Mijn hond geeft me geen recensies

Seasick Steve brak op zijn 65ste door na een lang leven als zwerver Vrijdag staat hij met zijn zelfgebouwde gitaren op North Sea Jazz „Ik spiegel me het liefst aan jazzmuzikanten, die kunnen zich losmaken”

foto andreas terlaak

Medewerker Muziek

Een oude wieldop, een halve bezemsteel en een roestige barbecuespatel. Met huis-tuin-en-keukenonderdelen maakte Seasick Steve zijn nieuwste zelfbouwgitaar. Zijn rauw versterkte slidegitaarspel betovert zalen vol mensen, met een swing die net zo veel van de blues heeft geleend als van de rockende boogieritmes van ZZ Top. „Ik speel geen blues”, zegt hij nadrukkelijk, „ik speel Seasick Steve-muziek.”

De wieldop kreeg hij van collega-muzikant Jack White, vertelt ‘Seasick’ Steven Gene Wold (72) in een lofrede op oude Amerikaanse auto’s. „Jack had het als een soort kunstwerk aan zijn muur hangen, afkomstig van een Hudson Terraplane uit de jaren 30. Jack wilde zijn liefde voor oude auto’s delen en gaf me zijn favoriete onderdeel cadeau. Ik bouwde er een gitaar omheen. Het werkte zo inspirerend dat ik mijn nieuwe album Hubcap Music heb gedoopt. Wieldoppenmuziek, metalig en ruig. Totdat je het oppoetst en er iets schitterends tevoorschijn komt.”

Het levensverhaal van Seasick Steve is net zo grillig. Op zijn achtste kreeg hij zijn eerste gitaarlessen van bluesmuzikant K.C. Douglas, de componist van de beroemde Mercury-blues. Als kind van gescheiden ouders begon hij al op zijn dertiende aan een zwervend bestaan. Hij hield zich in leven met werk als boerenknecht en seizoenarbeider. Na vele omzwervingen streek hij in 2001 neer in Noorwegen, waar hij vijf jaar later zijn eerste album Dog House Music uitbracht.

Zijn doorbraak, op 65-jarige leeftijd, vond plaats toen hij op uitnodiging van Jools Holland optrad in diens veelbekeken eindejaarsshow Hootenanny. Inmiddels is hij overal ter wereld een succesvolle festivalattractie, gesteund door zijn vaste drummer Dan Magnusson.

Lawaai in zijn hoofd

Hij prijst zich gelukkig met het almaar groeiende succes. Maar een laatbloeier voelt hij zich niet. „Sinds mijn achtste ben ik niet meer gestopt met muziek maken. Ik heb dat altijd op mijn eigen voorwaarden gedaan. Het is mooi dat er nu een groot en veelal jong publiek op af komt, maar ik zing nog steeds over werken op de boerderij en de vrijheid van het reizende bestaan. Ik heb geen trucs om mijn muziek aantrekkelijk te maken. Mijn versterker is een oude Fender uit de jaren 50 en computers komen er bij mij niet in.”

Een voordeel van zijn roem is dat hij grootheden als Jack White, John Paul Jones van Led Zeppelin en Luther Dickinson uit The Black Crowes nu tot zijn vriendenkring mag rekenen. Alle drie deden ze mee op Hubcap Music. Vooral Jones is prominent aanwezig op bas, mandoline, banjo en orgel. „Een groter muzikaal genie heb ik nog niet eerder mogen ontmoeten”, zegt Steve. „Hoewel hij zelf de laatste is om zich daarin te wentelen. Zijn talent om precies te horen wat een nummer nodig heeft, is fenomenaal. Bij Led Zeppelin was hij de man die de muziek groots en meeslepend kon laten klinken. Bij mij is hij vooral een hulpvaardig muzikant die zich niet te groot voelt om een ukelele op te pakken. Een dergelijk oog voor detail is nog niet eerder op mijn muziek toegepast.”

Zijn ruwe bolster zal Seasick Steve nooit laten wegpoetsen. „In mijn hoofd zit een hoop lawaai dat eruit moet. Ik maak muziek om mijn eigen zielenheil te bewaken. Pas in de afgelopen zes jaar ben ik tot de onthutsende conclusie gekomen dat andere mensen er ook naar willen luisteren. Voordien speelde ik alleen voor mijn hond, en die gaf me nooit een recensie. Een interview heeft hij nooit met me aangevraagd. Pas nu ik gedwongen word om over mijn muziek te praten, ben ik me bewust van het feit dat mensen mij een comeback van de blues in de schoenen willen schuiven. Tot voor kort was ik er heilig van overtuigd dat ik country speelde. Mijn muziek is niets anders dan het geluid van het Amerikaanse platteland.” Niet één, maar twee oude tractors kocht Seasick Steve van zijn recente verdiensten.

Primitief instrumentarium

Zijn geliefde driesnarige gitaar noemt hij ‘the trance wonder’, want „het mag een wonder heten dat ik er geluid uit krijg. Het is een gammel ding dat me dierbaar is omdat ik er waanzinnige dingen mee kan doen. Ik spiegel me het liefst aan jazzmuzikanten, die zich veel meer dan rockjongens los kunnen maken van alles wat ze wéten over hun muziek. Pas wanneer ik los ben van alle remmingen kan ik mezelf in een staat van hypnose brengen die me vrijmaakt van alles.”

Nieuwe nummers ontstaan als hij aan de beperkingen van zijn primitieve instrumentarium probeert te ontstijgen. Een ander zelfgebouwd instrument is de diddly bow, een groot stuk hout met maar één snaar. Het ruwe hout vond hij op het strand. Anders dan een fabrieksgitaar met degelijke stemknoppen is zo’n instrument nauwelijks te stemmen. „Ik doe het mezelf aan om met grillige en onbetrouwbare spullen het podium op te stappen. Ik hou van het avontuur. Mijn spel krijgt er een nerveuze klank van; een bibberend geluid omdat ik telkens de juiste toon op de snaren moet vinden. Dat houdt me scherp.”

Seasick Steve speelt vrijdag 12 juli 19:30 in Nile. Het album Hubcab Music is verschenen bij Fiction Records.