Dan maar grote woorden

De Europese economie moest zo ongeveer nu herstellen. Mislukt. Omdat centrale bankiers niet veel instrumenten meer hebben, doen ze iets ongewoons: ze verklappen nu wat ze straks gaan besluiten.

Foto Reuters

Groot feest op de financiële markten. Het gaat zo slecht met de eurozone dat de Europese Centrale Bank niet anders kan te verklaren dat de rente nog lang heel laag zal blijven. Fijn, die zekerheid, dachten beleggers gisteren meteen. Prompt stegen de aandelenkoersen en daalden de rentes die overheden op staatsobligaties moesten betalen. De AEX sloot 2,5 procent hoger, de euro verloor 1 procent ten opzichte van de dollar – aanzienlijk, in die wereld.

President Mario Draghi verraste de markten met een onorthodoxe stap – voor het eerst in de geschiedenis van zijn ECB deed hij een uitspraak over het toekomstige monetaire beleid. Normaal worden journalisten die ernaar vragen juist vriendelijk glimlachend voor gek verklaard: „we never precommit”, we leggen ons nooit van tevoren vast. En dat weet u.

Het was een hele geruststelling dat de bank het crisisbeleid voorlopig vasthoudt, juist nu het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Fed, heeft aangekondigd de maatregelen te willen afbouwen. Die mededeling leidde twee weken geleden tot stevige schommelingen op de beurs.

Draghi bood zelfs uitzicht op een mogelijke renteverlaging. En dat terwijl het pas twee maanden geleden is dat de bestuursraad, waarin alle presidenten van de zeventien nationale centrale banken zitting hebben, besloot tot het historisch lage tarief van 0,5 procent.

Veel heeft dat niet geholpen. Door de verlaging zijn banken niet meer geld gaan uitlenen aan bedrijven, wat wel de bedoeling was. Toch zegt Draghi nu: „0,5 procent is niet de ondergrens.”

Het was een grote stap voor de president over te gaan tot dit zogenoemde forward guidance: probeer de markt te sturen door vooruit te lopen op je toekomstige beleid. Eerder was het juist nog – en dat zeiden Draghi’s voorgangers ook altijd – dat de ECB zich nooit vooraf op de rente vastlegt.

Waarschijnlijk zag de bestuursraad weinig andere mogelijkheden meer. De eurozone is nog altijd in recessie, de werkloosheid op recordhoogte. Het herstel, waarvan eerder werd gezegd dat het ongeveer nu zou intreden, wordt nu verwacht voor „later in het jaar en in 2014”.

Als er geen ‘harde’ maatregelen meer voorhanden zijn, kun je nog altijd communicatie inzetten als instrument. Draghi noemde het gisteren „toeval” dat Mark Carney, de nieuwe gouverneur van de Bank of England, zich van precies hetzelfde middel had bediend.

Anderhalf uur voordat Draghi zijn persconferentie gaf, zei Carney dat de anticipatie van de markten op een renteverhoging in 2015 „ongegrond” was. Ook in Groot-Brittannië staat het belangrijkste rentetarief op 0,5 procent. Door Carneys opmerking verloor het pond gisteren flink ten opzichte van de dollar.

Beide heren volgen hun Amerikaanse evenknie Ben Bernanke, die al langer stuurt met uitspraken over toekomstig beleid. In december zei Bernanke bijvoorbeeld dat hij de rente nabij de nul procent zal houden totdat de werkloosheid onder 6,5 procent is gezakt. Ook Haruhiko Kuroda, de president van de Bank van Japan, koos voor een sturende – en expliciete – strategie toen hij in april aantrad. Toen verklaarde hij dat de bank binnen twee jaar de Japanse deflatie heeft omgebogen tot 2 procent inflatie.

Het grote risico van deze ‘forward guidance’ is alleen wel dat de werkelijkheid het beleid kan inhalen. Het is de taak van de ECB om de inflatie onder de 2 procent te houden. Momenteel is de inflatie 1,6 procent. Mocht de economie aantrekken, dan kan dat in combinatie met een lage rente snel tot een stijging leiden.

Draghi bouwt daarom nogal een voorbehoud in. Tot uitspraken over de duur van de lage rente laat hij zich niet verleiden, anders dan „voor een aanzienlijke periode”. En na aandringen van journalisten zegt hij maar: „Het is niet zes maanden, het is niet twaalf maanden. Een aanzienlijke periode is een aanzienlijke periode.” Zodat hij toch nog een mysterie blijft – om op zichzelf terug te kunnen komen.