Integratie uit de mode, maar wat dan?

Is de achterstand van immigranten de schuld van de islam of van het kapitaal? De overheid schuift het op het kapitaal, want dat kost haar niets. Maar het helpt als de overheid zichzelf juist serieus neemt, vindt Herman Vuijsje.

Kerstavond 2009. Ik ben te gast op de Sint Jan de Doperschool, een zwarte en katholieke basisschool in Amsterdam-Slotervaart. De klaslokalen zijn feëriek verlicht en overal staat een kerststal of een engelenkoor van papier-maché. Middenin ieder lokaal prijkt een grote tafel, uitpuilend van Surinaamse kippenpoten, Vietnamese loempia’s, Turkse pasteitjes, Hindoestaanse roti ...

In het lokaal van meester Kees hoor ik de kinderen van groep drie I wish you a merry christmas aanheffen – in vijftien talen. Het kerstverhaal wordt voorgelezen, een Turkse moeder kijkt voldaan toe, ze helpt meester Kees vanavond. Ja, ze is moslim. Na afloop zoent meester Kees haar drie keer. Zij zegt: „Dag schat!”

Zevenendertig jaar werkt meester Kees op deze school. „Nooit moeilijkheden gehad”, zegt hij. De school neemt deel aan de dodenherdenking, vertelt hij. En Sinterklaas komt op bezoek – mét een kruis op zijn mijter.

Maart 2012. Ik kijk een ochtend rond op de Onze Wereldschool in de Haagse Transvaalbuurt. Het is een zwarte school, met uitstekende resultaten en een wachtlijst. Andere scholen in de omgeving moeten daarentegen sluiten.

Ook hier worden kerst en Sinterklaas gevierd, met alles erop en eraan. In een van de klassen buigen de kinderen zich over het thema ‘Holland’, compleet met Neêrlands vlag, molen, kaas en koetjes in de wei. In de gymzaal beelden eerste groepers bezig boerderijdieren uit: kippen kakelen, schapen blaten, paarden hinniken. En ook: varkens. Knorrend kruipen moslimkinderen de gymzaal rond. Niks aan de hand.

De hele ochtend probeer ik te doorgronden wat het geheim is van de Onze Wereldschool. Ook een gesprek met de directeur brengt me niet de sleutel. Het enige wat hij zegt, is: „We doen enorm ons best. ’s Ochtends staan we op straat. Niet voor de deur, maar in de straat. Je wacht niet tot ze bij jou op de drempel staan, je bent al naar ze toe gelopen. Jij bent degene die actie onderneemt.”

De school telt achthonderd leerlingen en de directeur kent ze praktisch allemaal. De dochter van een vriend van mij, ze werkt op de school, zegt: „Gaat ‘t maar even niet, dan gaan we op huisbezoek. We houden precies bij met welke ouders we contact hebben gehad. Op die manier hebben bijna honderd procent ouderparticipatie bereikt.”

Wat is het geheim van de Onze Wereld en de Sint Jan de Doper? Uiteindelijk kan ik niets anders bedenken dan het simpele antwoord van de wielrenner, ik ben zijn naam vergeten, die een etappe van de Tour de France had gewonnen. „Wat is je geheim?” vroegen de verslaggevers. Hij keek ze niet-begrijpend aan en zei: „Ik heb me uit de naad getrapt!”

Hoe staat het Nederlandse integratiebeleid er voor? Op het gebied van demografie en onderwijs vallen positieve ontwikkelingen te melden. Minder migranten halen een huwelijkspartner uit het land van herkomst. De netto immigratie uit islamitische landen bedraagt nog enkele duizenden per jaar. Een gemiddeld jong Turks gezin in Nederland is sinds een paar jaar kleiner dan een autochtoon gezin. Niet-westerse meisjes komen vaker met een middelbare schooldiploma thuis dan autochtone jongens.

Maar kijken we naar de gemiddelde onderwijsprestaties, dan staan kinderen met een niet-westerse achtergrond nog altijd op grote achterstand. De werkloosheid is onder niet-westerse migranten bijna drie keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. En dat verschil wordt niet kleiner. Hetzelfde geldt voor het aandeel verdachten van een misdrijf: dat ligt onder niet-westerse migranten vier keer zo hoog als onder autochtonen, al tien jaar lang.

Ondanks deze alarmerende cijfers is onder het kabinet Rutte-I een begin gemaakt met het afbouwen van het specifieke integratiebeleid. Waarom? Het zal wel te maken hebben met de hang naar eigen verantwoordelijkheid - de overheid kan niet meer alles oplossen. Een tweede reden kan zijn dat de etnische achtergrond niet langer relevant wordt geacht voor sociale achterstand. Komen de problemen van en met immigranten voort uit hun specifieke groepssituatie of uit hun sociaaleconomische achterstandspositie? Lange tijd was die vraag een brandpunt in de strijd tussen politiek correcten en incorrecten. Kortweg samengevat: was het de schuld van de islam of van het kapitaal?

De regering lijkt nu voor die laatste optie gekozen te hebben – niet uit overtuiging maar omdat die het goedkoopste is. Het ‘categorale’ beleid kan worden afgeschaft, voortaan is er alleen nog een ‘generieke’, voor alle bevolkingsgroepen geldende benadering. Laten we ophouden met dat wij-zij-denken, is dan de mooie gedachte, laten we kijken naar wat ons bindt.

Maar is het werkelijk waar dat een generieke aanpak een voor allen gelijk effect garandeert, waarbij etnische afkomst geen rol meer speelt? Een antwoord valt nu niet goed te geven. Daarvoor immers, moet de beleidsuitvoering op orde zijn. Dat men zich, of het nu om categoraal of generiek beleid gaat, uit de naad werkt om de gestelde doelen te bereiken. Als dat niet zo is, ontbreekt de eenduidigheid die nodig is voor een betrouwbare beoordeling van beleidsalternatieven.

Je hoeft geen ziener te zijn om vast te stellen dat die goede beleidsuitvoering in Nederland op belangrijke gebieden ontbreekt. We zijn goed in management by speech, maar als het gaat om uitvoering, consistentie, toezicht en verantwoording kunnen we van een zesjescultuur spreken. Of nog minder. Ik wijs alleen maar op het lot van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov en het ongelofelijke feit dat de verantwoordelijke staatssecretaris er nog zit.

De reeks van fatale missers die uitmondde in Dolmatovs dood illustreert een belangrijk punt: dat asielzoekers en immigranten door hun kwetsbare positie extra gevoelig zijn voor tekortkomingen in de algemene beleidsuitvoering. Hetzelfde geldt voor de nieuwe ‘gastarbeiders’ uit Midden- en Oost-Europa. Zij zijn gediend met efficiënte controle op verhuurders, werkgevers en bemiddelingsbureaus. Met woningcorporaties die zich weer richten op het doel waarvoor ze op aarde zijn. Daar is geen woord Pools bij, het gaat om generieke kwesties.

Hoe zwakker de positie van de betrokken ‘categorale’ groepen, hoe zwaarder ze worden getroffen door de nonchalance op uitvoeringsgebied. Dat geldt ook voor doelgroepspecifieke problemen. Het meest ontluisterende voorbeeld is de meisjesbesnijdenis. Genitale verminking is in Nederland streng verboden, maar bij mijn weten is nog nooit vervolging ingesteld voor het besnijden van meisjes. We kennen zelfs de omvang van het probleem niet.

In 2004 pleitte Ayaan Hirsi Ali voor het controleren van meisjes uit risicolanden. Dat was juridisch niet haalbaar, want het werd discriminerend geacht. Categoraal kon dus niet – het moest generiek. Vervolgens sprak de Tweede Kamer zich tot twee maal toe uit voor verplichte controle van álle meisjes in de risicoleeftijd, zoals in Frankrijk al langer gebruikelijk is. Een van de felste voorstanders was het toenmalige Kamerlid Edith Schippers, nu minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Nooit meer iets van gehoord.

Overheids- en zorgtaken zijn sinds de jaren negentig ten prooi gevallen aan ‘verrommeling’ door ondoordachte privatisering en verzelfstandiging. Het resultaat is een ‘hybride’ sector die niet is onderworpen aan de tucht van de markt, maar ook niet aan aan eenduidig overheidstoezicht. Fusie en schaalvergrotingen hebben de zaak nog onoverzichtelijker gemaakt.

Is het voor een autochtone Nederlanders al een hele toer om zich een pad te hakken door deze organisatorische jungle, een ouwe Turk verdwaalt er al helemaal in. Ook hier geldt dus dat een betere generieke aanpak vanzelf een onevenredig grote verlichting van doelgroepspecifieke problemen zal opleveren. Met als bonus dat immigranten dan minder afhankelijk worden van zaakwaarnemers die wél de weg weten in die wirwar, maar die hen tegelijk opgesloten houden in de eigen kring.

Het thema integratie is op het ogenblik weinig populair. Het onderwerp heeft – zelfs bij Wilders – iets amechtigs en vermoeids gekregen. Mogen we het er even níet over hebben? We hebben wel iets anders aan ons hoofd dan dat eeuwige gezeur over die etno-problematiek.

Deze nauw verholen korzeligheid staat op gespannen voet met onze achteloosheid als het om beleidsuitvoering gaat. De Sint Jan de Doper en de Onze Wereldschool laten zien wat je kan bereiken als je geen genoegen neemt met een zesje. Een goede beleidsuitvoering is dringender dan alle debatten bij elkaar. Laat de hoofdverantwoordelijke voor die uitvoering, de overheid, zichzelf dus weer eens serieus nemen. Laat zij haar taken hernemen, het overzicht herstellen en ernst maken met haar eigen rol en het toezicht op de rol van anderen. Een betere dienst kan zij de integratie van immigranten niet bewijzen.

Herman Vuijsje is socioloog en publicist. Dit is een bekorte versie van het betoog dat hij uitsprak op het colloquium Ideeën en werkelijkheid ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Frits Bolkestein.