Britten juichen voor Argentijnse ' Del Boy'

Del Potro ging in de halve finale heroïsch ten onder tegen favoriet Djokovic. De Argentijn stal de harten van het publiek.

Juan Martin Del Potro, vermoeide reus, leunend op zijn racket. Lopen leek eigenlijk al te veel gevraagd nadat hij in zijn derde rondepartij knie en enkel blesseerde bij een schuiver en in de kwartfinale tegen David Ferrer nog eens dezelfde linkerknie overstrekte bij een akelige sliding in de eerste game. Oh, en hij had vorige maand nog Roland Garros moeten laten schieten door problemen met de ademhaling als gevolg van een virus.

Dan is vier uur en drie kwartier beuken tegen de elastieken Novak Djokovic, in on-Engelse temperaturen van boven de vijfentwintig graden, gekkenwerk. De Argentijn capituleerde bij het derde matchpoint in een halve finale waarin hij het Wimbledon-publiek evenveel met cabaret vermaakte als met zijn crosscourt geslagen klappen met de forehand. Na de partij (7-5, 4-6, 7-6, 6-7 en 6-3) klaterde het applaus van de tribune op het centercourt.

Na een van zijn vele mislukte video-challenges gooide hij de bal richting het scherm als een kleuter die zijn zin niet kreeg – teleurgesteld in de technologie en zijn beoordelingsvermogen. Toen de bal voor de zoveelste keer via de netband aan de verkeerde kant viel, dropte hij eigenhandig de bal waar deze wel had moeten landen. De toeschouwers – „c’mon Del Boy!” – omarmden de 24-jarige Argentijn die al zoveel had moeten doorstaan dit toernooi, maar gek genoeg nog geen set had verloren.

Het man-tegen-mangevecht tussen de nummer één van de wereld en de onvermoede winnaar van de US Open in 2009, Del Potro, had veel in zich om tot een van de klassiekers op het Londens gras uit te groeien. Terwijl het publiek in afwachting was van de andere halve finale tussen Andy Murray en Jerzy Janowicz, werd de eerste halve finale vrijdagmiddag zoveel meer dan een voorprogramma.

Sinds zijn smak in de openingsgame van de kwartfinale had Del Potro, met ingezwachtelde linkerknie, het doorglijden op gras gelaten voor wat het was. Moedeloos makend was daarom ook de glijdende spreidstand waarmee Djokovic bij elke scherpe slag zijn enkelbanden riskeerde om de bal terug te brengen – en daarin vaak nog slaagde ook. „Ik moet de bal de volgende keer harder slaan met mijn forehand”, zei Del Potro onderkoeld tijdens de persconferentie na afloop. Gegrinnik in de zaal, want het ging al verschrikkelijk hard.

De eerste drie sets waren telkens in evenwicht tot op het einde steeds een van de gladiatoren een hogere versnelling vond. Eerst Djokovic, daarna Del Potro, toen weer Djokovic. De als achtste geplaatste Argentijn zocht de lijnen op, maar ging er vaak over heen met zijn groundstrokes. Dat zijn zijn favoriet klappen, die hij wegens zijn lengte (1 meter 98) hard en vlak zonder topspin over het net kan jagen.

In de tie-break van de vierde set mocht Djokovic op zijn eerste matchpoint serveren, maar na een mislukte lob waren de kansen gekeerd. De twee punten op zijn eigen opslag benutte Del Potro met grote overtuiging.

Het momentum leek aan het begin van de vijfde set richting Del Potro te schuiven. Voor iemand van zijn postuur verkwiste hij gedurende de partij bedroevend veel smashes, terwijl Djokovic feilloos was aan het net met keurige stopvolleys. Maar dat alles veranderde ineens in de beslissende set. Nu was het de Serviër die tegen het net sloeg. Zelfs een challenge pakte goed uit voor Del Potro. En de frustratie droop van het gezicht van Djokovic, radeloos over nog zoveel loopvermogen bij zijn tegenstander.

Maar Del Potro moest diep in zijn reserves tasten, veel meer dan de topfitte Serviër. Het werd steunen en kreunen. Een bal in het net, een forehand te fors geraakt. Del Potro’s service werd gebroken op 4-3 en vanaf dat moment zat Djokovic in een zetel. Del Potro, die zijn eerste halve finale op Wimbledon speelde, ging onder ovationeel applaus van de baan.

Analisten waren het er na de partij over eens dat de Argentijn in de toekomst opnieuw een grandslam zal winnen. Tot de Brit Murray zich vorig jaar met zijn titel op de US Open definitief bij de ‘grote drie’ schaarde, was alleen Del Potro er de afgelopen acht jaar in geslaagd een grandslamtitel af te snoepen van Roger Federer, Rafael Nadal en Novak Djokovic. Echt aanhaken bij de elite lukte daarna niet, door een slepende polsblessure en het hoge niveau van de topspelers.

Een Britse journalist legde de Argentijn na de wedstrijd uit wie Del Boy is, een van de karakters uit de BBC-serie Only Fools and Horses. Een aimabele vent, een pretentieuze sjacheraar die van alles bedenkt om tot de upperclass door te dringen – maar daar consequent in faalt.

Del Potro moest lachen.