verschijnen drones in het luchtruim – op je laptop wil justitie ongezien spyware plaatsen. De vrijheid van de rechter is ingeperkt met verplichte minimumstraffen. Justitie mag intussen vrijgesproken verdachten nog een keer vervolgen, bij nieuw bewijs. De repressieve overheid dringt op. Zo voelt het.

Vorige week kwamen er twee interessante stukken uit waarin de rol van het strafrecht werd geanalyseerd. Teeven en Opstelten stuurden de Senaat een brief waarin ze uitleggen wat ze met strafrecht willen. Maar ook om tegen te spreken dat ze houwdegens zijn uit de ‘law and order’ school. Tegelijkertijd kwam het tweede nummer uit van het nieuwe Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit. Daarin wordt ‘Veiligheid in een laat-moderne cultuur’ geanalyseerd door de criminologen Marc Schuilenburg en René van Swaaningen.

De bewindslieden schrijven dat het strafrecht maatschappelijk belangrijker is geworden omdat het ‘criminaliteitsbeeld’ sterk is veranderd. Het is volgens hen een ‘permanente, reële bron van onbehagen’ geworden. Misdaad zou veel complexer en bedreigender zijn. Ze wijzen op mensenhandel, kinderpornografie, cybercrime, fraude en internationale criminaliteit. Dat burgers banger worden komt ook omdat de tijd van de ‘grote religieuze en ideologische bewegingen’ voorbij is. Daarin lagen opvattingen over goed en kwaad vast – het strafrecht kon destijds ook aanvullend zijn.

Maar in deze onzekere tijd niet meer, menen zij. De tijd van vanzelfsprekende grote sociale controle en ‘eenduidige morele context’ is voorbij – de overheid moet die lacune opvullen. De officier, de agent, de rechter – zij vervangen het informele gezag dat aan kerk, partij, vakbond, school, dokter, wethouder werd toegekend. Strafrecht als het morele antwoord op sociale versplintering, op globalisering.

De burger is schade bovendien erger en slachtoffers zieliger gaan vinden. Risico’s zijn minder acceptabel, van de overheid wordt totale preventie geëist. Sociologen vatten het wel samen als de ‘Pech Moet Weg’ houding. Dit kabinet wil die veiligheid bieden met verscherpte strafeisen en met uitbreiding van slachtofferrechten. Dergelijke verschuivingen zijn legitiem, schrijven de bewindslieden: wij reageren op sociale en maatschappelijke veranderingen. Daarom hebben zij het ministerie ook herdoopt tot Justitie en Veiligheid.

Dan de criminologen Schuilenburg en van Swaaningen. Zij constateren inderdaad een springtij van nieuwe strafwetten. Fouilleren, bewakingscamera’s, jeugdstrafrecht, voetbalvandalisme, minimumstraffen voor recidivisten, scholingsdwang. Beleid maken ‘met de kraan open’, op een ‘sterk punitieve toon’ die overigens niet spoort met de feiten. „De geregistreerde criminaliteit is tussen 2005 en 2011 met 11% gedaald. Het aantal strafzaken is tussen 2006 en 2011 met 23% afgenomen. Ook het aantal volwassen gedetineerden neemt gestaag af.” Nederland is een ‘erg veilig land’.

Dat roept de vraag op waarom het accent toch zo stevig op repressie ligt. Zeker nu in de criminologie bekend is dat veiligheidswinst het best behaald kan worden door preventie. Tussen strenger straffen en minder misdaad „bestaat maar een beperkt causaal verband”.

Waarom gaat daar dan steeds het debat over? Het antwoord zoeken zij in culturele oorzaken. In onze veilige en welvarende samenleving is de burger ongericht bang – voor radicale moslims die op jihad gaan, voor dieven die examens, smartphones of airbags ‘op bestelling’ stelen. Voor Nederland als verdwijnende verzorgingsstaat waar bejaarden uit het verzorgingshuis worden verbannen, waar Roemenen op afstand toeslagen ‘pinnen’, asielzoekers eindeloos mogen blijven en bozige moslims samenzweren. Stereotypen en vage angsten worden bevestigd door het opgewonden nieuws van de dag. Nuchterheid en maathouden worden in de mediacultuur dankzij GeenStijl en Fok.nl zeldzamer. Politici varen in deze heksenketel van ressentiment snel op het ‘kompas van het gevoel’.

Zo ontstaat er een geharnaste voorzorgcultuur waarin risico’s vroeger en sneller worden beperkt. Alle instanties moeten voortaan eerder in grijpen. Dat in de complexere samenleving normen minder vanzelf spreken, erkennen de criminologen. Stoere taal, symbolische maatregelen en ferme politici zijn de nieuwe bakens. In de neoliberale veiligheidscultuur ontstaat een ‘punitief populisme’. Dat stelt de samenleving zo simpel mogelijk voor. Met de ‘hardwerkende Nederlander’ als archetypisch (blank) ijkpunt. Veiligheid wordt nog maar nauwelijks verbonden met vraagstukken als werk, scholing of sociale onderklasse. Criminaliteit en migratie vallen nu samen. Veiligheid is een technisch probleem geworden, waarvoor rationele oplossingen zijn. Daarin past geen ingewikkelde sociale analyse, maar voluit vertrouwen op afschrikking. Terwijl juist die keuze irrationeel is.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op 22 juni in NRC Handelsblad

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.