Wat doen ze met de Goelag, en met Stalin?

Geïnspireerd door Nederland begint Rusland zijn eigen geschiedeniscanon. De vraag is hoe onpatriottisch die mag zijn.

Het worden geen vijftig vensters. Daar past de geschiedenis van het grootste land ter wereld niet in. Maar het project dat deze week in Rusland van start ging is wel direct geïnspireerd op de canon van Nederland. De ‘Historisch-Culturele Standaard’ is een overzicht van gebeurtenissen, personen en jaartallen die ieder Russisch kind hoort te kennen. Het moet de basis worden van een nieuwe centrale geschiedenislesmethode die president Poetin heeft verordonneerd.

„De lesboeken moeten binnen een centraal concept van de continuïteit van de Russische geschiedenis worden ontworpen, er moet een samenhang zijn tussen al haar etappes, en achting jegens iedere bladzijde van ons verleden”, zei de president in februari. Dat klonk onheilspellend. In toespraken tot de natie memoreert Poetin graag wapenfeiten uit het Sovjet-verleden: de eerste mens in de ruimte, de overwinning op nazi-Duitsland. Hij vindt dat Russen weer trots moeten zijn op hun land.

Maar is er met al die achting straks nog ruimte om te vertellen over misstanden uit de Sovjet-geschiedenis? Over Goelagstrafkampen? Etnische zuiveringen? Showprocessen? Propagandaleugens? En hoe komt hoofdrolspeler Jozef Stalin (1878-1953) in de geschiedenisboekjes?

Besloten werd dat er eerst een ‘centrale conceptie’ moest komen, waarop de nieuwe schoolboeken worden gebaseerd. Dat werd de Historisch-Culturele Standaard, samengesteld door een commissie van historici en politici.

Bij het maken ervan is onder meer gekeken naar de Nederlandse canon, die rond 2005 werd ontwikkeld, toen men zich in Nederland ook afvroeg wat de bevolking eigenlijk samenbindt en -houdt.

„Nederland was een aantrekkelijk voorbeeld voor ons, juist vanwege de concrete opsomming van belangrijke personen en gebeurtenissen”, zegt Andrej Petrov, secretaris van de Russische Geschiedenisvereniging en een van de inhoudelijke krachten achter het initiatief. „Die waren bij ons ook nooit officieel expliciet benoemd.”

Op de Nederlandse canon met vijftig plaatjes lijkt de lange Russische lijst met honderden namen, jaartallen en gebeurtenissen nog niet. „Maar er komt misschien nog een Twitterversie van”, aldus Petrov. De commissie maakte daarnaast een overzicht van 31 ‘moeilijke vragen’ – onderwerpen die gevoelig liggen. Het ontstaan van Rusland, de opkomst van Moskou, het beleid van Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote, Stalin, Chroesjtsjov en Brezjnjev – onze hele geschiedenis is kennelijk een moeilijke vraag, concludeerde een krant.

Van Nederland gekopieerd noemt Petrov verder het betrekken van het publiek bij het bepalen van de consensus over het eigen verleden. „Bij jullie duurde de maatschappelijke discussie twee jaar. Wij hebben twee maanden.” De zomervakantie. Op een website kan het publiek sinds deze week likes en commentaar achterlaten. In september worden de reacties besproken, in het najaar gaan de schoolboekenmakers aan de slag.

De commissie doet enkele onderwijskundige aanbevelingen. Bijvoorbeeld dat er meer aandacht komt voor gewone mensen. Dat er meer is dan het Moskouse perspectief: de ‘etnoculturele’ kijk. Maar ook: „dat de patriottische basis van de standaard Russische kinderen moet leren om trots te zijn op hun land”.

Geschiedenislerares Joelia Koesjnerjova weet niet wat ze van al die verschillende suggesties moet vinden. Want hoe rijm je dat met elkaar: patriottisme én een ‘etnoculturele’ kijk? „Er lijkt een soort richtingenstrijd gaande”, zegt ze.

Zelf geeft Koesjnerjova les op een voor Russische begrippen ongewoon Moskous gymnasium, waar de nadruk niet ligt op kennisoverdracht, maar leerlingen nadrukkelijk worden aangezet tot zelfstandig nadenken. Tijdens de geschiedenislessen is er veel aandacht voor duiding en interpretatie.

De huidige verplichte lesboeken bestaan uit lange teksten om uit het hoofd te leren. „Na het uiteenvallen van de Sovjetunie is er alleen maar meer informatie aan toegevoegd, met nog minder tijd om ergens over te discussiëren”, vertelt Koesjnerjova, die al ruim twintig jaar in het vak zit.

De lerares moet bovendien grote moeite doen om te laten zien dat de Russische en buitenlandse geschiedenis met elkaar verbonden zijn. In Rusland zijn het twee aparte schoolvakken, met boeken die niet op elkaar aansluiten. „Generaal Soevorov gaat in het lesboek Vaderlandse geschiedenis te paard de Alpen over. Maar hij komt nooit aan in het lesboek Buitenlandse geschiedenis”, zegt de juf,

De behoefte aan stroomlijning van de onderwijsmethode die Koesjnerjova voelt, bestaat bij de meeste van haar vakgenoten. Maar is dat wat president Poetin bedoelde toen hij verklaarde dat de nieuwe boeken „geen interne tegenstellingen mogen hebben en niet voor dubbele interpretaties vatbaar mogen zijn”? Het zal duidelijker worden zodra bekend is wat in de nieuwe lesmethode de status wordt van Stalin, de meest controversiële figuur uit de recente Russische geschiedenis.

Veel oudere Russen hebben nog geleerd dat Stalin de held is die de Grote Vaderlandse Oorlog won. Hooguit heeft hij zich op een gegeven moment met de verkeerde mensen omringd.

In de nu gepubliceerde Standaard wordt ‘Stalins repressie’ opgesomd als te leren feit, onder de jaren 1937 en 1938. Ook het Molotov-Ribbentroppact, waarin Stalin en Hitler afspraken elkaar niet aan te vallen, staat genoemd. Maar wat en hoeveel er precies over gezegd zal worden, is nog onduidelijk. De Goelag wordt een symbool van stalinisme genoemd. „Weghalen”, luidt een commentaar daarop, op de nog weinig levendige discussiewebsite.

Volgens Andrej Petrov is de angst dat Stalin ook aan de jongere generaties als held zal worden gepresenteerd, ongegrond. „De wetenschap is het erover eens dat onder Stalin fouten zijn gemaakt. En scholieren moeten dat ook leren”, meent hij. „Maar dat neemt niet weg dat in 1943 de economie alweer groeide, en dat dankzij de industriële inspanningen de oorlog kon worden gewonnen.”

Mogelijk is de informatie uit de Standaard niet het enige wat scholieren over Stalin zullen leren. De militair-historische vereniging, die president Poetin dit jaar zelf heeft heropgericht, komt naar verwachting met een speciaal lesboek over de oorlog. De club heeft als expliciet doel het beeld van eendrachtige heldhaftigheid levend te houden.

De voorzitter van deze vereniging is de minister van Cultuur, tevens lid van Verenigd Rusland, de regeringspartij die vorige week nog een wetsvoorstel indiende dat kritiek op de daden van Stalins Rode Leger tijdens de oorlog verbiedt.

Is de kans niet groot dat er na twee maanden van democratische inspraak straks gewoon schoolboeken komen die zijn opgesteld overeenkomstig de (veronderstelde) smaak van het huidige, patriottische landsbestuur? Andrej Petrov is er niet bang voor. „Hoe het ook afloopt, dit is een uniek project voor Rusland, dat nog maar twee decennia een democratie is. Er komt nu een openbare, maatschappelijke discussie over de eigen geschiedenis. Niemand zal achteraf kunnen zeggen: ze hebben ons er niet bij betrokken.”