Fransen zijn wel gewend aan omnipresente staat

Toen Edward Snowden vorige maand met de eerste onthullingen kwam over het grootschalig aftappen van burgers door zijn werkgever, het Amerikaanse National Security Agency, reageerde Frankrijk gelaten. Anders dan in Duitsland bleef brede verontwaardiging over schending van privacy of individuele vrijheden uit.

Frankrijk is een omnipresente staat met vergaande bevoegdheden wel gewend, analyseerden de deskundigen op radio en tv. Van de Amerikanen, bondgenoot of niet, verwachten Fransen bovendien zelden iets goeds. In de pers domineerde nog vooral de discussie over de naderende handelsbesprekingen tussen de EU en de VS. En dan in het bijzonder hoe de Franse cultuur behoed kon worden voor dominantie uit Hollywood.

Ook politici reageerden opvallend weinig verrast. „Om twee excellente redenen”, concludeerde het dagblad Le Monde deze week in een paginagroot relaas over aftappraktijken in Frankrijk zelf. „Parijs was al op de hoogte. En deed hetzelfde.” Net als de Amerikanen, bleken ook de Fransen internet- en telefoonverkeer integraal te onderscheppen en data gedurende lange tijd te bewaren. Terwijl in de VS de nieuwe activiteiten van inlichtingendiensten onder duidelijke controle van het Congres vallen, zou hiervoor in Frankrijk volgens de krant geen wettelijk kader bestaan.

Dat de Amerikanen ook Franse burgers en zelfs de Franse overheid en de Europese Unie aftapten, was echter een brug te ver. De onthullingen van Der Spiegel en The Guardian leidden tot woedende reacties in de Franse politiek. Minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius noemde de zaak „onacceptabel”, vooral „tussen twee partnerlanden”. President François Hollande ging een stapje verder en dreigde manmoedig de genoemde handelsbesprekingen te verdagen. Had hij meteen dat probleem met Hollywood opgelost.

Volgens veiligheidsexperts zijn die reacties even naïef als politiek. Spionage, ook tussen bondgenoten, is van alle tijden, relativeerde François Heisbourg, auteur van het boek Espionnage et renseignement in weekblad L’Express. „Bij spionage zijn er twee regels: je niet laten pakken, en als dat voorkomt, niet liegen.”

Op dit gebied „heb je geen bondgenoten of vrienden”, zei analist François Géré van het Institut d’analyse stratégique. Nog voordat Le Monde met de bevestiging kwam, zei hij in de linkse krant Libération er vanuit te gaan dat Frankrijk geen haar beter is dan de Amerikanen. Wederzijdse spionage is nu eenmaal een „stilzwijgende overeenkomst” tussen wereldmachten. En Frankrijk ziet zich nog altijd als een wereldmacht.

De schaal van het Amerikaanse PRISM-programma wekte wel verbazing. Wat dat betreft is het Franse programma klein bier of ‘PRISM low-cost’, zoals nieuwszender France 24 het samenvatte.

De Franse regering noemt de beweringen in Le Monde overigens ‘onnauwkeurig’ en zegt dat er wel degelijk democratische controle is.

Maar terug naar de Amerikanen en Europa. Op Twitter maakte Heisbourg zich vrolijk dat het ‘interessant was te weten dat de VS de EU serieus neemt’. Libération stelde daar in een hoofdartikel tegenover dat het bericht dat de Amerikanen EU-instellingen in de gaten houden ook ‘op karikaturale wijze de zwakte van het Oude Continent symboliseert’.

De Franse minister van Digitale Economie, Fleur Pellerin, werkt aan een wetsvoorstel dat de identiteit van internetgebruikers juridisch zou moeten beschermen. Een ‘digitaal habeas corpus’ noemt ze dat. “Als we al niet in staat zijn om belasting te heffen op de Amerikaanse webreuzen die op onze bodem zaken doen en hun servers openstellen voor inlichtingendiensten van hun land, hoe kunnen we dan denken dat het mogelijk is een digitaal Habeas Corpus te creëren, toe te passen en te verdedigen?” schrijft de krant. Analist Géré: „Besef dat het Franse ministerie van Defensie voor de herziening van de IT-systemen gekozen heeft voor… Microsoft.”