De harde feiten komen van het publiek

Samenwerking tussen journalisten en lezers komt steeds vaker voor. En met goed resultaat. Amanda Michel: „Een journalist moet niet wachten op het nieuws.”

Honderd lezers of kijkers weten vaak meer dan één verslaggever. En daarom moeten journalisten beter gebruikmaken van hun publiek. Dat stelde de Amerikaanse journaliste Amanda Michel van The Guardian, vorige week tijdens een bijeenkomst in Amsterdam. „Maar vraag ze niet om jouw werk te doen”, zei ze tegen een zaal journalisten. „Vraag ze naar hun ervaringen en hun kennis.” Dat ziet zij als een belangrijke voorwaarde voor een gezonde toekomst voor nieuwsmedia.

Amanda Michel is een pionier op het gebied van wat crowdsourcing en distributive reporting wordt genoemd. Dat komt neer op intensieve samenwerking tussen journalisten en deskundige, betrokken lezers. Michel werkte bij de populaire website The Huffington Post en non-profit newsorganisatie ProPublica en leidt nu projecten voor de Amerikaanse site van The Guardian. Ze was onder meer betrokken bij de chat tussen NSA-klokkenluider Snowden en lezers.

Michel was in Nederland op uitnodiging van de journalistenvakbond NVJ en het Expertisecentrum Journalistiek, het kennis- en opleidingsinstituut voor journalisten gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens de bijeenkomst gaf ze tientallen voorbeelden hoe media het publiek proberen te betrekken bij nieuwsgaring en onderzoeksjournalistiek.

Sociale media spelen volgens Michel een centrale rol in de nieuwe relatie tussen nieuwsorganisaties en hun publiek. Meer nog dan het bloggen en de burgerjournalistiek van vroeger vindt zij Facebook en Twitter uitermate geschikte instrumenten. E-mail daarentegen noemt ze nog steeds haar belangrijkste ‘tool’.

De belangrijkste les die Michel haar publiek wilde meegeven: luie journalisten hebben hier niets te zoeken. Simpelweg een forum openen en wachten tot het nieuws binnenstroomt, zoals vroeger wel gebeurde, is vruchteloos. Journalisten moeten veel tijd en moeite steken in het (digitale) contact met hun publiek. Alleen dan worden lezers mede-auteurs en kijkers co-producenten.

Stel duidelijke vragen, luidde een van haar tips. Maak glashelder welke informatie je wilt hebben. Dan weten lezers wat van hen wordt verwacht. Na een gerichte oproep aan patiënten kreeg The New York Times 16.000 verhalen van mensen die een nieuwe heup hadden gekregen. Zo kon de krant reconstrueren wat een heupoperatie kost in de VS.

Verlang kwaliteit, stelde Michel. Steek geen tijd in het eindeloos redigeren van bijdragen of het trainen van amateurs. En ‘interview’ je onlinebronnen, zoals je ook gewone bronnen zou interviewen. Michel gaf als voorbeeld een langlopend project van ProPublica over de woningmarkt in de VS. Samen met een onderzoeksjournalist plaatste Michel een uitgebreid vragenformulier over hypotheken online. „Collega’s waren bang dat wij niet genoeg antwoorden zouden binnenkrijgen. Meer dan drieduizend mensen vulden de gehele vragenlijst in.” Voor de betreffende onderzoeksjournalist waren die antwoorden een belangrijke bron van verhalen en een manier om ontwikkelingen te laten controleren. Een keer per maand stuurt hij alle inzenders een mail met zijn vorderingen.

Bijkomend voordeel: de deelnemers aan het woningmarktonderzoek kenden aanvankelijk de andere activiteiten van onderzoeksorganisatie ProPublica niet, maar de meesten namen later wel een abonnement op de nieuwsbrief. Nog een voordeel: lezers die meewerkten aan een onderzoeksproject zagen hoe moeilijk het is om informatie te verzamelen. Michel: „Zij kregen meer waardering voor de journalist.”

Michel vertelde dat maar heel weinig deelnemers bewust frauderen of een project saboteren. Net als andere vormen van onderzoeksjournalistiek komt uit lang niet elk project groot nieuws. „Bij The Huffington Post leverde één op de vijf initiatieven geen verhaal op. En we deden er enkele per week.” The HuffPo kon zich dergelijke investeringen permitteren, maar het is de vraag of dat zo blijft. In haar verhaal van Michel klonk wel enige zorg door. „Initiatieven als The Huffington Post en Politico waren vijf jaar geleden jong en opkomend. Nu zitten zij in dezelfde moeilijke positie – op de advertentiemarkt – als traditionele media.”

Weinig nieuwsorganisatie verdienen nu geld met sociale media, aldus Michel. Maar zij ziet het wel als een van de weinige manieren om het contact met lezers te verstevigen. Helemaal met jonge lezers. „Vroeger moesten we zorgen dat wij werden gevonden door zoekmachines. Nu gaat het erom dan mensen ons vinden via hun vrienden op Facebook en Twitter.”