Ik houd absoluut niet van bazige regisseurs

In de film I, Anna regisseert Barnaby Southcombe zijn moeder, Charlotte Rampling. „Ik dacht meteen: dat is een prachtige rol voor haar.”

‘De eerste versie van het script heb ik meteen afgewezen. Veel te gruwelijk en te seksueel”, zegt Charlotte Rampling (67) over I, Anna, de eerste speelfilm van haar zoon Barnaby Southcombe (41),Maar toen hij de tweede versie van het script naar haar agent stuurde, kreeg hij een positief antwoord.

„Ik had het boek I, Anna van Elsa Lewin gelezen en dacht meteen: dat zou bij verfilming een prachtige rol zijn voor mijn moeder”, zegt Southcombe, tot nu toe regisseur van televisieseries. Toen het zo ver was, vnd hij het niet gênant of extra moeilijk zijn eigen moeder te regisseren, zegt hij. „Toen ik klein was, ging ik vaak mee naar de set als mijn moeder een film draaide. Dan zat ik in een hoekje en keek ik naar haar, en eigenlijk deed ik dat nu weer. De hiërarchie tussen ouder en kind verdampte als we draaiden.”

I, Anna is een extreem sombere film, gesitueerd in een onvriendelijk en ontmenselijkt ogend Londen, waarin een inspecteur van politie (Gabriel Byrne) genegenheid opvat voor een vriendelijke oudere vrouw die hunkert naar liefde en de hoofdverdachte blijkt te zijn in een moordzaak die hij onderzoekt. Bijna niemand in de film blijkt te zijn wat we aanvankelijk dachten.

Rampling speelde in 104 films, waaronder Sous le sable (2000) en Swimming Pool (2003). Vindt zij ook dat ze geknipt was voor de hoofdrol in de eerste speelfilm van haar zoon? „Ik houd wel van personages bij wie de dingen een beetje onder de oppervlakte blijven. Een oudere vrouw als Anna, die hunkert naar liefde, vond ik interessant, al heb ik zelf nooit te maken gehad met het seksueel geweld dat in de film een grote rol speelt.”

Ze beantwoordt de vragen zittend op het puntje van haar stoel. „Ik houd van interviews”, zegt ze, „omdat de interviewer nooit iets kan terugzeggen. In een gewoon gesprek met iemand gaan mensen zeggen wat zij ervan vinden, of hoe ze het zelf hadden gedaan. Maar bij een interview ben je zonder tegenspraak aan het woord.”

Bijna tegelijk met de verschijning van I, Anna in de bioscoop komt in Nederland de lange documentaire The Look van Angelina Maccarone op dvd uit, een portret van bijna twee uur waarin de actrice aan het woord is over thema’s als leeftijd, taboe, vrijheid en liefde – steeds in relatie tot haar werk als actrice. Je zou bijna gaan denken dat haar leven als actrice een soort filosofisch project is, en Rampling beaamt dat.

„Ik heb altijd een moeilijk leven gehad”, zegt ze. „Acteren heeft me in staat gesteld dat te verwerken en mijn gevoelens en gedachten te organiseren. Het is voor mij precies het juiste beroep, omdat het je in staat stelt iets te ontdekken over jezelf.”

Maar waarom speelt ze steeds van die sombere rollen? „Dat is niet waar. Ik heb in veel komedies gestaan, vooral aan het begin van mijn loopbaan. Maar ik ben gewoon niet zo geïnteresseerd in de entertainmentkant van de filmwereld.”

In The Look behandelt ze elk van de onderwerpen in de vorm van een gedachtewisseling met een vriend, zoals schrijver Paul Auster of dichter Frederick Seidel. „Vrienden zijn mensen die je vertrouwt, en van wie je kunt aannemen dat je als vrouw niet onmiddellijk besprongen wordt”, zegt ze. Ook als actrice heeft ze het meest van vrienden geleerd. „Van Dirk Bogarde natuurlijk, op wiens aanraden ik de meest controversiële en daardoor beroemde rol van mijn leven heb gespeeld, in Night Porter (1974, geregisseerd door Liliana Cavani). En van Luchino Visconti, toen ik in 1969 in The damned speelde. Ik houd absoluut niet van bazige regisseurs die je commanderen.”

Acteren is een genereus beroep, vindt ze. „Je geeft jezelf. Acteren voor de camera is toestaan dat je als het ware overvloeit in het personage dat de regisseur in je wil zien.”

Ziet ze zichzelf graag op het doek? „Nee. Niet meer. Vroeger toen ik jong en mooi was misschien. Nu niet.”