Een oude wensmoeder heeft haast

De ‘eicelbank’ bestaat een jaar. Er worden hoge eisen gesteld aan de eiceldonor én er zijn niet veel vrouwen die willen. De wachtlijst groeit.

Vierhonderd vrouwen staan er al op de wachtlijst. De ‘eicelbank’ in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) bestaat nu ruim één jaar. Er zijn veel meer onvruchtbare vrouwen die dolgraag een kind willen, zegt gynaecoloog Annelies Bos, dan er donoren zijn die een eicel willen afstaan.

Gisteren antwoordde minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) een reeks Kamervragen over eiceldonatie. Ja, zei ze, vrouwen moeten goed worden voorgelicht voordat ze naar het buitenland uitwijken om eicellen te kopen. Nee, zei de minister, zij kan buitenlandse bedrijven die daarvoor hier adverteren niet tegenhouden. Hoeveel vrouwen in Nederland wachten op een gedoneerde eicel, zei ze niet te weten.

Vaststaat dat eiceldonatie moeizaam van de grond komt in Nederland. Vorig jaar meldden zich wel een paar honderd donoren bij de nieuwe Utrechtse eicelbank, maar lang niet iedereen bleek geschikt en velen haakten af. „Sommigen kwamen niet bij de eerste afspraak, anderen stopten er later mee”, vertelt gynaecoloog Annelies Bos. „We stellen hoge eisen aan de donor, waardoor sommigen niet door de screening komen. Ze moeten ouder zijn dan 25 en zelf een voltooid gezin hebben.”

Eén les hebben Bos en haar collega’s dit jaar geleerd: als je honderden onvruchtbare vrouwen aan eicellen wilt helpen, heb je een veelvoud aan donoren nodig. Want bij de meeste donoren wordt het niks.

Een tiental vrouwen – hoeveel precies wil Bos niet zeggen omdat het aantal steeds verandert – is wel door de selectie gekomen en heeft het afgelopen jaar de ivf-behandeling (hormoonkuur) én punctie ondergaan. Eind vorig jaar zijn de eerste eicellen ‘geoogst’. Die zijn vervolgens een half jaar ingevroren om veiligheidsredenen. Dan weet de eicelbank zeker dat de eicel niet met zoiets als hiv is besmet.

Wíllen vrouwen eigenlijk wel eicellen afstaan? Mogelijk ligt het gevoeliger dan bij mannen die sperma doneren, zegt Bos. In Spanje doen ze het in elk geval wel, vertelt ze, want daar krijgt de donor een vergoeding van 1.000 euro. Voor één ivf-sessie en de punctie waarmee de eicellen uit de eierstokken worden gehaald. Bos: „Als je extra veel hormonen toedient, jaagt dat de eicellenproductie op. Dan kunnen ze twintig eicellen produceren in één maand. Dat heeft overigens verhoogde risico’s voor de vrouw. Het zijn veelal jonge vrouwen, ook uit Oost-Europa, die er komen voor het geld.”

De klant, wensouders uit alle landen, betaalt zo’n 10.000 euro voor zes eicellen. Die worden ter plekke bevrucht met sperma van de wensvader. In Engeland wordt op een andere manier gebruikgemaakt van onbemiddelde donoren: in Londen Women’s Clinics, krijgen arme vrouwen die dat nodig hebben gratis ivf (normaal zo’n 2.000 euro) mits ze de zware hormoonkuur ondergaan om ook een betalende onvruchtbare klant eitjes te geven.

Nederland is strenger. Tegen betaling mag het niet, dus de vrouw moet het doen om altruïstische redenen. Ze moet, net als spermadonoren, in de toekomst te vinden zijn voor haar biologische kind. In Spanje is anonimiteit gegarandeerd. Bos: „Er zal bij díe vrouwen later niet een kind op de stoep staan dat ze niet kennen.”

De eicelbank in Utrecht wil dat de donor weet waar ze aan begint. Ze moet al een eigen gezin hebben zodat ze beseft wat ze afstaat. „Een student van 19 hecht misschien niet aan haar eitjes, maar ze beseft ook niet wat ze weggeeft als ze dat doet. En dat het kind later contact kan opnemen.”

Kinderloze vrouwen mogen vanaf hun dertigste doneren. „We gaan ervan uit dat je dan oud genoeg bent om weloverwogen te doneren. Omdat je zelf geen kinderen wilt, bijvoorbeeld, maar een ander wilt helpen.”

Bij de privékliniek Stichting Geertgen in Gemert melden zich elk jaar 1.500 stelletjes. Sommige hebben zaad nodig, anderen juist eicellen. Daar werken ze met een ruilsysteem: lever jij eicellen (na ivf), dan sla je de wachtlijst voor donorsperma over. Hoe ouder de vrouw, des te groter de haast om aan bevruchting te beginnen.

De beroepsvereniging van gynaecologen NVOG sprak zich anderhalf jaar geleden uit tegen die werkwijze. Zij vinden dat vrouwen een te hoge prestatie moeten leveren (hormoonkuur), vergeleken met mannen die zaad leveren. De patiëntengroep is te „kwetsbaar” schreven zij.