Diepzee nam extra warmte op

Gevonden! Europese en Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt waar de extra warmte terecht kwam die de aarde het afgelopen decennium door het broeikaseffect opnam en die maar nergens zichtbaar werd. De lucht werd niet warmer en de zee ook niet. Althans: niet het zeewater aan de oppervlakte. Het was een probleem dat het raadsel van de ‘missing energy’ is genoemd.

Bij nader inzien blijkt de extra energie die door stijgende concentraties broeikasgassen wordt vastgehouden zich de laatste tijd vooral in de diepzee op te hopen. Dat wordt deze week aannemelijk gemaakt in Geophysical Research Letters. Eerste auteur is Magdalena Balmaseda van het Europese meteorologische centrum ECMRWF in Reading. Veranderde luchtstromingen hebben de warmte gebracht op een plaats waar ze niet direct werd verwacht.

Satellieten meten vanuit de ruimte dat de aarde meer zonne-energie krijgt ingestraald dan zij zelf aan warmte aan het heelal teruggeeft. De vraag is waar het verschil blijft. Smeltend land- en zeeijs neemt maar een beperkte hoeveelheid energie op. Als lucht en zee dan ook niet opwarmen is er een probleem, noteerde Science al (16 april 2010).

Balmaseda c.s. berekenden voor de periode 1959–2009 de warmte-inhoud van de oceanen uit alle betrouwbare oceanografische en meteorologische metingen die in deze periode zijn gedaan. Ze werden als input gebruikt voor een oceaanmodel dat elke 10 dagen aan nieuwe gegevens werd aangepast. De warmte-inhoud van de oceaan werd voor waterlagen van verschillende diepte berekend. Tot aan 1984 leverde het, door gebrek aan voldoende metingen, uitkomsten op met een erg hoge onzekerheid. Daarna worden de resultaten steeds beter, vooral ook dankzij de overweldigende informatie van de duizenden autonome Argo-meetboeien die zich geregeld op eigen kracht naar 2.000 meter diepte laten zakken en later hun metingen naar satellieten seinen.

De waterlaag onder 700 meter diepte blijkt snel op te warmen. Opmerkelijk is dat vulkaanuitbarstingen, zoals die van de El Chichón (1982) en de Pinatubo (1991) en langdurige El Niño-gebeurtenissen een zeer duidelijke invloed op de warmteopname van de oceanen hebben.

Karel Knip