De NSA zoekt naar een speld in een yottabyte

Amerikaanse inlichtingendiensten hebben ruime bevoegdheden. Maar blijven ze daar wel binnen?

Tijdens de Koude Oorlog had de Amerikaanse NSA een eigen afluisterpost in Berlijn. Die is nu vervallen. Foto’s Reuters

De Republikeinse Afgevaardige F. James Sensenbrenner staat bekend om „zijn strikt conservatieve waarden” en „zegt de dingen zoals ze zijn”, staat op zijn verkiezingswebsite. Sensenbrenner (70) was in 2001 een belangrijke voorstander van de USA Patriot Act, de wetgeving om, na 9/11, de bestrijding van terrorisme te vergemakkelijken. Nu zegt hij opnieuw waar het op staat: ‘Big Brother’, of beter, ‘Big Government’ van president Barack Obama is te ver gegaan. „Hoe kan het dat de telefoongegevens van zoveel onschuldige Amerikanen relevant zijn voor opsporingswerk?”

Sensenbrenner is niet het enige Congreslid dat is wakker geschud door de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden over het op grote schaal verzamelen van telefoon- en internetdata. Democraat Ron Wyden, lid van de inlichtingencommissie van de Senaat, had afgelopen maart – voor de onthullingen van Snowden – al een aanvaring met James R. Clapper, hoofd van de gezamenlijke Amerikaanse veiligheidsdiensten, over de vraag of er „miljoenen dossiers” van burgers zijn aangelegd. Nu uiten Wyden en andere Congresleden hun scepsis over de effectiviteit van het verzamelen van zo veel gegevens voor het traceren van echte terroristen. En ze bekritiseren de privacyschending van de burgers.

De vraag is of de opwinding zal leiden tot ingrijpen in het inlichtingenapparaat, met name in de werkwijze van de National Security Agency (NSA), de spin in het web bij het onderscheppen van buitenlandse communicatie. Of tot verscherping van het toezicht door de geheime rechtbank (Foreign Intelligence Surveillance Court, FISC) die de NSA het mandaat geeft voor het scannen van metadata. Eind 2005 onthulde The New York Times het ‘Terrorist Surveillance Program’, een al in 2002 door president George W. Bush geautoriseerd NSA-programma om binnen de VS internationaal telefoon- en e-mailverkeer te monitoren op ‘dirty numbers’ van Al-Qaeda. Dat gebeurde zonder de vereiste rechterlijke toestemming van de FISC.

Er volgden geen strafmaatregelen tegen de NSA. Met instemming van het Congres werden wel de spelregels verscherpt van de Foreign Intelligence Surveillance Act, het wettelijk kader waarbinnen de NSA opereert. Voor onderzoek naar Amerikaanse verdachten (dat raakt aan het werkterrein van de FBI) moet de FISC voor elk geval apart toestemming geven. Maar voor het in kaart brengen van de ‘hooibergen om spelden te vinden’, voldoet globale, voorafgaande instemming van de FISC. Bij het door Snowden onthulde PRISM-programma (voor het scannen van internetverkeer) en het vastleggen van telefoondata is het criterium dat de personen die in de gaten worden gehouden zich in het buitenland moeten bevinden.

In de praktijk hanteert de dienst een te ruime interpretatie van de wet. Daarop althans duiden de onthullingen van Snowden. Maar niemand buiten een kleine kring binnen de inlichtingenwereld die het echt weet. De praktische handleidingen van de NSA zijn geheim, net als de uitspraken van de toezichthoudende FISC. Dat maakt controle moeilijk.

„Zonder toegang tot deze informatie kan geen betekenisvol debat plaatsvinden over de praktische uitvoering van deze wetten”, schreef een groep van zestien Afgevaardigden vorige week aan de FISC. Slechts een select groepje Congresleden wordt regelmatig geïnformeerd. Maar ook zij zijn gehouden aan geheimhouding. En het is twijfelachtig of zij alle details te horen krijgen.

Met hun brief ondersteunden de zestien Afgevaardigden, Democraten én Republikeinen, een verzoek van een aantal burgerrechtengroepen aan de FISC om meer openheid – zonder dat operationele details worden weggegeven. De Foreign Intelligence Surveillance Act werd in 1978 ingevoerd onder president Jimmy Carter, om de illegale telefoontaps onder diens voorganger Richard Nixon in de toekomst te voorkomen. Door de digitalisering van de communicatiestromen, die voor een groot deel via de VS lopen, zijn ook de onderscheppingsmogelijkheden grenzeloos geworden. „Door recente onthullingen over de brede surveillanceprogramma’s zijn fundamentele vragen gerezen over de veiligheid en vrijheid van Amerikanen”, schrijven de Afgevaardigden.

Die laatste toevoeging is belangrijk. De bezorgdheid van het Congres betreft het bespioneren van Amerikaanse staatsburgers, niet het bespioneren van bijvoorbeeld Duitse burgers, zoals Der Spiegel vorig weekeinde meldde. En ook niet het afluisteren van het vergadercentrum van de EU in Brussel en ambassades wereldwijd. IJkpunt voor álle Amerikaanse politici is het Vierde Amendement van de grondwet: „Het recht van de mensen om veilig te zijn in hun persoon, huizen, documenten en bezittingen tegen onredelijke doorzoekingen en inbeslagnames zal niet worden geschonden.” Dus wie geen Amerikaan is, geniet die bescherming niet.

Het mandaat van de NSA reikt een stuk verder dan het Vierde Amendement. Het belangrijkste werkterrein van de grootste buitenlandse inlichtingendienst ter wereld, met tienduizenden medewerkers, ligt per definitie in het buitenland. NSA-baas Keith Brian Alexander werd drie jaar geleden ook commandant van het US Cyber Command, de organisatie die de VS ‘pro-actief’ moet verdedigen tegen digitale aanvallen.

Nog een belangrijke organisatie in het ‘spionagerijk’ van generaal Alexander is de Special Collection Service (SCS). Codenaam F6. Er hangt geen naambordje op het hoofdkwartier in Beltsville, zo’n 25 kilometer van de NSA-basis in Fort Meade (bij Washington). F6 is een joint venture van de NSA en de CIA. Hier komen data-analyse en mankracht samen – want iemand moet toch het vuile werk doen en afluisterapparatuur aanbrengen in buitenlandse ambassades en op strategisch gelegen plekken.

De SCS-technici zorgden er bijvoorbeeld voor dat de villa van Osama bin Laden in Abbottabad, Pakistan, in de gaten kon worden gehouden. Vermoed wordt dat zij ook de microfoontjes aanbrachten in het Justus Lipsiusgebouw van de EU in Brussel, toen dat werd gerenoveerd. Volgens Der Spiegel werden de Europese bewegingen in het centrum van Brussel in de gaten gehouden vanuit de Amerikaanse vertegenwoordiging op het hoofdkwartier van de NAVO.

Tegenover dat complex verrijst momenteel nieuwbouw. Dikke kans dat Amerikaanse geheim agenten de bouwtekening tot in detail bestuderen. Dat behoort immers tot het elementaire handwerk van een buitenlandse inlichtingendienst – niet te vergelijken met het illegaal afluisteren van eigen burgers.