Na het skypen aan de marshmallows

Bestuurskundige Jorrit de Jong begon deze week aan zijn nieuwe baan op Harvard. Vanuit de VS strijdt hij wereldwijd tegen overbodige bureaucratie. „Een schilderij ophangen gaat hier niet zomaar.”

Zondag 30 juni

Na een sollicitatieprocedure van een half jaar, twee proefcolleges, vijf commissies, tien interviews en twintig aanbevelingsbrieven begin ik morgen dan als lecturer op de Harvard Kennedy School. Een droombaan, een privilege, en een verantwoordelijkheid, want deze school heeft een naam hoog te houden. Het motto wappert op grote banieren op de campus: Ask What You Can Do! – naar de legendarische speech van president Kennedy. Hier telt niet alleen hoeveel en wat je publiceert, maar ook wat je praktisch bijdraagt aan de samenleving.

Ik heb mijn aanstelling mede te danken aan het werk dat ik met de Kafkabrigade in Nederland en het Verenigd Koninkrijk heb gedaan. De sollicitatiecommissie vond dat geweldig, maar een collega met iets minder kennis van de Europese literatuur vroeg: „So, this Kafka guy you are talking about, is he still involved?”

Ik kwam hier in Cambridge enkele jaren geleden als gastonderzoeker en gastdocent en werd meteen gegrepen door de intellectuele energie, het ondernemerschap en de maatschappelijke betrokkenheid. Dat het bruist zie je aan de enorme hoeveelheid evenementen die hier plaatsvinden. Laatst spraken hier op één dag de president van Bulgarije, de president van Argentinië en Nobelprijs-winnaar Aung San Suu Kyi. Een geweldig klimaat voor de opdracht die ik nu van professor Mark Moore, een van de groten hier, heb meegekregen: op welke manieren en onder welke voorwaarden kunnen publieke leiders maatschappelijke meerwaarde creëren? ’s Avonds staat Moore onverwachts voor de deur met een fles champagne om de mijlpaal te vieren.

Maandag

De eerste ochtend bespreek ik met mijn persoonlijke medewerker de regels voor de inrichting van mijn nieuwe kantoor. Een schilderij ophangen gaat namelijk niet zó maar... Ook Harvard heeft meer dan genoeg bureaucratie, maar Mary Anne werkt hier al twintig jaar en weet gelukkig de weg.

Daarna verwerk ik de resultaten van mijn reis naar Bangladesh van vorige maand. Daar werkten collega Linda Kaboolian en ik met ambtenaren aan de innovatiestrategie van minister-president Sheikh Hasina. Vlak daarvoor was de kledingfabriek in Savar ingestort. We zijn ernaar toe gegaan. De geur van stof en ontbindende lijken was verschrikkelijk. Er zijn meer dan 1.100 mensen omgekomen door een criminele exploitant én een nalatige overheid. Disfunctionele bureaucratie is niet alleen frustrerend en kostbaar, het kan levensgevaarlijk zijn. Als je er wat aan wilt doen, helpt het echter niet om zo maar meer regels te maken of geld te sturen.

Samen met ambtenaren, activisten, diplomaten en wetenschappers in Bangladesh en op Harvard proberen we innovatieve mechanismen te vinden voor preventie en toezicht in de kledingindustrie. Eén van de ideeën is om via mobiele technologie en sociale media de druk van binnenuit (de werkers) en van buitenaf (de westerse winkels) aan elkaar te koppelen: ‘innovations in governance’ noemen ze dat hier.

Dinsdag

De dag begint met het bekijken van het nieuwe Harvard Innovation Lab (HiLab). Dit najaar geef ik daar met Mark Moore het college ‘Sparking Social Change’. De ruimte ademt dynamiek en creativiteit – er werken nu 245 groepjes studenten aan hun start-up-idee voor een bedrijf of een non-profitorganisatie. Een ideale omgeving voor onze colleges met praktijkopdrachten en simulatiespellen. Met een paar drukken op de knop verandert de zaal in een kantoordorp waarin studenten leren nadenken over sociale problemen en onderhandelen over oplossingen.

Daarna lunch met Sanderijn, mijn vrouw én collega, in de vijfsterren-‘kantine’ van de Harvard Business School. We ontwerpen een nieuwe casestudy voor een opleiding voor Nederlandse topambtenaren. Grappig, dat Nederland vanaf een afstand alleen maar interessanter wordt. Hoe lang wil men nog bezuinigen binnen het bestaande model van de verzorgingsstaat? Wanneer wordt de omslag naar radicaal nieuwe concepten van zorg, onderwijs en sociale zekerheid gemaakt – en hoe doe je dat? We gebruiken de Harvard Case Method om dat soort dilemma’s op scherp te zetten in sessies met de mensen die aan de knoppen zitten. Dat vind ik het allermoeilijkste en het allermooiste aan dit werk.

Woensdag

’s Ochtends staat een keurig rijtjee-mails uit Europa en Azië klaar. Het voordeel van een tijdzone die achterloopt is dat je ná die mails de rest van de dag ongestoord kan werken. Daarna heb ik contact met de Nederlandse ambassade in Washington, om een uitwisseling NL-VS op het gebied van mensenhandel en cybercrime te bespreken. De taaiste problemen vragen het meest om innovatie en leiderschap, en de ambassade is actief op dat gebied.

’s Middags is het bloedheet, maar ik heb het ijskoud, want de airco staat te loeien op kantoor. Ik ontwerp het curriculum voor een trainingsprogramma voor Indonesische burgemeesters dat ik met politicoloog Tony Saich en de econoom Jay Rosengard in september in Jakarta ga geven. Ik selecteer een aantal videocases (want deze groep houdt niet van lezen) en icebreaking exercises (want ze houden wél van praten) en verdiep me in de ‘leadership challenges’ die de deelnemers hebben ingeleverd.

Donderdag 4 juli

Stom! Vergeten dat het vandaag Independence Day is. Iedereen vrij, maar ik had per ongeluk een conference call gepland met mijn collega’s van de Kafkabrigade in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Nu staat de airconditioning op kantoor natuurlijk weer uit en dus zit ik zwetend achter Skype. We bespreken de voortgang van de pilot in Australië, het voorstel van een student om een project in Liberia op te zetten en het verzoek van professor Xiulan Zhang om een Kafka-aanpak te ontwikkelen voor Chinese steden. We zijn voorzichtig; alle goedlopende organisaties lijken op elkaar, maar alle minder functionerende organisaties zijn disfunctioneel op hun eigen manier. Daarom werken we alleen met partners die de lokale context grondig kennen.

Maar nu is het tijd voor barbecue, marshmallows en vuurwerk! Snel terug naar huis in Belmont, een rustige suburb van Boston, waar nooit iets gebeurt (o wacht, behalve dan die keer afgelopen april toen het halve leger achter een terrorist aanzat op een steenworp afstand van ons huis).

Mijn dochter Dante (5) vindt Independence Day geweldig: „Dat betekent dat ik vandaag zelf mag zeggen hoe laat ik naar bed ga!” Mijn vrouw beslist deze vroege onafhankelijkheidsstrijd met een glimlach en een welgeplaatste marshmallow. Later drinken we Europese wijn op onze Amerikaanse porch en toasten op het beste van beide werelden.