Hulpmotor van list en bedrog

Onderzoeksjournalisten Steven Derix en Dolf de Groot maakten een bloedstollende en gedegen reconstructie van een bijna lachwekkend dopingschandaal. Het boek laat heel goed zien dat wielrennen zonder doping in de Rabojaren onmogelijk was.

Michael Rasmussen wint in 2007 de 16de etappe van de Tour de France (de Col d'Aubisque) Foto Cor Vos

Vloog Michael Boogerd in de Tour van 2002 over de Pyreneeënspitsen omdat hij bloed van zijn broer Rini had getankt? En heeft ploegleider Erik Breukink op 6 juni 2007 in een hotelbar in Bergamo als een handlanger in het kwaad zitten smoezen met zijn Deense renner Michael Rasmussen? Steven Derix en Dolf de Groot, auteurs van het bloedstollende dopingboek over de ondergang van de Rabobank-wielerploeg, weten ‘zo goed als zeker’ van wel. De twee journalisten, speurneuzen van NRC Handelsblad, brengen deze fascinerende veronderstellingen overtuigend, maar het blijven wel veronderstellingen.

Het verhaal van de transfusie binnen de familie Boogerd hebben Derix en De Groot van horen zeggen. En dat Breukink in Italië op rennersbezoek is geweest, is het verhaal van Rasmussen. Dat laten de auteurs van het vlot geschreven Bloedbroeders. De ondergang van de Rabobankploeg zwaarder wegen dan de ontkenning van Breukink.

Maar het Gerechtshof in Arnhem deed vorige week het tegenovergestelde. Volgens Rasmussen bewees het onderonsje in Bergamo dat de ploegleiding van de Rabo wist dat hij niet, zoals opgegeven aan de dopingcontroleurs, heel ver weg in Mexico zat, maar gewoon ‘in de buurt’ aan het trainen was. Breukink zat in het complot, aldus Rasmussen, en daarom was het huichelachtig dat de Rabo hem liet vallen toen zijn bedrog aan het licht kwam, terwijl hij nog maar een paar pedaalslagen verwijderd was van de eindzege in de Tour van 2007.

Het Hof vond echter dat de Deense grootgebruiker van verboden middelen onvoldoende had bewezen dat Breukink hem in Bergamo had opgezocht. En dus kon hij niet hardmaken dat de ploegleiding wist dat hij de dopingjagers om de tuin leidde en daarom was het niet ten onrechte dat de Rabo de gele truidrager uit de Tour haalde en vervolgens op straat zette.

Voor Rasmussen een verpletterende uitspraak, niet voor Derix en De Groot. Dat de wielerformatie, die inmiddels ook zichzelf uit de koers heeft gehaald, in de rechtszaal een overwinning achteraf boekte, wil niet zeggen dat de auteurs van Bloedbroeders er naast zitten met hun conclusie dat de Rabo al net zo’n oplichtersbende was als al die andere buitenlandse ploegen die zwaar aan de dope waren. Het bewijs van Rasmussen mocht naar het oordeel van het Gerechtshof niet overtuigend genoeg zijn, het boeiende boek van Derix en De Groot is dat zeer zeker wel.

Bloedbroeders is een spannend verhaal dat hangt aan het deugdelijke raamwerk van een gedegen reconstructie. Het schrijverskoppel is eerst gaan puzzelen met de hele en halve waarheden die hun eigen krant en de Volkskrant in onthullende dopingstukken al veel eerder hadden gebracht. In Oostenrijk, waar sporen van Raborenners naar een Weense bloedbank liepen, vonden Derix en De Groot de aanwijzingen waarmee zij het dopingnetwerk kunnen blootleggen waarin de Nederlandse wielertrots Rabo hopeloos verstrikt raakte.

Toen zij over genoeg feitenballast beschikten, mengden de auteurs die met voor de hand liggende aannames en veronderstellingen om zo een thrillerachtig boek te kunnen construeren. In die opzet zijn zij zonder meer geslaagd. Derix en De Groot manifesteren zich in één moeite door als kundige onderzoeksjournalisten en vaardige verhalenvertalers.

Verhalen, meervoud, want Bloedbroeders is niet alleen het bijna lachwekkende verhaal van de ondergang van de Rabobankploeg, maar ook het verhaal van de mislukte levensmissie van Michael Rasmussen, van de onwaarschijnlijke dopinghandel van een gesjeesde Oostenrijkse hardloper en van de criminele nevenpraktijk van een fatsoenlijke bloedbank in Wenen.

Bij dat lab, Humanplasma, slaan de gerespecteerde directeur en een professor in de hematologie met een uitmuntende reputatie als bloedhandelaren aan het bijklussen. Maar als de grond hen te heet onder de voeten wordt, doen zij de dure machinerie over aan Stefan Matschiner. Deze voormalige, niet zo goede hardloper is de koerier van het dopinglab en wordt als doe-het-zelf-laborant de dealer van een heel peloton atleten onder wie Raborenners als Rasmussen, Boogerd en Thomas Dekker.

De valsspelers en de boeven kunnen verbluffend eenvoudig hun gang gaan, maar alles loopt in het honderd wanneer eerst Rasmussen wordt gesnapt tijdens een trainingsrit in de Dolomieten, terwijl hij wordt geacht in Mexico te verblijven, en vervolgens de op epo betrapte triatlete Lisa Hütthaler haar dopingzonden opbiecht. Een kettingreactie is het gevolg. Dealer Matschiner en wielrenner Bernard Kohl moeten hun boekje open doen, net als zoveel andere in het nauw gedreven zondaren overal in de wielerwereld.

Beerputten

Als op tal van plekken de beerputten openstaan en in 2012 ook dopingkampioen Lance Armstrong wordt gedwongen te bekennen, is de maat voor Rabo vol. De bank haalt zijn neus op voor het wielrennen en trekt zich verontwaardigd terug uit het circuit van list en bedrog. Naïeve bank die de leiding van de wielerploeg in 2002, toen de sponsorverbintenis werd verlengd, opdroeg harder te gaan fietsen. Met handhaving van het zero tolerance-beleid ten aanzien van doping, dat wel.

In hun reconstructie schetsen Derix en De Groot een helder beeld van een milieu waarin die twee doelstellingen volstrekt onverenigbaar zijn. Want wielrennen zonder een op doping lopende hulpmotor was een kansloze onderneming in de Rabojaren. Dat onwetende bankiers daar geen idee van hadden, is goed mogelijk, maar dat ook hun wieleradjudanten van niets wisten, gelooft na het lezen van Bloedbroeders niemand meer.

Jaap Visser was in de jaren negentig onder meer wielerverslaggever voor de Volkskrant en Vrij Nederland.