Wie meespeelt met het spel raakt besmeurd

Barney Agerbeek: Schaduw van schijn. Batavia, Rotterdam, Jakarta. In de Knipscheer, 160 blz. € 19,50***

Nog altijd zien we het voormalige Nederlands-Indië terug in de literatuur. Een zin als de volgende kan alleen maar voortkomen uit die inmiddels vier eeuwen oude traditie: ‘De Hollanders noemen de Preanger “de tuin van Java”. Die naam suggereert dat het een soort paradijs is. Dat was het ook wel, zeker voor ons als kinderen, al moeten we niet overdrijven. [...] Van het oorspronkelijke halfopen natuurlijke landschap is weinig meer over.’

Deze observatie staat in de roman Moerta van Jacob Vis (1940). In enkele woorden legt de auteur de kern bloot van deze traditie: het gaat over Hollanders die een paradijselijke sensatie ondergaan in Indonesië, al is dit paradijs zo goed als verloren. Ook in de verhalenbundel Schaduw van schijn van Barney Agerbeek (1948) speelt het voormalige Indië een grote rol. In de ondertitel Batavia * Rotterdam * Jakarta bestaat Batavia niet meer, maar toch speelt die naam in de herinnering van oud-Indiëgangers een cruciale rol. Agerbeek kijkt met verwondering én scepsis naar het oosten. In zijn visie staat er een ‘hek’ om de oosterling waar de westerling buiten blijft.

Agerbeek werkte als bankier in Indonesië. In die hoedanigheid gunt hij de lezer een blik op de huidige Indonesische maatschappij met zijn ingewikkelde sociale verhoudingen. Hoogtepunt is het verhaal ‘Schijnbewegingen’, waarin hij de corruptie onder de loep neemt. Als bankier beweegt hij zich in de hoogste kringen en komt daar corruptie en vriendjespolitiek tegen. Wie in Indonesië wil overleven, moet meedoen aan een ‘schimmig poppenspel’. Een mooie scène, die over zijn bediende Ahmet, legt dit poppenspel bloot. Hij bewaakt Agerbeeks familiewoning aan de rijke zuidzijde van Jakarta. Op een keer rijdt Ahmet hun limousine total loss tegen de gemetselde entreepoort, ook geheel aan gruzelementen. Meteen daarop, zonder Agerbeeks toestemming, hebben Ahmet en zijn vriendjes een nieuwe poort gebouwd. Dit zou reden tot ontslag kunnen zijn, maar Ahmet is zijn baas te snel af. Nu kan Agerbeek zijn bediende niet zonder gezichtsverlies ontslaan. Het lijkt futiel, maar in Indonesische verhoudingen tussen oosterlingen en westerlingen is zo’n situatie typerend. Zelfs rondom een vertrouwde bediende staat een ‘hek’. Agerbeek besluit dat het land ongeschikt is voor een permanent verblijf: ‘Wie lange tijd met het schimmige poppenspel meespeelt, raakt erdoor besmeurd. Zelfs op afzijdigheid staat een prijs.’

De greep van thrillerschrijver Jacob Vis in de roman Moerta is groter. Hij maakt zijn Javaanse grootmoeder Moerta Tjondronegoro hoofdpersoon in een bewogen koloniale periode van eind 19de en begin 20ste eeuw. Moerta is in verschillende opzichten bijzonder: ze is de eerste inlandse arts met Nieuw-Guinea en Sumatra’s oostkust als standplaatsen. Dankzij haar studie en werkzaamheden ontwikkelt zij een eigenzinnige visie op de koloniale maat schappij. Als inlandse voelt ze zich verbonden met de vrijheidsstrijd van haar landgenoten, maar ze beseft tevens de waarde en betekenis van het Nederlandse gezag.

De roman bestaat uit brieven die Moerta tot haar dochter richt. Vis presenteert de brieven als echt, maar ze zijn van a tot z verzonnen. De schrijver put wel uit documentaire bronnen, onder meer een proefschrift over opleiding en beroepspraktijk van inheemse artsen. Fictie en historische en autobiografische bronnen zijn geraffineerd verweven.

Een keerpunt komt als Moerta haar medische roeping inzet om inlandse nationalisten te helpen. Een blanke rechtbank beschuldigt Moerta van terrorisme. In indringende scènes laat Vis het loyaliteitsconflict van Moerta zien. Ze bekent: ‘Ik stond ‘s avonds in mijn huisje voor de spiegel en praatte hardop met mezelf: “Waar hoor jij bij? Ben jij een bruine blanke of een blanke bruine?”’ In deze vraag ligt besloten wat beide boeken bijzonder maakt: het gaat op onuitputtelijke wijze over de spanning tussen oost en west. Deze spanning is niet voorbehouden aan de blanken in Indonesië, het tekent ook de levens van de oosterlingen.

Jacob Vis: Moerta. Conserve, 372 blz. € 19,99 ***