Zeedrift om van te smullen: kamikaze, vuilnis en zen

Ruth Ozeki: Een tijdelijke vertelling. Vert. Bert Meelker. Anthos, 480 blz. € 19,95****

‘Hoi! Mijn naam is Nao, en ik ben een tijdswezen. [...] Een tijdswezen is iemand die in de tijd leeft, en dat wil zeggen jij en ik en iedereen die bestaat, of heeft bestaan of ooit zal bestaan.’

Met die woorden begint het dagboek van een Japanse tiener, ogenschijnlijk geschreven in de laatste weken voor een geplande zelfmoord. Het dagboek wordt door de Canadees-Amerikaanse schrijfster Ruth Ozeki aangetroffen in een Hello Kitty-lunchtrommel, aangespoeld op een Canadees strand. De trommel bevat ook enkele handgeschreven brieven en een antiek polshorloge.

De zeedrift is mogelijk door de Japanse tsunami van 2011 mee gesleurd, of eerder al door het meisje te water gelaten. De tiener Nao richt zich in de dagboektekst bewust tot de vinder, en impliceert – of beter: creëert – een intieme relatie tussen twee mensen die gescheiden worden door een oceaan, de tijd, en misschien zelfs de dood. Iets wat literatuur, in welke vorm dan ook, uiteindelijk beoogt.

Ruth Ozeki’s lijvige Een tijdelijke vertelling vertelt in afwisselende hoofdstukken over Nao’s leven en over Ruths pogingen de waarheid achter de vondst te ontsluiten. Nao was gelukkig toen haar vader in Silicon Valley werkte, maar na een gedwongen terugkeer naar Japan wordt ze gruwelijk gepest door klasgenoten. Ze is gevangen tussen culturen en ervaart haar leven als uitzichtloos. Hetzelfde geldt in zekere zin voor de vrijwel tot stilstand gekomen Ruth: dochter van een Japanse moeder en blanke vader, een grotestadsmens verdwaald op een desolaat eiland, een schrijfster die nauwelijks nog schrijft.

Nao verwijst met haar dagboekvorm naar de Japanse traditie van de (vermeend) confessionele Ik-roman. Het is haar stem die het duidelijkst klinkt, al is het een stem die uit Ozeki komt. Het boek stelt voortdurend vragen over de aard van literatuur en werkelijkheid. Daarbij put Ozeki uit uiteenlopende bronnen: van de kwantummechanica tot het zenboeddhisme.

Kan iets tegelijk bestaan en niet bestaan, zoals Schrödingers kat, het bekende gedachte-experiment uit de kwantummechanica, lijkt te suggereren? En wie wekt wie tot leven: de schrijver het personage, het personage de schrijver, of beiden de lezer, en de lezer beiden?

Het is begrijpelijk dat Ozeki, die naast schrijver ook filmmaker en boeddhistisch priester is, daarmee nu meer bezig is dan in het verleden. Er zit tien jaar tussen haar vorige roman All over Creation en dit boek, een decennium waarin de schrijfster worstelde met een writer’s block en onvoltooide memoires.

De ideeënrijkdom van Een tijdelijke vertelling – dat in het Engels de meer gelaagde titel A Tale for the Time Being draagt – is de voornaamste troefkaart. Waar lees je én over kamikazepiloten, én over pestcultuur, én over het vuilniseiland in de Grote Oceaan, én over zenboeddhisme, én over literatuurgeschiedenis? Consequent wordt de tijd gethematiseerd.

Nao (spreek uit: ‘Now!’) schrijft, in een ‘gehackte’ versie van Prousts À la recherche du temps perdu, over zichzelf en over haar ogenschijnlijk van de tijd losgeweekte overgrootmoeder Jiko, een voormalig feministisch-anarchistisch schrijfster die, 104 jaar oud, in een tempel op een berg woont. Ozeki verwees in een interview naar 9/11 en de tsunami, die beide in het boek een rol spelen. ‘Je idee van wat tijd en ruimte betekenen schudt op zo’n moment op de grondvesten.’ De tijd breekt letterlijk in stukken, in voor en na. Het weefsel van de kosmos ontrafelt.

Natuurlijk, een boek dat zo volgepropt is met thema’s, ideeën, feitjes en bespiegelingen slaat wel eens een valse noot aan. Soms is Ozeki de maatvoering even kwijt, met name in de meer surreële scènes. Maar het is haar direct vergeven. Wat overheerst is het gevoel dat je met je hand in een literaire snoeptrommel zit te graaien. Een tijdelijke vertelling doet alles wat je van een roman hopen mag: uitdagen, ontroeren, verrijken.