Op deze school viel altijd wat te ritselen

Het verbaast een aantal (ex-)docenten van Ibn Ghaldoun niets dat er werd gefraudeerd met examens. „Er werd gefraudeerd uit liefde.”

Door de fraude hebben alle kandidaten op Ibn Ghaldoun opnieuw eindexamen moeten doen. Voor wie de herhaling te snel kwam, volgt herkansing in augustus. Foto Robin Utrecht

De school is uit, het café raakt vol. Een groep docenten spreekt er zo nu en dan af. Het zijn leraren en oud-leraren van Ibn Ghaldoun. Ze praten over wat ze daar nú weer hebben meegemaakt. Er wordt gelachen. Er wordt alcohol gedronken. Werken op een islamitische school – waar alcohol taboe is – maakt ze recalcitrant.

Vol idealisme waren ze aan hun baan begonnen. „Ik wilde juist deze groep leerlingen helpen”, zegt een oud-leerkracht. Een ander: „Ik had het idee van: ook déze kinderen verdienen goed onderwijs.”

Maar gaandeweg verloren ze hun geloof. Sommigen zijn verbitterd vertrokken, sommigen werken er nog steeds, maar allemaal zeggen ze hetzelfde: op Ibn Ghaldoun heerste een „sjoemelklimaat” waarvan fraude met examens een „logisch” gevolg is. Op Ibn Ghaldoun viel er altijd wat te „ritselen”.

Deze krant sprak met zeven docenten die actief zijn of waren op de Rotterdamse school. Er zijn autochtonen en allochtonen bij. De leraren zijn huiverig hun verhaal te doen, zelfs als ze anoniem blijven. „Het kan best dat mijn ruiten er vanavond uit liggen”, zegt een van hen.

Wat ze vooral níét willen overbrengen: dat alles slecht is aan de school. De leraren, ook degenen die zijn vertrokken, roemen de „warmte” die er heerst. Het contact met leerlingen is „heel prettig”, „aandoenlijk” zelfs. Je kon leuk met ze discussiëren.

Ibn Ghaldoun was een eenheid. Leraren, leerlingen, ouders – er waren wel conflicten, maar iedereen had „dat wij-gevoel”. „Het gevoel dat ze zich als moslims wilden bewijzen”, zegt een oud-werknemer. „Zij zouden Nederland wel even laten zien hoe goed islamieten hun eigen onderwijs regelen.”

Die eenheid had een keerzijde. De buitenwereld kwam niet binnen op Ibn Ghaldoun. Een lerares die er jaren geleden les gaf, vertelt dat meisjes na schooltijd bij elkaar moesten komen in ‘huiswerkklassen’. „Maar dat waren geen huiswerkklassen. Dat waren lessen om kinderen te indoctrineren”, zegt ze. „Alle lessen waren tegen de maatschappij gericht. Ze mochten nooit trouwen met een Nederlander. Ze mochten zelfs niet met ongelovigen omgaan, werd hun daar verteld.”

Er heerst nog steeds „impliciete druk” voor meisjes om een hoofddoek te dragen en geen verkering te krijgen, zegt een docent. Een deel van de kinderen verblijft in Rotterdamse moskee-internaten. Een leerkracht: „’s Avonds zei ik wel eens tegen mijn man: het lijkt wel alsof ik in het buitenland werk.”

Veel leraren lieten zich er niet corrigeren. Als ze hun collega’s er bijvoorbeeld op wezen dat zij leerlingen niet mochten laten spieken tijdens proefwerken, werd er „keurig geknikt, maar er veranderde niks”, aldus een ex-leerkracht.

Ook tegen ouders die om een gunst kwamen vragen, konden sommige docenten geen ‘nee’ zeggen. Kinderen die op grond van hun Cito-score op geen enkel vwo werden aangenomen, konden wel op Ibn Ghadoun terecht. Een oud-medewerker: „Dan werd er door ouders letterlijk gezegd: broeder, kunnen wij iets regelen?” Ook gehoord op Ibn Ghaldoun: kunnen wij niet zorgen, broeder, dat mijn zoon toch overgaat? Of: ik vertrouw erop dat mijn zoon het gaat redden bij jou.

Het Openbaar Ministerie laat weten dat een leraar aangifte heeft gedaan van bedreiging door een ouder van een leerling.

Alle zeven docenten verklaren dat diverse leraren hebben toegegeven aan deze druk. „Cijfers werden regelmatig opgehoogd”, zeggen ze. Als je maar lang genoeg bleef zeuren, kon een 4 een 6 worden. En er werd gestrooid met herkansingen. Een oud-leerkracht: „Sommige collega’s gingen door met herkansen tot ze een voldoende hadden.”

Een leraar die weigerde hierin mee te gaan, kwam een aantal jaar geleden in conflict met een groep Marokkaanse leerlingen. De leraar wilde hun onvoldoendes niet „ophogen” en werd vervolgens door hen bedreigd. De leraar deed aangifte. Een andere leerkracht is begin dit jaar bedreigd, zeggen de leraren. Er zouden bedreigingen zijn geuit omdat deze leerkracht weigerde een leerling een (onverdiende) herkansing te geven.

In 2010 kwam aan het licht dat twee leerkrachten van Ibn Ghaldoun bij het nakijken van examens hadden gerommeld. De fraude werd door een andere school ontdekt en bij de inspectie gemeld. Leraren bleken diverse examens te hebben verbeterd nadat deze waren gemaakt. Ze werden ontslagen. „Er waren nobele bedoelingen”, zegt een oud-werknemer. „Die leraren hadden het gevoel dat ze de leerlingen moesten beschermen tegen de ‘te hoge’ eisen die de Nederlandse samenleving aan ze stelt. Ze fraudeerden uit liefde.”

Een ander: „Sommige leerkrachten zeiden weleens dat islamitische kinderen eigenlijk niet kunnen voldoen aan de normen van dit land. Bijvoorbeeld omdat ze met een taalachterstand toetsen in het Nederlands moeten maken.”

Leraren die gesjoemel bij de directie van Ibn Ghaldoun meldden, deden dat vaak tevergeefs. „Zolang je geen keihard bewijs kon leveren, werd er niets gedaan met onze signalen”, zeggen meerdere oud-leraren. Kenmerkend is hoe de school omging met een klokkenluider die enkele jaren geleden in een anonieme brief aan de inspectie de misstanden meldde. De school huurde een bedrijf in om uit te zoeken vanaf welke computer de brief was verstuurd. Nadat het betreffende IP-adres was getraceerd, stuurde de school een mail rond naar alle leerkrachten met de naam en foto van het ‘lek’.

„Je mag de vuile was nooit buitenhangen”, zegt een voormalige medewerker. Daarom kon de examenfraude ook onopgemerkt blijven, denken de docenten. „Natuurlijk merk je dat die examenpakketjes zijn opengemaakt. Maar dat zouden veel docenten niet melden. Je valt je broeders niet af.”

Volgens een van de docenten is het overgrote deel van het lerarenkorps geschokt door de examenfraude. „Maar er is hier een kleine groep leraren die dingen door de vingers ziet.”

Bart Renders, sinds een jaar rector op de school, is bezig dit probleem aan te pakken, zeggen de docenten. Hij werkt „keihard” voor de school. „Maar ik ben benieuwd of hij over een paar jaar nog steeds zo veel inzet kan opbrengen”, aldus een docent.

Het schoolbestuur van Ibn Ghaldoun is gevraagd om commentaar, maar was de afgelopen dagen onbereikbaar. Onderwijsvereniging CVO, die Ibn Ghaloun gaat begeleiden, zegt nog niet op de hoogte te zijn van de situatie die in dit artikel wordt geschetst. „Als het klopt wat die docenten zeggen, is dat een zeer kwalijke zaak”, aldus voorzitter Littooij van de CVO. „Manipulatie kan absoluut niet. Dat moet onderzocht worden. Hij zegt dat het hem al duidelijk was dat er „op het gebied van personeel iets moet gebeuren”.