Waarom schendt Rabo haar beloningsregels?

De zogeheten retentiebonussen van maximaal 33 miljoen euro, die de Rabobank betaalt om het topkader van dochter Robeco aan hun werkgever te binden, zijn een vorm van legale, althans niet expliciet wettelijk verboden omkoping.

De groep van 53 mensen moest omgekocht worden om niet te vertrekken tijdens het verkoopproces van vermogensbeheerder Robeco. In de loop van 2012 besloot de Rabo tot verkoop. Robeco was niet langer noodzakelijk voor de strategie van een financiële supermarkt. Maar de opbrengst van de verkoop is ook cruciaal voor de Rabobank. Én voor Nederland.

De Rabo is een coöperatieve bank, zonder beursnotering, die op maar twee manieren eigen kapitaal kan aanboren. Door bedrijfswinst aan de reserves toe te voegen. En door dochterbedrijven te verkopen en de opbrengst in de reserves te storten. De verkoop van Robeco is wat dat betreft een succes: ruim 1,9 miljard euro. Bijna zoveel als de nettowinst over 2012 van 2,1 miljard.

Extra vermogen legt de basis voor meer kredieten voor het midden- en kleinbedrijf én woninghypotheken, twee segmenten waar Rabo marktleider is. Dat is ook een Nederlands belang. De weg uit de stagnatie kronkelt langs groeiende kredieten.

Maar er is nóg een belang. Nederland heeft bij de kredietbeoordelaars het beste rapportcijfer, de AAA rating. Nederland is safe, maar de overheid heeft talloze garanties uitstaan. Zoals voor 350 miljard euro spaargeld bij de banken. Een kapitaalkrachtige Rabo is een steunpilaar onder de AAA.

De verkoop van Robeco was daarom meer dan zomaar een transactie. Zeker, die retentiebonussen zijn internationaal usance om rust en regelmaat te handhaven in een altijd onrust gevend verkoopproces. Het is ook lekker makkelijk. De geldwereld weet weer dat geld de wereld regeert. Het Robeco-kader krijgt tonnen extra om zijn arbeidscontract na te komen. Vandaar: legale omkoping. De bonus wordt versleuteld in de verkoopprijs.

De onthulling door RTL Nieuws van de brief (‘Confidentieel’, datum: 11 september 2012) van De Nederlandsche Bank aan de Rabo met goedkeuring van de bonus is zeldzaam pijnlijk. Beide partijen weten dat zij fout zitten. De Rabo zit fout, omdat zij in haar eigen jaarverslag in de voortgangsrapportage (28 februari 2013) over het naleven van de gedragscode voor banken schrijft: „Materiële retentie- en exitpakketten en andere gegarandeerde bonussen zijn niet toegestaan.” Bestuur en commissarissen hebben de principes van hun eigen beleid genegeerd.

Ook De Nederlandsche Bank zit fout. Wilde de centrale bank een gebaar maken, omdat zij bij de Rabo in het krijt stond? De Rabo had De Nederlandsche Bank per 1 april 2012 van een nijpend probleem verlost door de Friesland Bank over te nemen.

Retentiebonussen kwamen al eerder in opspraak, kort na de nationalisatie van ABN Amro. In 2010 antwoordde toenmalig minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) op Kamervragen: „Een gegarandeerde bonus past mijns inziens niet in een duurzaam beloningsbeleid”. Die brief is misschien wel geconcipieerd door Klaas Knot, nu president van De Nederlandsche Bank, toen directeur financiële markten op het ministerie van Financiën.

De Nederlandsche Bank wist of kon weten dat het ministerie tegens zulke bonussen is. Als de centrale bank op eigen initiatief niet de moed had om het verzoek van de Rabo af te wijzen, dan had zij dat met het antwoord van De Jager zeker moeten doen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.