Eindelijk gelijkheid op de baan

Tennisster Billie Jean King richtte 40 jaar geleden de professionele vrouwenbond WTA op en won daarna de legendarische Battle of the Sexes. „Our game exploded.”

Niemand erin, en niemand er meer uit. Betty Stöve, bepaald niet de lichtvoetigste e speelster in die tijd, had een belangrijke taak op 20 juni 1973. Op de eerste etage van het Gloucester Hotel in Londen riep Billie Jean King, de charismatische voorvechtster van gelijke betaling tussen mannen en vrouwen, alle 64 speelsters op Wimbledon bijeen voor een geheime vergadering. „Ik moest regelen dat er geen ouders of coaches bij kwamen. En dat niemand wegging voor het afgelopen was”, zegt Stöve, Wimbledonfinaliste in 1977, in een telefoongesprek vanuit haar woonplaats in België. „We schrokken ons rot toen bleek dat de ruimte nog een andere deur had. Volgens mij is er niemand weggelopen.”

Het was Stöves bijdrage aan een dag waarop tennisgeschiedenis geschreven werd. In die vergadering van anderhalf uur werd 40 jaar geleden de professionele tennisbond voor vrouwen opgericht, de WTA. Een doorbraak in de emancipatiestrijd die door King en consorten gevoerd werd en in dat turbulente tennisjaar 1973 keihard resultaat opleverde: gelijk prijzengeld op de US Open. „Een sleuteljaar voor ons”, zegt ‘BJ’ King – trainingspak, gympen, retro zonnebril – op het dakterras naast centercourt op Wimbledon.

Haar frustratie was de jaren daarvoor gegroeid. Zie Wimbledonkampioene King in 1968 op het traditionele gala na het toernooi dansen met Rod Laver, de winnaar bij de mannen. King walste gracieus, van binnen woedde de ergernis. „Ik kon niet geloven dat hij 2.000 pond kreeg, en ik maar 750”, zegt ze in de docufilm Battle of the Sexes, die ter gelegenheid van het veertigjarige jubileum van de WTA in première ging in Londen. Gelijke betaling – beter gezegd: erkenning – werd haar levensmissie.

„Ik had toestemming van mijn man nodig om het land te verlaten. Ik kon niets op krediet kopen”, zegt de Australische Judy Dalton. De verliezende finaliste van 1968 vertelt op het terras bij de players lounge dat zij na de finale niets kreeg, waar King nog 750 pond ontving. „Een paar jaar geleden lunchte ik hier met Billie Jean en ik zei: jij betaalt. Dus zij: hoezo ik betaal? Ik zei: omdat ik helemaal geen geld kreeg na onze finale! Wist ze niet eens. Het prijzengeld werd bij ons gewoon ingenomen door de Australische bond.”

De strijd verhardde toen King, Dalton en zeven andere speelsters zich voor een toernooi in LA in 1970 afkeerden van het reguliere circuit. Het prijzengeld voor mannen was daar twaalf keer hoger. Zwaaiend met een briefje van één dollar lieten de negen rebellen zich uitgebreid fotograferen. Stöve: „Door een symbolisch contract van één dollar te tekenen, waren ze contractspelers geworden en daarmee scheidden ze zich af van de gelicentieerde toernooien. Ze zetten hun carrières op het spel.”

De ‘negen’ speelsters, later de original nine genoemd, begonnen hun eigen tour, gesponsord door sigarettenmerk Virginia Slims. Stöve had graag meegedaan, zegt ze nu, maar was al terug in Europa toen het plan van de grond kwam. „Betty was zeer invloedrijk”, vertelt King. „Ik had haar er heel graag bij gehad.”

Andere speelsters waren minder loyaal. „We waren erg teleurgesteld in [Britse] Virginia Wade en [Australische] Margaret Court”, zegt de 75-jarige Dalton. „Grote kampioenen, maar zij wilden hun carrière niet in de waagschaal zetten. Volgens mij hebben ze daar nu ook spijt van, dat ze zich niet meer activistisch opstelden. Want ze waren het met ons eens. Ze durfden alleen niet. Terwijl wij het risico liepen nergens meer welkom te zijn. Zeker de drie jongsten, die hadden nog niets bereikt.”

Eén man zag gouden kansen: de Amerikaan Bobby Riggs, een gokverslaafde macho, Wimbledonwinnaar in 1939 met het uiterlijk van Woody Allen. Hij zou zich een sleutelrol in de emancipatie van tennissters toebedelen, als antagonist. Want dat was hij. „Eén: de vrouw moet in de slaapkamer blijven. Twee: ze moet in de keuken blijven. Drie: vrouwen moeten hun man bijstaan, ze moeten de koning steunen.”

Riggs, overleden in 1995, was „een wheeler dealer”, zegt Stöve. „Hij deed alles om de idioot uit te hangen om meer aandacht te genereren. Zoveel mogelijk geld binnenhalen.” Dalton: „Ik zou zeggen dat Riggs zestig procent opportunist, veertig procent male chauvenist was. Hij gokte op alles, of hij nou won of verloor. Hij liet zich door de gekste bedrijven sponsoren. Financieel zou hij nooit op die wedstrijden verliezen.”

De keurige Margaret Court, houdster van het recordaantal grandslamtitels (24), liet zich verleiden tot de eerste Battle of the Sexes tegen Riggs. Het begon al verkeerd, met de hoffelijke kniebuiging die Court maakte bij het handenschudden aan het net. „Ze is het niet type dat bestand was tegen zijn persoonlijkheid”, zegt Dalton. „En ik had niet het idee dat ze helemaal doordrongen was van wat er op het spel stond.” De Australische werd vernederd door een 55-jarige schreeuwlelijk.

Riggs richtte zijn pijlen daarna op vrouwenboegbeeld King. „Zij moest nu wel”, zegt Stöve. „Als Court had gewonnen, was dat gedoe met Riggs allemaal niet meer nodig.” King twijfelde. „Wat zou er gebeuren als ik verloor? Het zou onze strijd decennia terugwerpen.” Maar van buiten liet ze niets merken. Beter dan Court was King bestand tegen Riggs’ beschimpingen. „Doe jij maar wat je wil, ik kan de druk aan”, zei King op een persconferentie die veel weg had van een weigh-in bij het boksen.

De wedstrijd trok enorm veel aandacht dankzij Riggs’ publiciteitsoffensief. De tweede Battle of the Sexes werd op 20 september 1973 gehouden voor 30.000 man in de Astrodome in Houston. Een recordaantal voor tennis in de VS, nog altijd. Wereldwijd waren er 90 miljoen tv-kijkers, 50 miljoen in de VS. King, die de male chauvenist pig Riggs vooraf een biggetje kado deed, won met gemak.

Het is lastig bepalen wat een grotere symbolische betekenis had: de oprichting van de WTA in het Gloucester Hotel of het verslaan van Riggs. „Dat is een moeilijke”, zegt King. „De WTA verenigde ons, waar we eerder verdeeld waren. Dat was heel belangrijk. Maar King versus Riggs...” Ze aarzelt. „De echte waarheid, en het ergert me dat mannen dat niet erkennen, is dat die wedstrijd voor álle tennissers een positieve uitwerking had. Die enorme hype eromheen – our game exploded. Zeker in Amerika. De contracten voor uitzendrechten gingen na die wedstrijd through the roof, voor vrouwen én mannen.”

De US Open had dat jaar het prijzengeld al gelijk getrokken. De andere grandslams volgden, maar Wimbledon pas in 2007. Na Roger Federer is Maria Sjarapova nu topverdiener in tennis én de best betaalde sportvrouw. In de Forbes Top-100 voor bestverdienende sporters staan drie vrouwen, alledrie tennissters. Stöve: „Tennis is nu de enige sport waar de verdeling zo in balans is.”

De 29 miljoen dollar die Sjarapova jaarlijks opstrijkt (6 miljoen met tennis) staan in schril contrast tot de bedragen in 1973. Stöve, destijds portier bij de oprichtingsvergadering, werd de eerste WTA-penningmeester. „Het lidmaatschap was 250 dollar. Ik moest dat geld innen, want er werkte niemand voor ons. Dus ik liep de kleedkamer in, meiden zeiden: natuurlijk doe ik mee, maar mag ik een bonnetje? Ik: hoezo bonnetje? Waar moet ik die vandaan halen?”

„Later verdween iedereen als ik de kleedkamer binnenkwam”, zegt Stöve lachend. „Eerst kwam ik voor hun geld, daarna moest ik ze verslaan. Ik werd er niet populairder op.”