Damesbillen van postelein

Thuiskok lust postelein rauw, maar gestoofd heeft de groente ook zijn charmes.

Vergis ik me of keert de postelein terug in de belangstelling? Bij vergeten groenten denk je altijd aan groenten met middeleeuws klinkende namen als ‘eeuwig moes’ of ‘heilige boontjes’, groenten waarvan je verwacht dat ze heel interessant zullen smaken. Niet aan groenten waarvan iedereen blij is dat ze dood en begraven zijn, en waarvan niemand hoopt dat ze zich ineens weer op het bord zullen bevinden. Postelein klinkt naar zuur snot in maïzenasaus.

Oh huishoudscholen! Oh vroegere moeders! Wat hebben jullie toch met de groenten huisgehouden!

Postelein is hartstikke lekker, ik zeg het meteen maar en bewaar dit niet als frappante uitkomst van een stuk vol vooroordelen en halve herinneringen. De laatste jaren zag je op biologische groentestallen en in natuurwinkels alweer veel winterpostelein, die een populaire gast was in een wintersalade. Maar nu is ook de zomerpostelein weer aanwezig en die is eigenlijk nog veel smakelijker, want uitgesprokener en iets dikker van structuur. Postelein is een beetje zurig, dat maakt hem zo lekker, en enigszins vlezig. Waar las ik nu dat postelein vergeleken werd met damesbillen? Oh ja, bij Jane Grigson in haar Groentekookboek. Het schijnt dat ze in Malawi postelein iets noemen dat betekent ‘billen van de vrouw van een leider’. Jane Grigson zegt dat ze daardoor de structuur van postelein beter onthoudt. Postelein is redelijk onmiskenbaar met zijn dikke blaadjes en dunne witroze steeltjes.

Dat ’ie weer populair wordt, dacht ik te kunnen afleiden uit de bakjes met postelein bij de supermarkt in het naburige dorp. Aan de andere kant – dat kan ook betekenen dat de postelein op het platteland nog geen vergeten groente is, dat ’ie alleen maar jarenlang uit de herinnering verdwenen was. Want zo modieus is de supermarkt niet, de veel hippere snijbiet heb ik er nog nooit gezien. Die was ook tientallen jaren volmaakt onvindbaar, maar sinds een paar jaar wordt elke boerenmarkt en biogroentestal opgefleurd door grote bossen snijbiet, liefst in vele kleuren. Hoe vrolijk staan die rode, groene, gele, witte nerven! Yotam Ottolenghi is ook een verklaard voorstander en liefhebber van de snijbiet, zoiets zal ook wel helpen. Snijbiet is lekker, steviger dan spinazie en met een andere, wat grondigere smaak, ‘aards’ heet dat tegenwoordig en dat is eigenlijk wel een sympathieke benaming. Gronderig klinkt nogal zompig.

Uiteraard was ik, net als bijna iedereen, behept met vooroordelen jegens de postelein en ik was dus van plan om hem klaar te maken via de gevaarloze methode: rauw in de stamppot.

Iemand die ik erover sprak, riep dat ook meteen: „Rauw eten! Onder geen beding koken!” Omdat dat blijkbaar de algemene intuïtie is met postelein, vond ik dat ineens ook weer een beetje laf. Wat wéét je nu helemaal van een groente als je er niets anders mee gedaan hebt dan hem door de stamppot stampen?

Daarom keek ik dus bij Jane Grigson. Daar stond een recept voor fattoush, de Midden-Oosterse salade van groente en brood, waarin je prima postelein kon doen. Rauw. Dus dat deed ik niet. En er stond een recept voor een soep van postelein en doperwten, van Franse oorsprong. Maar ik had geen doperwten en geen zin in soep.

Toch inspireerde dat gerecht wel, door de manier waarop de postelein werd gestoofd voor hij soep werd. En toen ik in Angélique Schmeinks Smaakvrienden keek, een boek dat altijd inspiratie geeft, zag ik daar bij postelein het woord ‘aardappel-olijfoliemousseline’ staan. Meteen het boek weer dichtgeslagen – ik wist genoeg!

Dus de tuin ingegaan, wat kruiden geplukt, aardappelen geschild, en gestoofde postelein met aardappel-olijfoliemousseline gemaakt.

Nu ja! Zoiets heerlijks! Zoiets onweerstaanbaars! Zoiets onvergetelijks!

Koekjes

Dus nu ben ik er helemaal van, van postelein. Ineens stormen de ideeën helemaal vanzelf op me af. Gestoofde postelein met doperwten uiteraard. Maar ook postelein bij de vis, posteleinkoekjes (Ottolenghi heeft een recept voor snijbietpannekoekjes die in posteleinpannekoekjes kunnen veranderen). Postelein met zoete aardappel en limoenboter. En de postelein is – dat is nu niet laf meer om te vinden – ook rauw heel goed, in salades. En door zijn licht zure smaak heel lekker bij gestoofde peulvruchten.

Je moet er wel véél van kopen, want zoals alle bladgroenten is ook postelein geneigd tot slinken.

En verder zet het je aan het denken dat alle bladgroenten in gestoofde vorm hun charmes hebben. Kropsla bijvoorbeeld, neem die harde buitenste bladeren die minder graag in de knapperige salade gaan. Ook alweer een aardse smaak, die zich prima laat combineren met kleine nieuwe erwtjes en tuinboontjes, of met stukjes gestoofde wortel. Klontje boter erbij… Of een scheutje room…

Na een vakantie ben je tijdelijk weer even bevrijd van alle schuldgevoelens rond eten. Als je in Frankrijk bent, eet je gewoon en denk je niet aan e-nummers, obesitas, frisdranken met een kilo suiker erin en dergelijke. En ik geloof trouwens dat je, als je veel groenten eet en weinig vlees en weinig verpakte dingen als koekjes en ijsjes en chips enzovoort helemaal niet zo enorm bedreigd wordt door te veel vet. Beter een klontje boter of een dotje mascarpone in de stamppot dan een zakje chips.

Enfin, waarom heb ik het daarover? Ik ga nog weer wat heerlijke posteleinschoteltjes maken.