Turkije: coup is onacceptabel

Ankara vindt Westerse landen hypocriet in hun handen tegenover de coup in Egypte . Turken herkennen er ook hun eigen geschiedenis in.

„Onacceptabel” en een „bewijs van onderontwikkeling”, zo noemen Turkse ministers de coup in Egypte. Niet alleen zien ze in de gebeurtenissen in Egypte hun eigen verleden weerspiegeld. De staatsgreep en de heksenjacht op de afgezette president Mohammed Morsi en zijn aanhang bevestigen Ankara’s analyse van het wekenlange protest tegen de regering in eigen land: het Taksim-protest was geen spontane volksopstand, maar een opzet van krachten die weinig op hebben met democratie.

Het scenario dat zich in Egypte in de afgelopen 48 uur voltrok, komt de Turken bekend voor. Tot viermaal toe stootte het leger hier een democratisch gekozen regering uit het zadel. De laatste keer was in 1997, tegen de strenggelovige premier Necmettin Erbakan. De voorstanders van dat ingrijpen spraken net als nu in Egypte over een „postmoderne”, „een zachte” coup, of liever: een interventie. Erbakan en zijn Welvaartspartij werden levenslang verbannen uit de politiek. Een van Erbakans pupillen heette Recep Tayyip Erdogan, die eind jaren negentig tien maanden in de gevangenis zat, maar nu al comfortabel elf jaar aan de macht is.

De AK-regering van premier Erdogan heeft nauwe banden met de Moslimbroederschap in Egypte. Turkse ministers veroordeelden niet alleen de coup, maar wezen ook op de hypocrisie van westerse landen, die de coup niet ronduit veroordeelden. „Leiders die aan de macht komen met open en transparante verkiezingen die de wil van het volk reflecteren, kunnen alleen uit de macht gezet worden door verkiezingen”, zei minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu. Eén van de vier vice-premiers en vertrouweling van Erdogan, Bekir Bozdag, maakte zich boos over de fluwelen reacties in Westerse hoofdsteden. „Er komen geen veroordelingen uit het Westen […] dat altijd de democratie verdedigt, de nationale wil, de menselijke waardigheid en vrijheden. Waar is de oprechtheid”, twitterde Bozdag.

Die sneer was met name bedoeld voor de Europese Unie, die de afgelopen weken in scherpe bewoordingen het Turkse politieoptreden veroordeelde tegen de tienduizenden betogers die wekenlang demonstreerden tegen de autocratische bestuursstijl van Erdogan. Het protest werd door de premier en zijn ministers afgedaan als het werk van een „buitenlandse samenzwering”, en het bewijs van jaloezie over de groei van de Turkse economie bij „de Joodse diaspora” en „de buitenlandse media”.

In het felst van de woordenstrijd zei de Turkse minister voor Europese Zaken Egemen Bagis: „Europa, ga toch heen”. De EU heeft voor de toetreding van Turkije juist aangedrongen op het terugdringen van de macht van het Turkse leger. Het resultaat daarvan werd duidelijk tijdens de protesten van de afgelopen weken, toen het leger muisstil bleef. Honderden officieren zijn de afgelopen jaren gevangengezet op beschuldiging van samenzwering tegen de regering, soms met zeer twijfelachtige bewijslast. De laatste chef-staf van de oude stempel hangt een levenslange celstraf boven het hoofd.

Toen de Amerikaanse ambassadeur op een receptie zijn steun uitsprak voor „de vrijheid van meningsuiting en vergadering van alle Turken”, verlieten zes hooggeplaatste leden van de regeringspartij het feest. En minister voor Europese Zaken Bagis antwoordde met een citaat van president Kennedy: „The ballot box is stronger than the bullet”.