Column

Drie hoeraatjes voor de domme spaarder

Oh, wat zijn de markten blij en oh, wat zijn die spaarders dom. Mario Draghi heeft nu definitief de in zijn nek hijgende, inflatiefobische Duitsers binnen zijn Europese Centrale Bank een elleboogje op de neus gegeven en gewoon lekker op zijn Japans-Amerikaans geroepen dat geld nog heel lang plusminus gratis blijft. Natuurlijk niet voor mensen die een hypotheek afsluiten of kleine ondernemers die de nieuwe iPhone willen uitvinden, maar wel voor de banken en al dat andere spul in de financiële sector dat al sinds 2008 chronisch verslaafd vastgeplakt zit aan het geldinfuus van de Europese Centrale Bank.

Zo. Daadkracht. Euro weer een zomer gered. Lekker pasta eten en vakantie vieren in Italië, denkt onze SuperMario.

Grmpf en miljaar!”, denken wij domme spaarders. Want de verliezers van dit gratisgeldfeest zijn wij. De rente op spaarrekeningen was al laag, maar ABN Amro en de Rabobank hebben ’m nog maar wat naar beneden geschroefd – naar 1,3 procent. Bij een inflatie van 2,9 procent verliezen spaarrekeningen elke dag aan waarde, de koopkracht krimpt waar je bijstaat. En als je iets te enthousiast euro’s op de bank zet, kun ook nog eens 1,2 procent vermogensrendementsheffing betalen over elke euro boven de 21.139 euro. De Rabobank noemde sparen deze week dan ook „volstrekt onaantrekkelijk”.

(Dit is het moment waarop de gladde verkoper van financiële stofzuigers roept: „Mevrouwtje, u bent dus een dief van uw eigen portemonnee!” Tip tussendoor: bij de woorden ‘dief van uw eigen portemonnee’ onmiddellijk opstaan en weglopen bij uw financieel adviseur. Daarna komt namelijk een ingewikkeld financieel product op tafel waar u alleen maar slechter van kan worden.)

Nederland verliest extra, want er zijn maar weinig landen met zo’n dikke pensioenspaarpot als wij. Hoe lager de rente, des te groter de problemen daar. Dat gratisgeldbeleid is een onzichtbare belasting die wordt geheven op mensen met een spaarpot, ten gunste van leners. Nou zit de lener en de spaarder vaak in ons allebei. Maar als volk zijn we een nettospaarder. En hebben we er dus alle belang bij dat geld niet gratis is.

Zeker omdat die spaartegoeden maar blijven stijgen. Sinds begin 2010 met zo’n 4 procent per jaar. Daar wordt nogal eens smalend over gedaan. Dat spaargedrag zou duiden op angst, op een overdreven gebrek aan vertrouwen in de toekomst. Maar ik denk: hoera! Leve de nuchtere Hollander. Zijn huis wordt minder waard, zijn pensioen ook. De belastingen gaan omhoog, de koopkracht daalt, zijn baan is minder zeker. Sparen maar, niks mis mee. Niet alleen wij doen dat hoor. Ook de collega’s van Mark ‘geef-uw-geld-toch-uit’ Rutte. Jeroen Dijsselbloem lost bijvoorbeeld zijn hypotheek versneld af omdat zijn huis minder waard is dan zijn hypotheek.

Het zal aan mij liggen, maar ik word daar blij van. Ja, ik weet ook wel dat de economie zou groeien als we meer zouden uitgeven. Maar ik vind het een fijne gedachte dat naast de verliezen die nog boven de banken hangen, naast de steeds grotere geldgok van de ECB, naast de steeds hogere garanties die de overheid afgeeft op iedere Jan, Klaas en Harry die een leninkje nodig heeft, er ook nog gewoon mensen nijver sparen.

Stel dat we ons spaargeld massaal verbrassen? Dan hebben onze banken een nog groter financieringsprobleem. Vanwege dat probleem moeten de pensioenfondsen volgens sommige slimmerds gaan investeren in de hypotheken van de banken, weet u nog? Dus wat nou, geld laten rollen? De banksector zou er een rolberoerte van krijgen.

De prijs van geld klopt niet meer. En dat heeft iets engs. Het betekent dat risico nemen te goedkoop is. Daar krijg je bubbels en kredietcrises van. Dus ik zeg: drie hoeraatjes voor de domme spaarder. We zullen nog veel aan hem hebben.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.