Broeders val je niet af

Een christelijke onderwijsvereniging gaat zich ontfermen over de islamitische school Ibn Ghaldoun Examenfraude is daar niet het enige probleem Docenten vertellen onder meer over bedreigingen

Verslaggever

De school is uit, het café raakt vol. Een groep niet-moslims spreekt er de afgelopen jaren zo nu en dan af. Het zijn leraren van Ibn Ghaldoun. Ze praten over wat ze nu weer hebben meegemaakt op die rare school. Er wordt gelachen. Er wordt alcohol gedronken. Werken op een islamitische school – waar alcohol taboe is – maakt ze recalcitrant.

Vol idealisme waren ze aan hun baan begonnen. „Ik wilde juist deze groep leerlingen helpen”, zegt een oud-leerkracht. Een ander: „Ik had het idee van: ook déze kinderen verdienen goed onderwijs.”

Ergens gaandeweg verloren deze idealisten hun geloof. Sommigen zijn verbitterd vertrokken, sommigen werken er nog steeds, maar allemaal zeggen ze hetzelfde: op Ibn Ghaldoun heerste een „sjoemelklimaat” waarvan fraude met examens een „logisch” gevolg is. Op Ibn Ghaldoun viel er altijd wat te „ritselen”.

Gisteren heeft de de christelijke onderwijsvereniging CVO aangekondigd Ibn Ghaldoun onder de hoede te willen nemen. De omstreden school zou over een aantal jaar weer zelfstandig verder kunnen, stelt de CVO. Maar staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) liet weten dat het ook dan niet zeker is of de scholengemeenschap kan blijven bestaan. Dat hangt onder meer af van de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek naar de examendiefstal en een onderzoek van de onderwijsinspectie. Op Ibn Ghaldoun werden zevenentwintig examens gestolen en doorverkocht, waardoor alle leerlingen hun examen opnieuw moesten maken.

Deze krant sprak met zeven docenten die actief zijn of waren op de Rotterdamse school. De leraren zijn huiverig hun verhaal te doen, zelfs als ze anoniem blijven. „Het kan best dat mijn ruiten er vanavond uit liggen”, zegt een voormalig leraar.

Wat ze vooral níet willen overbrengen: dat alles slecht is aan de school. De leraren, ook degenen die zijn vertrokken, roemen de „warmte” die er heerst. „De school voelde als een huiskamer”, zegt een oud-leerkracht. Het contact met leerlingen is „heel prettig”, „aandoenlijk” zelfs. Je kon leuk met ze discussiëren.

Ibn Ghaldoun was een eenheid. Leraren, leerlingen, ouders – er waren wel conflicten, maar iedereen had „dat wij-gevoel”. „Het gevoel dat ze zich als moslims wilden bewijzen”, zegt een oud-werknemer. „Zij zouden Nederland wel even laten zien hoe goed islamieten hun eigen onderwijs regelen.”

Indoctrineren

Die eenheid had een keerzijde. De buitenwereld kwam niet binnen op Ibn Ghaldoun. Een lerares die er jaren geleden les gaf, vertelt dat meisjes na schooltijd bij elkaar moesten komen in ‘huiswerkklassen’. „Maar dat waren geen huiswerkklassen. Dat waren lessen om kinderen te indoctrineren”, zegt ze. „Alle lessen waren tegen de maatschappij gericht. Ze mochten nooit trouwen met een Nederlander. Ze mochten zelfs niet met ongelovigen omgaan, werd hen verteld.”

Ook nu heerst er „impliciete druk” voor meisjes om een hoofddoek te dragen en geen verkering te krijgen, zegt een huidige docent. Een deel van de kinderen verblijft in Rotterdamse moskee-internaten. Een leerkracht: „Als ik ’s avonds thuiskwam, zei ik weleens tegen mijn man: ‘Het lijkt wel alsof ik in het buitenland werk, alleen dan in Rotterdam.’”

De cultuur bracht ook mee dat je elkaar niet kon aanspreken op onvolkomenheden. Leraren probeerden collega’s er bijvoorbeeld op te wijzen dat zij leerlingen niet mochten laten spieken tijdens proefwerken. „Dan werd er keurig geknikt, maar veranderde er niks”, aldus een ex-leerkracht.

Ook tegen ouders die om een gunst kwamen vragen, konden sommige docenten geen ‘nee’ zeggen. Dat zag je in het aannamebeleid: kinderen die op grond van hun CITO-score op geen enkel vwo werden aangenomen, konden wel op Ibn Ghadoun terecht. Een oud-medewerker: „Dan werd er door ouders letterlijk gezegd: ‘Broeder, kunnen wij iets regelen?’”

Ook gehoord op Ibn Ghaldoun:

‘Kunnen wij niet zorgen, broeder, dat mijn zoon toch overgaat?’Of: ‘Ik vertrouw erop dat mijn zoon het gaat redden bij jou.’

„De druk op moslimleraren was enorm”, zegt een voormalige leerkracht. „Er bleven weleens kinderen zitten, maar lang niet zo veel als je op basis van het niveau van de leerlingen zou verwachten.” Het Openbaar Ministerie laat weten dat een leraar aangifte heeft gedaan van bedreiging door een ouder van een leerling.

Auto vernield

Druk was er ook van leerlingen. „Het zit ingebakken in de cultuur”, vertelt een oud-leraar. „Als een scholier zijn werkstuk niet heeft gemaakt, hoort hij een 1 te krijgen. Maar op het moment dat je die geeft, raak je als docent in de problemen. Leerlingen eisen een tweede kans. Je maakt een paar keer duidelijk dat er geen tweede kans is. Nederlandse kinderen stoppen daarna met zeuren. Maar islamitische kinderen stoppen niet met zeuren.”

Alle zeven docenten verklaren dat diverse leraren hebben toegegeven aan deze druk. „Cijfers werden regelmatig opgehoogd”, vertellen ze. Als je maar lang genoeg bleef zeuren, kon een 4 een 6 worden. En er werd gestrooid met herkansingen. Een oud-leerkracht: „Sommige collega’s gingen door met herkansen tot ze een voldoende hadden.”

Een leraar die weigerde hierin mee te gaan, kwam een aantal jaar geleden in conflict met een groep Marokkaanse havo-leerlingen. De leraar wilde hun onvoldoendes niet „ophogen” en werd vervolgens bedreigd door de jongens. Kort hierna is zijn auto vlakbij de school vernield. De leraar heeft hiervan aangifte gedaan.

Een andere leerkracht is begin dit jaar bedreigd, verklaren de anonieme leraren. Er zouden bedreigingen zijn geuit omdat deze leerkracht weigerde een leerling een (onverdiende) herkansing te geven.

In 2010 kwam aan het licht dat twee leerkrachten van Ibn Ghaldoun bij het nakijken van examens hebben gerommeld. De fraude werd door een andere school ontdekt en bij de inspectie gemeld. Leraren bleken diverse examens te hebben verbeterd nadat deze waren gemaakt. Ze werden ontslagen. „Er waren nobele bedoelingen bij”, zegt een oud-werknemer. „Die leraren hadden het gevoel dat ze de leerlingen moesten beschermen tegen de ‘te hoge’ eisen die de Nederlandse samenleving aan ze stelt. Ze fraudeerden uit liefde.” Een ander: „Sommige leerkrachten zeiden weleens dat islamitische kinderen eigenlijk niet kunnen voldoen aan de normen van dit land. Bijvoorbeeld omdat ze met een taalachterstand toetsen in het Nederlands moeten maken. Er heerste een collectief gevoel van: we moeten onze kinderen helpen.”

Leraren die gesjoemel bij de directie van Ibn Ghaldoun meldden, deden dat vaak tevergeefs. „Zolang je geen keihard bewijs kon leveren, werd er niets gedaan met onze signalen”, zeggen meerdere oud-leraren. Kenmerkend is hoe de school omging met een klokkenluider die enkele jaren geleden in een anonieme brief aan de inspectie de misstanden meldde. De school huurde een bedrijf in om uit te zoeken vanaf welke computer de brief was verstuurd. Nadat het betreffende ip-adres was getraceerd, stuurde de school een mail rond naar alle leerkrachten met de naam en foto van het ‘lek’.

„Je mag de vuile was nooit buitenhangen. Iedereen houdt daar elkaar de hand boven het hoofd”, zegt een voormalige medewerker. Daarom kon de examenfraude ook onopgemerkt blijven, denken de docenten. „Natuurlijk merk je dat die examenpakketjes zijn opengemaakt. Maar van een aantal docenten weet ik zeker dat zij zoiets nooit zouden melden. Je valt je broeders niet af.”

Een docent zegt: „Als je de problemen wilt oplossen, zouden hier een heleboel mensen weg moeten.” Volgens deze leerkracht is het overgrote deel van het lerarenkorps geschokt door de examenfraude. „Maar er is hier een kleine groep leraren die dingen door de vingers ziet. Die hebben in het verleden bijvoorbeeld spieken tijdens het examen toegestaan.”

Bart Renders, sinds een jaar rector op de school, is bezig dit probleem aan te pakken, zeggen de docenten. Hij werkt „keihard” voor de school. „Maar ik ben benieuwd of hij over een paar jaar nog steeds zo veel inzet kan opbrengen”, aldus een docent.

Het schoolbestuur van Ibn Ghaldoun is gevraagd om commentaar, maar was de afgelopen dagen onbereikbaar. Onderwijsvereniging CVO, die Ibn Ghaloun gaat begeleiden, zegt nog niet op de hoogte te zijn van de situatie die in dit artikel wordt geschetst. „Als het klopt wat die docenten zeggen, is dat een zeer kwalijke zaak”, aldus voorzitter Littooij van de CVO. „Manipulatie kan absoluut niet. Dat moet onderzocht worden.” Hij zegt dat het hem al duidelijk was dat er „op het gebied van personeel iets moet gebeuren”.