Het blijft wel een coup...

Het Westen weet niet goed hoe te reageren op de staatsgreep van het Egyptische leger Morsi was impopulair, maar wel democratisch gekozen Interim-president Adli Mansour is een grote onbekende

Het Westen worstelt met de ‘volkscoup’ in Egypte. Dat het leger een gekozen president heeft afgezet en de grondwet heeft opgeschort, kan op weinig goedkeuring rekenen bij westerse democratieën. Maar tegelijkertijd zien ze ook wel dat de machtsgreep op brede steun van de bevolking kan rekenen. Prettige bijkomstigheid is dat de autoritaire en moslimfundamentalistische Moslimbroederschap voorlopig politiek is uitgespeeld.

Deze schizofrene houding komt goed tot uiting in de reactie van de Amerikaanse president Barack Obama. Als hij de verwijdering van Morsi te fel zou veroordelen, zou hij kwetsbaar zijn voor het verwijt dat hij een zeer impopulaire, autoritaire leider steunt. Dit werd hem ook ingewreven tijdens de opstand tegen president Hosni Mubarak in 2011. Bovendien wil Obama de nieuwe machthebbers te vriend houden, aangezien Egypte een belangrijke bondgenoot is in het steeds vijandiger Midden-Oosten.

Maar als democraat kon Obama ook niet al te enthousiast reageren op de coup. Dus sprak hij zijn „diepe bezorgdheid” uit over het besluit van het leger om Morsi te „verwijderen”, maar nam hij het woord ‘coup’ niet in de mond. Hij zei dat de Verenigde Staten „niet bepaalde individuen of politieke partijen zouden steunen”, maar hij erkende wel „de legitieme grieven van het Egyptische volk”.

Dat Obama het woord ‘coup’ vermeed had ook een juridische reden. De Amerikaanse wet stelt dat de regering buitenlandse hulp moet opschorten als een democratisch gekozen leider wordt afgezet middels een staatsgreep. Obama zei wel dat hij laat onderzoeken wat de situatie betekent voor de 1,5 miljard dollar die de VS jaarlijks geven aan Egypte. Maar het is onwaarschijnlijk dat deze hulp wordt geschrapt.

Ook Europese landen weten zich niet goed raad met de massaal gevierde machtsgreep in Egypte. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague zei: „We staan niet achter militaire interventie als een manier om conflicten op te lossen in een democratisch systeem.” Maar hij moest wel erkennen dat het een populaire interventie was, gezien de „enorme ontevredenheid” in Egypte. „We moeten werken met wie er ook aan de macht is. Zo werkt buitenlandbeleid in de praktijk.”

Ook de Europese Unie kwam niet met een felle veroordeling van de staatsgreep. EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton drong aan op een „snelle terugkeer naar democratie” en sprak de hoop uit dat „de nieuwe regering niemand zal buitensluiten”.

De EU zei geen plannen te hebben om zijn hulpprogramma te heroverwegen, ook al zijn de giften en leningen afhankelijk van democratische hervormingen. Onlangs heeft de EU Egypte voor de komende twee jaar 5 miljard euro in het vooruitzicht gesteld. Het hulpprogramma is wel omstreden. De Europese Rekenkamer concludeerde vorige maand dat de miljard euro die Europa sinds vijf jaar in Egypte heeft gestopt, „absoluut geen verbetering opgeleverd heeft op het vlak van democratisering”. Brussel heeft bovendien nauwelijks een idee waar dat geld is gebleven.

Alleen de Turkse reactie was ondubbelzinnig. Minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu noemde de coup „onacceptabel”. „Leiders die aan de macht komen via vrije en transparante verkiezingen, die de wil van de bevolking weerspiegelen, kunnen alleen verwijderd worden door verkiezingen.”

De Turkse reactie wordt mede bepaald door de eigen geschiedenis. Het leger greep de macht in in 1960, 1971 en 1980. En in 1997 werd de premier Necmettin Erbakan, de leermeester van de huidige premier, tot aftreden gedwongen. Erdogan heeft sinds zijn aantreden in 2002 de macht van het leger sterk ingeperkt. De tijd van staatsgrepen is voorbij.

Met de felle reactie wilde de Turkse regering ook de betogers in eigen land de les lezen. Vorige maand gingen honderdduizenden Turken de straat op om te protesteren tegen wat zij zien als de autoritaire leiderschapsstijl van Erdogan. De boodschap: de protesten zijn niet legitiem.

De Turken wrijven het Westen zijn ambivalente houding graag in. Vicepremier Bekir Bozdag legde de vinger op de zere plek met een tweet: „Er zijn geen afkeurende verklaringen van het Westen, dat altijd pleit voor democratie, nationale wil, menselijke eer en vrijheid. Waar is de eerlijkheid?”