Ze wilden 'm echt heel graag hebben

redacteur kunst

Het stond al jaren bovenaan het lijstje van werken die het Rijksmuseum uit alle macht wil verwerven: De ontdekking van Amerika van de Haarlemse 16de-eeuwse schilder Jan Mostaert. Na zes jaar is dat gelukt en is het doek, een van de belangrijkste stukken uit de collectie die Nederland in 2006 heeft teruggegeven aan de erfgename van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker, terug in Nederland.

De prijs wordt niet bekendgemaakt, maar directeur Wim Pijbes noemt het „de grootste aankoop die ik als directeur heb gedaan”. Op de kunstbeurs Tefaf werd het schilderij onlangs aangeboden voor bijna 11 miljoen euro.

Het werk van Mostaert hing tot 2007 in het Frans Halsmuseum in Haarlem, maar moest, nadat de regering in 2006 na een juridische strijd besloot 202 door de nazi’s geroofde werken op morele gronden terug te geven, worden afgestaan. Meteen al werd er in de kunstwereld voor gepleit dit stuk te behouden.

De Haarlemse meester Jan Jansz. Mostaert (ca. 1474-1553) is een van de eerste Noord-Nederlandse schilders wiens naam bekend werd. Dat is voornamelijk te danken aan de uitvoerige biografie die Karel van Mander opnam in zijn Schilder-boeck uit 1604. Mostaert maakte vooral portretten en altaarstukken.

Hij was in de eerste helft van de zestiende eeuw de belangrijkste schilder in Haarlem. Na zijn dood raakte hij in de vergetelheid, maar rond 1900 kwam er herwaardering voor zijn werk.

Er worden zo’n dertig tot veertig schilderijen aan Mostaert toegeschreven. De ontdekking van Amerika, in 1909 gevonden in een particuliere collectie, wordt gedateerd op ca. 1550. Daarmee is het een van de laatste werken die Mostaert schilderde.

Het schilderij toont de eerste ontmoetingen van Spaanse ontdekkingsreizigers met indianen. Mostaert baseerde zijn schilderij vermoedelijk op verslagen die de Spaanse ontdekkingsreiziger Francisco Vásquez de Coronado rond 1540 aan keizer Karel V stuurde. Mostaert was op dat moment in Mechelen hofschilder van Margaretha van Oostenrijk, Karels tante, en zou in dat milieu de verhalen over Amerika gehoord kunnen hebben.

Het paneel is een van de vroegste verbeeldingen van de Nieuwe Wereld. De rotsformaties zouden de pueblogrotten van de indianen in New Mexico kunnen voorstellen. Helemaal natuurgetrouw is het schilderij niet: de ossen, geiten en schapen die in het rotslandschap rondlopen, kwamen destijds nog niet in Amerika voor, en de naakte ‘inboorlingen’ die met speren en bogen zwaaien zijn duidelijk blank. De ontdekking van Amerika toont vooral hoe Europeanen dachten over inheemse bevolkingsgroepen.

Met de verwerving van de Mostaert zijn de meeste werken die Nederland wilde behouden terug in Nederlandse musea. Het schilderij is per direct in het Rijksmuseum te zien. Er zal een bordje bij komen te hangen ter herdenking aan Jacques Goudstikker. „Die geste verdient hij”, zegt Pijbes. „Goudstikker was voor de oorlog een fenomeen in een periode dat de internationale kunsthandel bloeide en Amsterdam daarin een draaischijf was. Het is bovendien een ode aan de belangrijke Joodse kunsthandel die door de oorlog geheel verdween.”