'Koen is niet kapot'

Reisondernemer Koen Everink werd een jaar geleden in de Arena mishandeld door Badr Hari. „Ik wil mijn leven weer oppakken”, zegt hij bij een uitsmijter.

Een jaar geleden werd Koen Everink (39) zwaar mishandeld in skybox 233 van de Amsterdam Arena. Hij brak zijn oogkas, zijn jukbeen en neus. In zijn kaak zat een scheurtje. Zijn enkel was zo kapot dat zijn voet aan zijn onderbeen bungelde. „Drie maanden heb ik plat gelegen.” Nu kan hij weer lopen. „Na honderden uren revalidatie.” De meest zichtbare sporen van het geweld zijn gewist. Hij trekt zijn rechtermondhoek met één vinger naar achteren. „Kijk. Nieuwe kiezen.”

En hij werkt weer, ook al is dat eigenlijk niet nodig. In de Quote 500 junior 2013 wordt zijn vermogen geschat op 15 miljoen euro. Koen Everink is de oprichter van reisorganisatie Eliza was here. Vlak voor zijn ‘ongeluk’ had hij zijn bedrijf verkocht aan reizenreus Sundio.

Hij wil afspreken op een golfbaan ergens in het land. Waar precies, dat houdt hij omwille van zijn privacy liever in het midden. De „hel van achttien seconden” maakte hem ongewild een halve bekende Nederlander.

Hij is niet zo’n golfer. „Al dat geloop.” Hij komt graag op de golfclub omdat het er lekker rustig is, hij er altijd kan parkeren, en het eten er prima is. We zitten aan een tafel met uitzicht op de green. Hij weet al wat hij wil. „Een uitsmijtertje met ham. Lekker.”

In oktober begint de strafzaak tegen de hoofdverdachte van de mishandeling, voormalig wereldkampioen kickboksen Badr Hari. Hij wordt beschuldigd van poging tot doodslag. Badr Hari zou een klap hebben gegeven toen Koen Everink een opmerking maakte tegen Estelle Cruijff, zijn vriendin. Vragen over wat er precies gebeurd is daar om drie uur ’s nachts in de Arena, zal Koen Everink pas in de rechtszaal beantwoorden. Hij heeft precies één reden waarom hij wil lunchen: „Ik wil mijn gewone leven weer oppakken. Koen is niet kapot.”

Al die maanden in bed heeft hij nagedacht. „Koen, wat ga je doen? Je kunt niet elke dag je geld tellen. Je kunt maar één auto tegelijk besturen. Je kunt op een dag niet meer kleren dragen dan je aan hebt. En als je niks doet, wat is dan aan het eind van de dag je verhaal?” Ergens in september 2012 besloot hij tien procent te kopen van het bedrijf waaraan hij Eliza was here had verkocht. „Waarom zou ik from scratch een nieuw bedrijf beginnen? Ik kan beter iets doen waar ik verstand van heb.”

Hij zit al sinds 1997 in het toerisme. „Ik ben erin gerold. Ik wilde ondernemen. Ik dacht: wat vind ik leuk? Reizen. Wat ga ik dus verkopen? Reizen aan mensen die reizen ook leuk vinden.” Eliza was here begon hij in 2004. Met het reisbureau op internet richtte hij zich op mensen die graag een „unieke” reis willen maken, maar die geen tijd hebben om zo’n trip uit te stippelen. Dat uitstippelen doet Eliza. Koen Everink struinde zelf de Zuid-Europese kusten af op zoek naar „dat onontdekte strandje, dat restaurantje waar de vis op je bord net nog in zee zwom”. Dat hotelletje met maar vier kamers, die taveerne die niet per se luxe is, maar waar de gastheer bij aankomst verse jus d’orange voor je perst van de sinaasappels uit zijn eigen boomgaard, omdat hij weet dat je vermoeid bent van de vliegreis. „Dat zijn de local heroes. Mensen die met hart en ziel een bed and breakfast runnen en hun paradijsje openstellen voor de gasten.”

Eliza werd een kwaliteitsgarantie voor niet-doorsnee vakantiebestemmingen. Precies wat „dubbelmodaal-plus-mensen” zoeken. „Authenticiteit. Verwondering.” Eliza bezorgt ze een „wow-effect”. „Je krijgt meer dan je op de website ziet.”

Plekken vinden die nog ongerept zijn, is niet eenvoudig, zegt Koen Everink. „Google bevordert de surprise niet. Vroeger had je hooguit één foto van het schilderachtige baaitje dat je bij toeval aantrof op je vakantie. Nu kan iedereen met één muisklik vijfduizend plaatjes van dat baaitje zien. Klanten bekijken vanuit huis hun bestemming en zeggen: ik wil a, b, c en d zien. Wat red ik in een week?”

In 2012 reisden er 40.000 mensen met Eliza was here. De omzet groeide van 300.000 in 2004 naar 32 miljoen euro in 2012. Voor een miljoenenbedrag verkocht Koen Everink Eliza vorig jaar aan de Sundio Group, een conglomeraat van Sunweb, Sudtours, Jiba en nog een aantal Europese touroperators. Reisorganisaties die per jaar alleen al 50.000 Nederlanders naar Kreta vervoeren en daar herbergen in accommodaties die ze er vaak zelf hebben neergezet. Massatoerisme. Hoe kan Eliza zich thuis voelen bij Sundio? Eliza’s bedrijfsmotto was toch dat ze „links afslaat waar alle anderen rechts gaan”? Koen Everink antwoordt met een tegenvraag. „Weet je wat de ideale vakantie is voor een gemiddelde Nederlander? Die wil drie dingen: een hotel, een zwembad met een glijbaan, en geen financiële verrassingen. Hij wil een vakantie inclusief alle hapjes, drankjes en uitstapjes. En hij is bereid daar ietsje meer voor te betalen.”

Waarom zou hij die Nederlander niet naar Chersonissos of Albufeira brengen als die Nederlander dat zelf graag wil? Nou, zeg ik, omdat er dan misschien op den duur geen ongerepte plekken meer overblijven voor zijn Eliza-klanten? (Eliza blijft als zelfstandig merk bestaan). Hij haalt zijn schouders op. Ik moet het zo zien: Sunweb is de Albert Heijn, Eliza is de traiteur. „Allebei verkopen ze kaas. Als je een Frans kwaliteitskaasje wil, weet je toch ook waar je moet zijn. Ik verkoop allebei.”

Bij Sundio wil hij zich meer toeleggen op visie en strategie, zegt Koen Everink. „Buy and built. We willen het bedrijf Europees uitrollen.” Welke reisorganisatoren zijn geschikt om over te nemen, hoe kan de Franse, Poolse, Duitse vakantieganger nog beter worden bediend? „We moeten de booking.coms van deze wereld voorblijven.” De beddenbanken, noemt hij de websites waar mensen zelf hun vlucht en verblijf regelen. „Wij moeten de beste bedden aanbieden, in precies dat leuke familiehotel aan de piste. We regelen je skipas, je lessen, je eten. Het hele pakket.” Waarom geen reizen buiten Europa? „Daar gaat de massa niet heen.” Naar Bali wel toch? „Mwah, per jaar misschien 40.000 man. En er zijn twaalf aanbieders. Ik sluit niks uit, maar het is veel effort voor zo’n klein marktaandeel.”

En waar gaat hij met vakantie? „Nooit naar eigen bestemmingen.” Zuid-Europa spreekt hem niet zo aan. „Te heet.” Hij gaat liever naar landen „waar alles netjes geregeld is, en mensen zich aan afspraken houden”. Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland. „Ik kan uren op een berg zitten en genieten van het uitzicht en de rust. Heerlijk eten daar, een beetje zoals hier.”

De lege borden worden weggehaald. Koen Everink bestelt een portie bitterballen. „Beetje chilisaus erbij. Lekker.”

Vouwwagen

Waar ging hij als kind heen met vakantie? „Ardennen, Ardèche. Lago Maggiore. Eerst met de vouwwagen. Later bij de boer in een Ferienwohnung.” Skiën? „Nee, dat zat er bij ons niet in.” Hij is de jongste van drie zoons. Vader accountmanager in een grafisch bedrijf, moeder huisvrouw. Opgegroeid in Lonneker, Twente. Zijn oudste broer is operazanger, de middelste keukenhulp. „Ik ben de ondernemer van de familie.” Hij had profvoetballer willen worden, maar kreeg op zijn vijftiende een zware enkelblessure. Welke enkel? „De andere. Rechts.” En toen? „Toen ging ik naar de heao.” Een vriend vroeg of hij zin had om voor hem schilderijen te verkopen in Duitsland. „Elke dag begon je op nul. Je hoorde bij zes, zeven voordeuren nee. En ineens had je beet en verkocht je er vier tegelijk.” En stak hij dan het verhaal af dat hij student was aan de kunstacademie...? „...die zijn werk verkocht om een galerie te kunnen beginnen”. Hij lacht. Die vriend kocht de schilderijen voor 100 Duitse Mark per stuk in Hongkong. Aan de deur kostten ze 250 DM. Wat „de entrepreneur in hem” dwarszat, was dat die vriend er meer aan verdiende dan hij, die al het werk deed. „Wat hij kon, kon Koen ook.” Hij begon zijn eigen schilderijenbusiness.

„Ik ben een pur sang entrepreneur.” Geen manager. „Een manager moet zorgen dat iedereen in de rij blijft staan. Allemaal dezelfde kant op.” En Koen gaat links? Hij knikt. „Ondernemers kunnen monomaan zijn.” Als hij als jongetje de bal duizend keer hoog wilde houden, dan deed hij dagen niks anders. „Koen, eten! Was ik net bij 893. Dan bleef ik staan aan tafel.” Net zolang tot hij bij duizend was. „Je moet doorzetten. Doen als een topsporter. Als je succes hebt, krijg je respect.”

Succes kost ook wat. Zijn relatie bijvoorbeeld. En hij wordt zeker drie keer per week benaderd door mensen die zijn hulp, advies of geld vragen. Iemand die ook reisjes organiseert vanaf z’n zolderkamer en wil uitbreiden. „Praat eens met Koen.” Vrienden van vrienden die een lang weekend naar Milaan gaan. „Vraag Koen even of hij tips heeft.” Hij weet er net zo min de weg als zij. „Als ik op alle verzoeken in zou gaan, had ik er een fulltime baan aan.”

Voorlopig heeft hij al zijn tijd nodig om te werken aan zijn herstel. Tien tot twintig uur per week revalidatieoefeningen. „En er spelen wat mentale issues. Daar praat ik af en toe met iemand over.” Op die avond in de Arena is hij zijn onbevangenheid kwijtgeraakt. „Laatst stond ik op een receptie in een eetcafé. Drukte, warm, beetje dringen tussen de tafeltjes. Tikt iemand op mijn schouder. Ik schrik. Niet normaal. Die man wilde alleen even zeggen dat ik bijna in zijn bord eten hing.”