Omhoog is de enige weg in Colombia

Met Nairo Quintana (23) heeft Colombia na jaren weer een klimmer van wie wordt verwacht dat hij mee strijdt in het eindklassement van de Tour. Hij koerst op gevoel, „als de rammelende auto van mijn vader zonder kilometerteller”.

De Colombiaan Nairo Quintana leerde klimmen op weg naar school. Foto Belga

De eerste Tourweek van Nairo Quintana stond vooral in het teken van overleven. De 23-jarige Colombiaan raakte op het vlakke land betrokken bij verschillende valpartijen, maar een pijnlijke knie en pols krijgen hem niet klein. Met 25 seconden achterstand op geletruidrager Daryl Impey begint Quintana aan de eerste bergrit.

Pas als de Ronde van Frankrijk zaterdag de Pyreneeën intrekt, zal de kleine klimmer zich in zijn element voelen. Hij wil niets liever dan in de voetsporen treden van zijn grote voorbeeld Luís Herrera. ‘De tuinman uit Fusagasugá won het bergklassement in 1985 en 1987. „Het succes van Herrera is altijd mijn referentiekader geweest”, zegt Quintana naast de bus van zijn ploeg Movistar.

Quintana is de nieuwe hoop van het Colombiaanse wielrennen. Hij is het boegbeeld van een talentenvolle lichting. Renners als Sergio Henao, Rigoberto Urán en Carlos Betancur blonken uit in de afgelopen Giro. Het Zuid-Amerikaanse land telt weer mee in het profpeloton.

Tourbaas Christian Prudhomme is blij met de komst van de Colombianen en sprak zelfs de verwachting uit dat Quintana de bolletjestrui zou kunnen winnen. Prudhomme is eigenlijk al gek van Quintana sinds die in 2010 de Ronde van de Toekomst won. Dit jaar maakt hij zijn debuut in de Tour. Deze ronde is anders dan alle anderen, stelt Quintana. „Al dat publiek langs de kant. Machtig.”

De geel-blauw-rode vlag van Colombia hangt tijdens de honderdste Tour de France weer op diverse plekken over de dranghekken. Hector Realpe is met zijn vrouw en dochter naar Frankrijk gereisd om zijn landgenoten Quintana en José Serpa (Lampre) aan te moedigen. „Het is prachtig om te zien dat onze jongens weer meedoen. Dat vervult me met trots”, zegt de wielerfan uit La Cruz. „Dit doet me denken aan dertig jaar geleden. Toen maakten Edgar ‘Condorito’ Corredor en Patrocinio Jiménez als pioniers hun opwachting in de Tour. Wielrennen zit diep in onze cultuur verankerd.”

Wielrennen is één van de weinige verbindende factoren in het land dat door drugskartels en rebellen wordt geterroriseerd. In grote steden als Bogotá, Medellín en Cali zijn de enorme verschillen tussen arm en rijk pijnlijk zichtbaar. In krottenwijken probeert de massa te overleven, in de villa’s leven de rijken achter hoge hekken. Maar op de fietspaden – ciclorutas – is iedereen gelijk. Colombia is een van de weinige Zuid-Amerikaanse landen waar de fiets als populair transportmiddel wordt gezien. Alle Colombiaanse kampioenen leerden het fietsen in hun jeugd uit pure noodzaak.

Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez beschreef in De kampioen van Colombia het klassieke verhaal van Ramon Hoyos Vallejo. Hij schetst daarin het leven van een volksjongen die in de jaren vijftig van slagersknecht en leerling-metselaar uitgroeit tot een wielerheld. Schrijver Matt Rendell brengt in het boek King of the Mountains de geschiedenis van het Colombiaanse wielrennen in kaart. De overleden drugsbaron Pablo Escobar had zijn eigen formatie, met de naam Bicicletas Ositto. Renners werden ingezet als drugskoeriers, waren betrokken bij ontvoeringen en lieten soms ook het leven op de weg. Andrés Pastrana schopte het als voormalig wielercommentator zelfs tot president.

Het Colombiaanse wielrennen veroverde halverwege de jaren tachtig wereldfaam, met Luís Herrera en Fabio Parra. Ze boekten successen in het shirt van Café de Colombia. Maar toen de koffiemarkt instortte, was het in 1990 gedaan met de nationale ploeg. Frisdrankgigant Postobón hield tot zes jaar daarna nog een Colombiaanse wielerequipe in stand. Vervolgens waaierden renners uit over de VS en Europa, waar ze veelal als knechten aan de slag gingen. Victor Hugo Peña was lang helper van Lance Armstrong. De successen van de Amerikaan bleken grotendeels gebouwd op doping.

Colombia zuchtte de afgelopen jaren ook onder verschillende dopingaffaires. Zo werd tijdritspecialist Santiago Botero in verband gebracht met de Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes. Vorig jaar werd de Colombiaanse dokter Alberto Beltran op het vliegveld van Madrid opgepakt met het nieuwe dopingmiddel Aicar in zijn bagage. Mede met de hulp van de huidige president Juan Manuel Santos werkt Colombia aan een nieuw imago. Vol trots presenteerde de ploeg Colombia Coldeportes zich in mei in de Giro.

Quintana is in de Tour een eenling bij het Spaanse Movistar. De kleine wielrenner – 1.67 meter en 56,5 kilo – is een geboren klimmer. Als kind van de regio Boyacá, waar de bergtoppen tot drie kilometer hoog reiken, groeide hij op in armoede. Een fiets was een groot geschenk om mee naar school te gaan. Elke dag daalde hij zestien kilometer in de ochtend om aan het eind van de dag in omgekeerde richting naar boven te rijden. Als tiener leerde Quintana al wat het betekende als wielrenner op een fiets te moeten lijden: honger, hitte, pijn, totale vermoeidheid.

De winnaar van de Ronde van het Baskenland 2013 was in zijn jeugd wars van elektronische hulpmiddelen. Quintana vergelijkt zichzelf met de auto van zijn ouders. Een rammelende bak zonder kilometerteller. Zijn vader gooide de wagen op weg naar zijn werk halfvol en wist uit ervaring hoe ver hij kon komen. Zo fietst Quintana het liefst. Puur op gevoel de strijd aangaan met de elementen. Hij beschikt over dezelfde longinhoud als de voormalige Spaanse Tourwinnaar Miguel Indurain. Aan het eind van de eerste week ploft hij vermoeid neer. „Dit waren heel moeilijke dagen. Ik moest de pijn verbijten. Maar dat moet ik achter me laten. Nu komen de bergen. Dat is mijn terrein.”