Kabinet wil infiltratie van burgers tegen zware misdaad

Politie en justitie mogen weer gebruik gaan maken van criminele burgerinfiltranten bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Ook de mogelijkheden om kroongetuigen te werven in het criminele milieu worden uitgebreid.

Dit is gisteren op voorstel van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) besloten in de ministerraad.

De inzet van criminele burgerinfiltranten werd medio jaren negentig verboden na de spraakmakende parlementaire enquête opsporingsmethoden onder leiding van wijlen PvdA’er Maarten van Traa.

Van Traa legde een praktijk bloot waarbij een speciaal politieteam voor de bestrijding van zware misdaad, het IRT Noord-Holland/Utrecht, grootschalige import van verdovende middelen toestond om zo een burgerinfiltrant, zelf een crimineel, te laten ‘klimmen’ in een van ’s lands grootste drugsbendes.

Deze praktijk leidde er uiteindelijk toe dat de infiltrant met medeweten van politie en justitie zelf uitgroeide tot een drugscrimineel met groot aanzien in het milieu, zonder dat het IRT erin slaagde het doelwit van de operatie op te rollen. De praktijk werd op meer plekken toegepast. De Commissie Van Traa concludeerde dat inzet van criminele burgerinfiltranten ongewenst was omdat justitie erdoor dreigde te worden gecompromitteerd en gecorrumpeerd.

Het kabinet zegt de inzet van criminele nu toch weer te willen toestaan omdat politie en justitie worden geconfronteerd met „zeer gesloten” criminele groepen die „hun activiteiten met geavanceerde methoden afschermen’’, waaronder „het intimideren en bedreigen van mogelijke getuigen en ambtenaren’’.

De inzet van criminele infiltranten zal volgens het kabinet alleen onder strikte voorwaarden gebeuren. Justitie moet volledige opening van deze opsporingsmethode op de terechtzetting afleggen. Het college van procureurs-generaal moet voor elk geval afzonderlijk toestemming geven en de minister van Veiligheid en Justitie wordt verwittigd van het voornemen daartoe.

Het kabinet wil ook de mogelijkheden verruimen om kroongetuigen in het misdaadmilieu te werven. Zij kunnen in de toekomst meer strafvermindering van meer dan de helft van hun straf krijgen. Ook krijgen kroongetuigen schade van hun getuigenis financieel gedeeltelijk vergoed.