Mijn rouwperiode viel voor zijn dood

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Eind mei was het een jaar geleden dat mijn man overleed. Ik kreeg aardige kaarten en mailtjes. Mensen wensten me sterkte op deze moeilijke dag. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het was helemaal geen moeilijke dag. Ik ben een … hoe heet die operette ook alweer? … ik ben een Lustige Witwe.

„Niet het afgelopen jaar is zwaar geweest, de anderhalf jaar ervoor waren zwaar, loodzwaar. Toen heb ik afscheid genomen van Peter, toen heb ik verdriet gehad, toen heb ik me eenzaam gevoeld. Voor mij zat de rouwperiode in de fase voor zijn dood, niet erna.

„Een kleine anderhalf jaar is Peter ziek geweest. Prostaatkanker met uitzaaiingen. Hij is erg ziek geweest. Als een geboren optimist heeft hij de ziekte over zich heen laten komen. Hij behoorde duidelijk tot de generatie van gezagsgetrouwen, waardoor zijn houding was: ‘Ik doe alles wat de dokter zegt, hij heeft er verstand van’. Ik ben assertiever, eigenwijzer, ik ga niet zomaar mee in andermans oordelen en voorstellen.

„Vlak voor Pasen vorig jaar werd hij echt doodziek. Ik dacht: nu mag het snel afgelopen zijn. Hij was totaal uitgeput. En ik ook, ik was niet langer in staat alleen voor hem te zorgen. Maar hij wilde nog naar het ziekenhuis, hij wilde die laatste chemokuur nog wel krijgen, ook al zou die hem hartstikke ziek maken en amper extra tijd geven.

„In het ziekenhuis kreeg hij een flinke dosis morfine. Toen ik bij hem op bezoek kwam, lag hij tv te kijken met een koptelefoon op. Keihard lag hij mee te zingen met de Matthäus Passion, met drie andere patiënten om zich heen. Hij voelde zich geweldig. Kom maar op met die chemokuur, en neem er zelf ook één! – dat was zijn houding.

„De morfine vertroebelde z’n realiteitszin. Tegen zijn dochter zei ik: ‘Waar begint hij nog aan? Het zal z’n lijden alleen maar rekken’. Zij gaf een wijs antwoord: ‘Misschien helpt het hem te wennen aan zijn eigen sterven’.

„Vierentwintig jaar ben ik met Peter samen geweest. Mede dankzij hem ben ik genezen van het laatste van de drie grote trauma’s in mijn leven. Ik was mislukt als student, als moeder en als echtgenote. Ik was vastgelopen in een studie theologie. Ik had in 1965 een zwakzinnige dochter gekregen, die ik zes jaar later naar een inrichting moest brengen, omdat ik de zorg voor haar niet meer aankon. Eind jaren zeventig was mijn huwelijk op de klippen gelopen.

„In die tijd heb ik me diep ongelukkig gevoeld. Ik was eenzaam. Ik bleef achter met een hart vol haat en wrok. Ik was gezakt op alle fronten.

„Dankzij een studie psychologie ben ik weer opgekrabbeld. Mijn falen als moeder heb ik verwerkt met een afstudeerscriptie over rouwverwerking van moeders met een zwakzinnige kind. Daarna heb ik een promotie-onderzoek gedaan naar lessen in levensbeschouwing voor verpleegkundigen, waarmee ik mijn mislukte theologiestudie heb goedgemaakt. Toen ik doorkreeg wat mijn eigen aandeel in m’n mislukte huwelijk was geweest, kon ik weer goede maatjes worden met mijn ex-man. In mijn huwelijk met Peter lukte het me de oude valkuilen van mijn eerste huwelijk te ontlopen.

„Peter en ik hebben elkaar ontmoet via een contactadvertentie. Toen we elkaar pas kenden, zijn we op fietsvakantie gegaan. Peter was een echte fietser. Via Duitsland en Zwitserland zijn we naar de Franse Alpen gereden. Die fiets was handig. Als het tussen ons niet zou klikken, konden we ieder een andere kant opgaan. Maar onze wegen hebben zich sindsdien niet meer gescheiden.

„We zijn erin geslaagd de goede en sterke kanten van elkaar naar boven te laten komen en elkaars zwakke kanten te accepteren. Ik weet nog dat we in Duitsland op vakantie waren en Peter besloot: ‘We gaan een terras zoeken om een biertje aan de oever van de Rijn te drinken’. Ik zei: ‘Zie je die donkere wolken, het gaat straks vreselijk regenen’. Hij zei: ‘Nee joh, die wolken drijven de andere kant op’. Bij mijn eerste man zou ik er ruzie om gemaakt hebben. Nu dacht ik: ik neem wel een regenjas mee.

„Ik gaf hem de ruimte en hij mij. Ik ben nogal beslisserig van aard. Huis kopen, huis verbouwen – dat soort dingen regelde ik allemaal. Hij sputterde wel tegen, zo van: ‘Wat een gedoe, waar begin je aan?’, maar hij verzette zich niet. En achteraf zei hij vaak: ‘Wat heb je dat toch geweldig geregeld, ik geniet ervan’.

„Toen hij al ziek was, kwam het huis van de buren te koop. Wij woonden in een groot huis. Toen bedacht ik me: ‘Ik koop het buurhuis, dat is veel kleiner, ik wil straks niet alleen in dit grote huis achterblijven.’

„In de periode na de dood van Peter ben ik volop bezig geweest met de verbouwing en met spullen weggeven en weggooien. Op derde kerstdag hebben de kinderen en kleinkinderen mij verhuisd. In dit huis is een nieuwe fase van mijn leven begonnen.

„Bij de crematie zei mijn broer: ‘Peter, jij hebt onze zus gelukkig gemaakt’. Dat heeft hij absoluut gedaan. Dit geluk laat ik me niet meer afpakken, zelfs niet door zijn dood.”

Tekst Gijsbert van Es

Reacties: via nabestaan@nrc.nlTwitter: #nrc #hetnabestaan