Meeleven is gemakkelijker dan meesterven

Jan Wijnen: Verkleurde tijd. Nieuw Amsterdam. 172 blz. € 17,95***

In het najaar van 1985 raakte een meisje in Colombia bij een vulkaanuitbarsting bekneld in de modder. Het bleek onmogelijk haar te redden, maar ze werd van alle kanten gefilmd, terwijl ze zich aan een balk vastklampte. De hele wereld zag hoe het meisje van uitputting stierf. Een bijzonderheid is nog dat er een westerse fotograaf was, die met haar praatte en bij haar bleef tot het eind.

Dit aangrijpende verhaal vertelt Jan Wijnen na in Verkleurde tijd, zijn derde verhalenbundel. Van de vulkaanuitbarsting maakte hij een ‘natuurramp’ en van de fotograaf een Nederlander. Die is helemaal van slag als hij terugkeert uit het rampgebied. Hij maakte een mooi portret van het meisje, op haar verzoek, maar bracht het uit piëteit niet naar buiten. ‘Meeleven,’ meent hij, ‘dat was makkelijk, dat kon iedereen; meesterven, dat was de enige werkelijke solidariteit.’ Dat heeft zo’n weerslag op hem dat hij zijn oude leven niet kan voortzetten. Hij beëindigt zijn relatie en reist af naar Bagdad, ongewisse andere wereldgebeurtenissen tegemoet. Het verhaal eindigt onbestemd, op een stinkerige hotelkamer.

Er wordt in deze bundel, de titel zegt het al, meer teruggekeken dan vooruit. In het verhaal over de Colombiaanse rampspoed gaat het om een gebeurtenis uit de tijd van voor de digitale camera en in de overige zes verhalen is de blik ook op het verleden gericht. Een drugsverslaafde denkt met weemoed terug aan zijn voorbije huwelijk en zijn voorbije danscarrière. Een groepje poëzieminnende heren herdenkt hoe ze ooit zwijmelden bij de verzen van Bloem zonder aan hem te kunnen tippen. Een oude man raakt in het ziekenhuis zo in de war dat hij tegen elke aardige vrouw ‘mama’ zegt.

Nostalgische verhalen dus, die soms zwaar leunen op clichés over onbaatzuchtige moederliefde, opzwepende tangoritmes en dichtertjes die terugkijken op vervlogen idealen. Opa vertelt, zo lijkt het, en in sommige verhalen gaat het er inderdaad sloom en voorspelbaar aan toe. Daar staan frisse en levendige verhalen tegenover.

Amusant is de junk die rond Kerst stiekem zijn intrek neemt in het zomerhuisje van zijn broer. Onderweg moppert hij over het donkere bos, het gladde ‘kutmos’, het grindpad met gaten erin. Alles spant tegen hem samen. ‘Het sneeuwt nu alsof er haast bij is.’

Het meest aandoenlijk is nog het verhaal over de zoon die op latere leeftijd uit de kast komt. Hij is boos omdat zijn oude vader deze omslag niet heeft kunnen accepteren. Maar als pa dood is, dringen de mooie herinneringen door het pantser van zijn wrok heen. Hij houdt nog steeds van de vader die hij ooit had en doet daar bij de begrafenis gloedvol verslag van. De solidariteit ligt ook hier niet speciaal bij de levenden, maar bij de mensen die het zelf niet meer kunnen navertellen en nu opgegaan zijn in de tijd – de verkleurde tijd.