Vroegste literaire vermelding Vincent van Gogh ontdekt

Tot op heden ontbrak hij: de naam van Vincent van Gogh (1853-1890) in de Nederlandse literatuur van rond 1900. Maar niet meer. Journalist Sander Bink trof de naam van de schilder aan in een ooit populaire roman uit 1903.

Bink, die eerder al verwantschap tussen het schrijven van Tjebbo Franken en Nescio constateerde, deed de ontdekking voor zijn rubriek ‘Fictieve receptie’ op zijn site rond1900. In die rubriek passeerden grote schrijvers als Nescio de revue, maar ‘ontbrak tot nog toe de volgens velen allergrootste: Vincent van Gogh’. Tot zijn grote verbazing trof Bink de naam van de schilder recentelijk dan toch aan, in het oorspronkelijk in 1903 verschenen De winkeljuffrouw uit l’Oiseau d’Or – Chapeaux pour dames et enfants. Een stuk levensgeschiedenis van Cornélie Noordwal.

Van Gogh wordt genoemd in passages op bladzijde 304 en 305 van de roman. Bink tikte ze over. Aanleiding voor het noemen van Van Gogh is de discussie die ontstaat tussen personage Jan, een dichter, en het personage Nora. In reactie op een bittere brief schrijft Jan:

‘Wat zonde dat jij niet schrijft, hoe vreeselijk jammer dat jij op moet gaan in een verkoopen van hoeden. Je hebt niets geleerd, en weet je aan wien je me denken doet in je brieven? Aan Vincent van Gogh. Natuurlijk weet je niet wie dat was. Het was een man, die niets was dan ziel, als jij, en daar hevig mee leefde; die dingen teekende en schilderde, door een leek belachelijk en dwaas gevonden, en die toch veel meer artiest bleek dan een massa schilders van naam, die onberispelijke landschappen en figuren geven. Weet je dat ik tranen in mijn oogen kreeg van jouw brief ?’

Nora blijkt de schilder niet te kennen:

‘Nora had nooit van Vincent van Gogh gehoord, het kon haar ook niet schelen wie hij was, en of haar brieven zús waren, of zoo. Zij merkte alleen zooveel op, voelde zoo hevig. . .. en zij moést het zeggen aan dien jongen man, die herbergde in zich vele menschen: man, vrouw, kind, jongen, meisje, grijsaard . . . .Hij was óúd. Jong,  héél jong, bejaard, Wijs, gek,mal,dwaas. ..En hij was dit alles, omdat hij dichter was, en meer zag, en meer begréép, en meer voelde dan de gewone gáre, alledaagsche,strengverstandige kudde, die zegeviert met haar nuchterheidover alle dwaasheid, en voor haar, Nora, altijd bleef een te verachten boeltje, zonder edelmoedigheid, zonder ruimheid van blik.’

Bink noemt het opmerkelijk dat Van Gogh hier niet enkel als schilder, maar ook als brievenschrijver wordt genoemd. Hoewel wij nu brievenboeken van Van Gogh kennen, waren deze rond 1900 nog niet verschenen. Bink vraagt zich dus af of Noordwal de brieven van Van Gogh zou kunnen hebben ingezien.