...maar heeft een aandeelhouder op fietsafstand

Cees de Bruin neemt een meerderheidsbelang in IHC Merwede, de scheepbouwer waar hij zijn carrière begon.

Cees de Bruin

Hij maakte fortuin tot in de verste uithoeken van de wereld. In Australië bijvoorbeeld, waar hij mede-oprichter was van wat nu de grootste goudmijn ter wereld is. Tegenwoordig zoekt de Rotterdamse miljardair Cees de Bruin (67) het dichter bij huis.

„Hoeveel van de grote Rotterdamse bedrijven zijn momenteel nog in handen van lokale eigenaren?”, vroeg de investeringsmagnaat zich een jaar geleden enigszins bezorgd af. In de D.G. Van Beuningenlezing over zijn stad waarschuwde hij voor de negatieve gevolgen van mondialisering die ontwrichtend zouden werken op een samenleving. Ondernemers moeten meer betrokkenheid tonen in de regio, was zijn antwoord. Deze week voegde Cees de Bruin de daad bij het woord.

Met een geschat vermogen van 1,2 miljard euro en daarmee goed voor de elfde plaats in de Quote 500 van rijkste Nederlanders, verwierf De Bruin een meerderheidsbelang in IHC Merwede. De scheepbouwer uit Sliedrecht, onder de rook van Rotterdam, is waarschijnlijk niet toevallig het bedrijf waar De Bruin zijn carrière ooit begon. Hij was er begin jaren zeventig hoofd fiscale, juridische en verzekeringszaken, toen nog onder de naam IHC Holland.

De rijke familie staat als mediaschuw bekend. Maar de laatste jaren trad De Bruin vaker naar buiten. Hetzelfde geldt voor zijn dochter Belle (40) die formeel het investeringsvehikel Indofin bestiert. Ze omschrijft zichzelf als een „meer familiale aandeelhouder” dan de alternatieven die de scheepswerf liet passeren. „We zijn bekend, zitten op nog geen kwartier afstand maar hebben wel de contacten over de hele wereld die voor IHC interessant kunnen zijn. Best of both worlds.”

Haar vader is een man die hecht aan tradities. De geboren en getogen Rotterdammer houdt kantoor in een monumentaal pand waar ruim honderd jaar geleden de Rotterdamse koopman Daniël van Beuningen ook al uitkeek over de haven.

Aan die negentiende eeuwse koopman neemt De Bruin graag een voorbeeld. Niet alleen wegens zijn zakelijk succes, maar vooral wegens zijn maatschappelijke betekenis voor de stad Rotterdam, als grootste werkgever, weldoener en kunstverzamelaar.

De Bruin zou ook graag ondernemer zijn met die staat van dienst, maar moest met lede ogen aanzien hoe de opkomst van de PvdA in het stadsbestuur , sinds de jaren zeventig, ondernemers naar de achtergrond verdreef. Is het toeval dat De Bruin, die ook commissaris is het bij Feijenoord stadion, sinds kort wat vaker uitwijkt naar de hoofdstad? Hij trad eind vorig jaar op verzoek van investeerder Alexander Ribbink (ex-TomTom) toe tot de raad van toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Samen met zijn vrouw Inge De Bruijn-Heijn – uit de bekende Heijn-familie – bezit Cees de Bruin een van grootste particuliere kunstcollecties van Nederland.