Zes vragen over Nut en noodzaak van vakantie

Hoeveel vakantiedagen hebben werkende Nederlanders?

Het wettelijk aantal vakantiedagen per jaar is vier keer het aantal werkdagen per week. Dus: wie fulltime werkt, heeft recht op minstens twintig vakantiedagen per jaar. Maar veel Nederlandse werkgevers vullen dat aantal aan. Gemiddeld hebben Nederlanders per jaar ruim 25 vakantiedagen.

Hoeveel vakantiedagen hebben leraren?

Leraren hebben heel wat meer vakantiedagen: 60, in het voortgezet onderwijs. Zeven weken zomervakantie, twee weken kerstvakantie en de weken voorjaarsvakantie, meivakantie en herfstvakantie. Daarnaast hebben leerlingen en leraren vrij op nationale en christelijke feestdagen (die soms al in een vakantie vallen).

Dit verandert komend schooljaar. Dan wordt het maximum aantal vakantiedagen 55 – de zomervakantie wordt met een week ingekort. Leerlingen krijgen per jaar wel 12 roostervrije dagen. Dat staat in de nieuwe Wet onderwijstijd voortgezet onderwijs, die op 1 augustus ingaat.

In het basisonderwijs zijn geen vakantiedagen vastgelegd. De scholen moeten wel aan de urennorm voldoen: ze moeten ten minste 7.520 uur onderwijs bieden over acht schooljaren. Dat is gemiddeld 940 uur per leerjaar.

Hoe zit het op scholen in andere landen?

Afgelopen voorjaar stond het Franse onderwijs op z’n kop: de zomervakantie van acht weken stond ter discussie. Franse kinderen hebben weinig schooldagen – hun schoolweken bestaan uit vier dagen en ze hebben nog eens vier keer twee weken vakantie door het jaar heen – maar maken wel lange dagen. De basisschool begint om half negen en eindigt om half vijf. Na deze zomer gaan ze vierenhalve dag naar school, waardoor de dagen korter worden.

In België en Zwitserland duren de zomervakanties eveneens acht weken. In Denemarken en Groot-Brittannië zijn geen vaste schoolvakanties. De scholen bepalen de vakanties zelf. In de praktijk komen de vakanties redelijk overeen met de Nederlandse. De Finse, Griekse en Russische kinderen hebben minder vakantie door het jaar heen, maar hebben wel tien of meer weken vrij in de zomer.

Waarom duren zomervakanties in het onderwijs zo lang?

Ooit moesten kinderen uit agrarische gebieden hun ouders kunnen helpen: de oogsttijd valt in de zomerperiode. Daarom sloten de Nederlandse scholen in het begin van de negentiende eeuw al een aantal weken in de zomer, vertelt de Rotterdamse socioloog Theo Veld. Met de invoering van de Leerplichtwet in 1901 werd die vakantieperiode ook in de wet vastgelegd.

Hebben leerlingen die lange vakantie nu nog nodig?

Ruim een eeuw later zijn er een stuk minder kinderen die hun ouders in de zomer helpen met oogsten. Die functie van de zomervakantie is verdwenen.

Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie en auteur van Het puberende brein, vindt een kortere vakantie voor de leerlingen geen gek idee. Pubers, zegt zij, hebben nu in relatief korte tijd een hoge werkdruk. Ze maken lange schooldagen en moeten dan ook nog huiswerk maken en naar sporttrainingen. En dat terwijl hun bioritme verandert: ze worden later moe, maar hebben nog wel meer slaap nodig dan volwassenen: negen of tien uur. Crone: „En als je laat moe wordt, is het ’s ochtends moeilijk opstaan. Het is een soort jetlaggevoel.” Wetenschappelijk onderzoek uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, vertelt zij, wijst uit dat een schooldag die later begint, positieve effecten heeft op de prestaties.

En daar komt nog ander onderzoek bovenop, onder meer van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Harris Cooper, dat uitwijst dat er tijdens een langdurige vakantie cognitieve terugval kan ontstaan, met name bij de zwakkere leerlingen en leerlingen uit sociaal kwetsbare gezinnen.

Heeft vakantie überhaupt nut?

Tijdens vakantie neemt het niveau van gezondheid en welbevinden snel toe, blijkt uit een vijfjarig onderzoek van Nijmeegse arbeids- en organisatiepsychologen. Het piekt op de achtste vakantiedag en keert in de eerste werkweek weer terug naar het niveau van voor de vakantie. Het effect duurt dus maar kort.

Toch heeft vakantie wel zin, menen de onderzoekers: mensen die langdurig niet op vakantie gaan, worden vaker ziek en overlijden vaker vroegtijdig dan mensen die regelmatig op vakantie gaan. Daarnaast kunnen positieve veranderingen in stemming en welzijn een buffer vormen tegen toekomstige stressoren en kan vakantie helpen om afstand te nemen van dagelijkse beslommeringen – en dat is dan weer goed voor de psychologische veerkracht.