Elektronica voor de overwinning

Niet alleen generaals, maar ook ingenieurs hebben de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog mogelijk gemaakt.

Een Brits fregat werpt in 1944 dieptebommen af om Duitse U-boten uit te schakelen Foto Ullstein

De meeste boeken over het hoe en waarom van de geallieerde overwinning op Duitsland en Japan gaan over de leiders, de generaals of de grote strategieën. Of juist over het wapentuig. Maar volgens Yale-historicus Paul Kennedy hebben beide invalshoeken de échte drijvende krachten achter de zege altijd over het hoofd gezien. Die was vooral te danken aan ploeterende, vernuftige ingenieurs. Kennedy wil deze ‘probleemoplossers’ uit de schaduw van de geschiedschrijving halen.

En daar slaagt hij goed in: wie denkt dat dit zomaar weer een boek over de Tweede Wereldoorlog is, zit ernaast. Engineers of Victory maakt planken oorlogsboeken overbodig, is geschreven met bijna intimiderende krijgshistorische eruditie en zit vol frisse analyses. Zoals je trouwens mag verwachten van de auteur van The Rise and Fall of the Great Powers (1987), dat hem wereldfaam bezorgde.

Natuurlijk, zegt Kennedy, het is onmogelijk om individuele veldslagen of de introductie van een bepaald wapen als ommekeer te zien. Daarvoor is het verloop van de Tweede Wereldoorlog te dynamisch, te complex. Maar inzoomen op een periode, of regio’s waarbinnen de slinger opeens de andere kant opzwiepte, kan wel.

Kennedy beperkt zich tot de periode die begint in januari 1943, toen de leiders van de Grote Alliantie – Churchill, Stalin en Roosevelt – bijeen kwamen in Casablanca en daar de onvoorwaardelijke overgave van de Asmogendheden eisten. Hij eindigt in juni 1944, na D-Day, toen de overwinning onontkoombaar was geworden: Duitsland en Japan konden tegenstribbelen met de weinige militaire troeven waarover ze nog beschikten, maar de afloop was zeker.

Kennedy identificeert vijf militair-strategische hindernissen die de geallieerden in januari 1943 moesten slechten. Allereerst de noodzaak om de Atlantische konvooien te beschermen tegen Duitse onderzeeboten. Ten tweede moesten ze technologieën en doctrines ontwikkelen voor operaties waarbij honderdduizenden militairen veilig op een goed verdedigde kust konden landen.

Vernietiging van de Luftwaffe was een derde vereiste, om bijvoorbeeld de Duitse wapenindustrie te kunnen bombarderen, maar vooral om geallieerde troepen binnen een continentaal bruggenhoofd luchtdekking te geven. Een vierde voorwaarde was een geallieerd antwoord op de snelle, gemechaniseerde oorlogsvoering, de Blitzkrieg, waarmee het Derde Rijk praktisch heel Europa tot aan de Kaukasus en Leningrad onder de voet had gelopen. En om Japan te verslaan, ten slotte, moesten de Amerikanen niet alleen de Japanse vloot maar vooral de ‘tirannie van de afstand’ overwinnen; ze moesten de actieradius van hun operaties uitbreiden tot aan Japan zelf.

De ambitie van ‘Casablanca’, zo ontvouwt Kennedy glashelder, had veel weg van grootspraak. De Duitse U-Boote hadden op de oceaan vrij spel tegen de geallieerde tankers en vrachtschepen, onder meer doordat ze midden op de oceaan onbereikbaar waren voor geallieerde patrouillevliegtuigen. En Amerikaanse bombardementsmissies leden boven Duitsland zulke onhoudbare verliezen dat de luchtaanvallen in 1943 vijf maanden volledig werden opgeschort.

Generaal Rommel

Duitsland en Rusland stonden begin 1943 al remise, maar in februari 1943 leden Amerikaanse tanks bij Kasserine in Tunesië nog zware verliezen tegen de Panzer van generaal Rommel – na de Polen, de Fransen, Britten, Grieken en Russen, zegt Kennedy, waren nu de Amerikanen gewoon aan de beurt. Op amfibisch gebied galmde vooral nog de catastrofale landing van Canadezen en Britten bij het Noord-Franse Dieppe van augustus 1942 na. En in de Stille Oceaan was er een patstelling op het eilandje Guadalcanal, op bijna zesduizend kilometer afstand van Tokio.

De geallieerden hadden weliswaar meer industriële capaciteiten dan ‘de As’, maar nog niet het instrumentarium om Duitsland en Japan te verslaan. Daarbij komt, meent Kennedy, dat als één van de vijf strategische doelen niet kon worden gehaald, de andere gevaar liepen. Als de Duitse onderzeeboten niet aangepakt werden, konden wapens en voorraden Groot-Brittannië niet bereiken. Een strategisch luchtoffensief werd dan ook onmogelijk, laat staan een landing op de Europese kust.

Kennedy brengt de strategische doelen in kaart, onderscheidt de technische en organisatorische moeilijkheden, en toont aan wie de blauwdruk van de oplossingen is te danken.

Dat zijn overigens niet alleen ingenieurs. Zo voert Kennedy ook de Britse testpiloot Ronnie Harker op, die bedacht dat een matig Amerikaans gevechtsvliegtuig met een krachtige Britse motor een extreem capabel jachtvliegtuig zou opleveren. Dat werd de P-51 Mustang, die met de bommenwerpers mee naar Berlijn kon om de Luftwaffe-jagers in het eigen luchtruim te verslaan.

Eén van Kennedy’s helden is de techneut Stewart Blacker, die als jongen al zo veel mogelijk zaken probeerde op te blazen. Al rond de eeuwwisseling bouwde hij een simpele mortier, die een croquetbal lanceerde. Naar verluidt sneuvelde het glas van de serre van het schoolhoofd.

Dieptebommen

Blacker maakte van zijn explosieve hobby zijn werk. Experimenterend bij een obscuur onderzoeksdepartement van de Royal Navy bedacht hij de Hedgehog, een apparaat dat een reeks dieptebommen tegelijk kon lanceren. Die ontploften bij contact met de romp van een ondergedoken onderzeeboot. Het apparaat, een hele verbetering ten opzichte van de vaten met springstof die escorteschepen daarvoor haast lukraak de oceaan in gooiden, kelderde uiteindelijk vijftig onderzeeboten – dat was een paar gesneuvelde ruiten meer dan waard, meldt Kennedy droog.

De Hedgehog was maar één van de innovaties die het tij in de Slag om de Atlantische Oceaan keerden. Dat was de verdienste van het totaal aan elektronica en kleine radarsystemen waarmee de U-Boote aan het zeeoppervlak waren op te sporen, en langeafstandsvliegtuigen met krachtige zoeklichten, escortevliegdekschepen en deze revolutionair verbeterde dieptebommen.

Kennedy mengt zich ook nog in het oude debat over de vraag hoeveel de geallieerde codebrekers, die de versleutelde Duitse communicatie (Enigma en Ultra) ontcijferden, hebben bijgedragen aan de Duitse nederlaag. Wat hem betreft waren ze maar een radertje in het geheel van de slag om de Atlantische Oceaan. Je kunt wel slim uitvogelen waar de vijand zich ophoudt, maar je moet er vervolgens ook met de goede wapens bij kunnen.

De strategische effecten van het Enigma-kraken moeten niet worden overschat, meent Kennedy. Dat dit de overwinning zelfs jaren naar voren heeft gebracht, noemt hij onzin, aangezien de Russen ook zonder hulp van de codekrakers vanaf de zomer van 1943 onontkoombaar naar Berlijn denderden.