Vraagt de dokter: waar bent u aangevallen?

De politie weet dat er geweld wordt gepleegd, maar preventie is moeilijk In Amsterdam begint een proefproject met hulp van ziekenhuizen In Engeland is het al een succes

verslaggever

De cijfers zijn onrustbarend. Jaarlijks belanden in Nederland 24.000 slachtoffers van geweld op de spoedeisende hulp. Ruim vierduizend geweldsslachtoffers moeten jaarlijks in het ziekenhuis worden opgenomen. En door geweld vallen er per jaar zo’n 150 doden, een kleine drie per week. In geval van zwaar geweld doet slechts één op de vier slachtoffers aangifte.

Kortom, de politie weet dát er geweld wordt gepleegd. Maar niet bij welke geweldsmisdrijven mensen op de spoedeisende hulp belanden, hoe ze dan zijn aangevallen en onder welke omstandigheden.

Vanaf september krijgt de politie hulp uit onverwachte hoek. Zeven Amsterdamse ziekenhuizen in de regio Amsterdam zullen patiënten een viertal vragen stellen. Hoe laat bent u aangevallen? Op welke plek? Met welk wapen? Hoe is uw relatie met de dader? Het ziekenhuis verzamelt die informatie en speelt die door aan politie en gemeente. Die gaat de informatie gebruiken om in de toekomst geweld te voorkomen.

Het Amsterdamse college gaf dinsdag het groene licht aan een pilot die drie jaar duurt. Dit is voor het eerst: nooit eerder deelden ziekenhuizen van patiënten afkomstige informatie met gemeente en politie.

Amsterdam treedt in de voetsporen van Cardiff en Wales, waar de samenwerking tussen ziekenhuizen en politie sinds 2003 heeft geleid tot 40 procent minder geweld. De ziekenhuisinformatie bracht oorzaken voor geweld aan het licht die eenvoudig waren weg te nemen. Veel verwondingen door gebroken bierglazen? Voeren we verhard glas in in alle pubs. Veel geweld in dat steegje? Sluiten we het ’s nachts af.

Dat moet hier ook kunnen, dachten ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie die in 2011 over het ‘Cardiffmodel’ lazen. Het ministerie vroeg aan Amsterdam eenzelfde soort samenwerking op poten te zetten. De burgemeester was direct enthousiast.

Alle ziekenhuizen uit de regio Amsterdam besloten mee te doen: het Slotervaartziekenhuis, het AMC, Sint Lucas Andreas, het Vumc, het OLVG, het BovenIJ ziekenhuis en het Amstelveense ziekenhuis Amstelland.

„Iedereen heeft belang bij minder geweld, daarom doen wij mee aan deze pilot,” zegt een woordvoerder van het AMC. Voor deelname aan de pilot was voor het AMC en de andere ziekenhuizen de privacy van de patiënt essentieel. „In het overleg met de gemeente hebben we erop gehamerd dat die gewaarborgd blijft”, zegt de AMC-woordvoerder. Namen en persoonsgegevens van de patiënt geven wij niet vrij.” Een speciale toetsingscommissie van de ziekenhuizen ziet toe op naleving van de privacywetgeving en het medisch beroepsgeheim.

Vanaf september gaat de samenwerking als volgt in zijn werk. Een slachtoffer van geweld belandt op de spoedeisende hulp. De medische staf legt de patiënt de vier vragen voor, licht toe waarom die worden gesteld en verklaart dat antwoord geven niet verplicht is. Het ziekenhuis speelt de informatie periodiek door naar de stichting Veiligheid NL. Die analyseert de gegevens en maakt er een rapport van. Maar eerst checkt de toetsingscommissie van de ziekenhuizen of het rapport voldoet aan de privacyafspraken. Zo ja, dan gaat het rapport naar politie en gemeente. De politie gebruikt het voor preventie van geweld, niet voor het oplossen van misdaden.

„Dit is een bewezen goede praktijk”, zegt burgemeester Van der Laan. „We hopen dat net als in Cardiff precies boven tafel komt hoe, waar, en wanneer geweld zich voordoet. Preventief werken is beter dan achteraf, met stoffer en blik.”

Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden, heeft twijfels. „Een basisrecht van de patiënt is dat hij in vrijheid kiest voor zorg. Maar hoe vrij is de patiënt nu? Zeker, hij hoeft die vier vragen niet te beantwoorden. Maar een patiënt die net is toegetakeld, is kwetsbaar. Hoe vrij voel je je, als je in datzelfde ziekenhuis zorg moet ontvangen, om te zeggen: ik beantwoord die vragen niet?”

Jos Dute, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht in Nijmegen, noemt geweldspreventie van groot belang. „Maar goede hulpverlening is dat ook. Alles komt aan op de zorgvuldigheid van de uitvoering. De toetssteen is de praktijk.”

In 2015 wordt die praktijk geëvalueerd. Bij „gebleken succes” is het plan om de methode in te voeren in ziekenhuizen in heel Nederland.