Ik geloof Henk

Oud-wielrenner Henk Lubberding werd gisteren onbedoeld de personificatie van het racistische kwaad. Henk zei op de radio: „Die renner die vandaag voorop reed. Dat negertje. Nou ja, negertje, hij was wel heel donker. Dus ik noem dat maar een neger. Het is al verbazingwekkend dat die op een fiets kunnen rijden. Dat hebben wij jaren moeten missen in het peloton. Ik vind het mooi dat kleurlingen in het profpeloton aanwezig kunnen zijn. Dat valt dan op.”

Ik begreep eruit dat Henk het mooi en onverwacht vond dat er eindelijk een donkere wielrenner meereed in de Tour de France. Henk, geschrokken van alle commotie, liet weten dat hij het juist positief bedoeld had.

Ik geloof Henk.

Henk heeft een wat eigenaardige manier van praten. Henk zegt wat hij op dat moment denkt en denkt daar verder niet over na. En als hij niets denkt zegt hij gewoon dat hij er niets van vindt. Je zou het nuchter kunnen noemen.

Een paar jaar geleden volgde ik met wat verzekeringsmannen een teambuildingsdag bij het bedrijf ‘Teambuilding met Lubberding’. Henk, in wielertenue, een petje schuin op het hoofd, verzorgde de training, zijn vrouw Corina ging rond met de koffiekan.

Henk begon met te zeggen dat zijn training ‘een mengelmoes van gezelligheid en gesneden koek was’.

De teambuilding was in ‘wielertaal’. Daarvoor waren de verzekeringsmensen ook gekomen, Henk was tenslotte oud-wielrenner. Henk zei dat hij een brug wilde slaan tussen wielrennen en bedrijfsleven en legde uit wat een brug was.

„Dat is zo’n ding over het water.”

Henk las voor vanaf een papier en zei dingen als ‘Wanneer de samenwerking niet goed verloopt kun je als bedrijf een andere koers kiezen’ en ‘Het succes van een team wordt bepaald door de kracht van het collectief’. Hoogtepunt van zijn betoog waren ‘de zes cols van Lubberding’, want ook in bedrijfsleven moesten er bergen werk verzet worden. Het waren allemaal woorden die met een C begonnen: communicatie, coördinatie, confrontatie, contacten, competitie en collectief.

Al die C’s kwamen samen tijdens het middagprogramma. We zaten op racefietsen en reden achter Henk aan. Vrij onverwachts reed een van die verzekeringsmensen tegen een muurtje. Henk stapte af, keek naar de renner en zei: „Ik denk dat cursus voor hem voorbij is. Wel jammer.”