Vermoeide koning Albert wilde niet meer langer wachten

De meeste Belgische politici hadden het liever gehad dat koning Albert nog was aangebleven. In ieder geval tot na de volgende verkiezingen. „U stopt toch niet, Sire?”

De Belgische koning Albert II (79) vindt al een paar jaar dat het genoeg is geweest. In 2011 zei hij tegen politici dat hij zich te oud voelde worden voor het koningschap, hij was moe. Maar België beleefde in die tijd een politieke crisis waar geen eind aan leek te komen – er kon maar geen regering worden gevormd – en Albert had al de ene na de andere bemiddelaar of ‘verkenner’ aangewezen. Wie zou in het politiek diep verdeelde land die rol kunnen overnemen? „U stopt toch niet nu, Sire?”

De meeste politici wilden nu nog steeds niet dat Albert zou aftreden. Premier Elio Di Rupo had stevig zijn best gedaan om de koning op andere gedachten te brengen. Volgend voorjaar zijn er federale en regionale verkiezingen, het land kan politiek opnieuw vastlopen en er is weinig vertrouwen in kroonprins Filip.

Albert nam twintig jaar geleden het koningschap over van zijn (kinderloze) broer Boudewijn, die onverwacht was overleden. Hij had zich er niet op voorbereid, Boudewijn had jarenlang Aberts oudste zoon Filip op het oog gehad als opvolger – Boudewijn dacht dat Albert niet in aanmerking kwam door zijn slechte huwelijk met Paola. Maar met Paola was het weer goed gekomen en de Belgische regering had het idee dat Filip nog veel te leren had.

Albert was 59 toen hij op de troon kwam, in België waren veel mannen van zijn leeftijd allang met vervroegd pensioen. En hij was heel anders dan zijn broer, zegt emeritus hoogleraar nieuwste geschiedenis Mark Van den Wijngaert: „Boudewijn studeerde op zijn dossiers, hij was een heel harde werker.” Boudewijn kwam ook niet heel graag onder de mensen. „Op recepties bleef hij alleen voor de beleefdheid tien minuten of een kwartier. Hij nipte een beetje aan zijn glas wijn en dat was het.”

Albert was op recepties vaak de laatste die vertrok. „En als zijn vrouw niet keek, nam hij een glas of twee, drie.” En Albert wekte juist steeds de indruk dat hij goed luisterde naar onderdanen, en hij maakte grapjes – ook tegen politici. Hij ging feesten af in alle delen van het land: Wallonië, Brussel, Vlaanderen. Van den Wijngaert, die recent een hoofdstuk schreef voor het boek Zijn wij de koning te rijk?, over de Belgische monarchie: „Alberts leuze was: eenheid in verscheidenheid. Hij beschouwt de verschillen in België als een rijkdom.”

Volgens staatsrechtgeleerden viel Albert uit zijn rol toen hij openlijk kritiek had op justitie in de affaire-Dutroux. Jean-Luc Dehaene, in die tijd premier van België, zei later dat het zo was afgesproken: in een gesprek met nabestaanden van slachtoffers van kindermoordenaar Marc Dutroux mocht hij hard zijn voor justitie en politie. Die hádden ook grote fouten gemaakt en in de enorme maatschappelijke onrust die was ontstaan door Dutroux durfden maar weinig politici te zeggen dat Alberts uitspraken volgens de grondwet niet deugden. Volgens Dehaene voorkwam Albert toen juist een ‘revolte’ onder de bevolking.

Albert zou in die tijd ook geïrriteerd zijn geweest omdat de regering hem in de zomer van 1996, toen Dutroux werd gearresteerd, had gevraagd om zijn vakantie niet te onderbreken. Dehaene deed dat zelf ook niet, maar Albert vond dit achteraf een slecht idee.

Eind jaren negentig kwam de onthulling dat Albert een buitenechtelijke dochter had: de kunstenares Delphine Boël, nu 45. Het was groot nieuws, maar het schaadde Alberts imago niet. „Integendeel”, schrijft journalist en koningshuiskenner Brigitte Balfoort in Zijn wij de koning te rijk?: „Er is meer kritiek te horen op het feit dat hij zijn dochter niet erkent.” Want Albert zweeg. Hij noemde later alleen een keer de ‘huwelijksproblemen’ die hij had gehad. Een vergissing van zijn adviseurs? „Zoiets waait niet over”, zegt Van den Wijngaert. „Het hangt als een zwarte wolk boven zijn moreel gezag.”

Politiek kreeg hij het moeilijk vanaf 2007: de eenheid van het land werd steeds openlijker bedreigd. De christen-democratische premier Yves Leterme beloofde een grote staatshervorming, maar de Franstaligen moesten daar niets van hebben. Alberts rol bij de formatie werd er belangrijker door, maar hij werd ook kwetsbaarder: het lag opeens gevoelig voor welke bemiddelaar hij koos. „Het werd een lijdensweg voor hem”, zegt Van den Wijngaert.

Voor zijn politieke werk kreeg Albert stevige hulp van de kabinetschef die ook al onder Boudewijn had gediend: Jaques van Ypersele de Strihou (76), een Franstalige christen-democraat die wordt gezien als een machtige ‘onderkoning’ van België. Van den Wijngaert denkt dat Albert zich ook daardoor kwetsbaar maakte: hij leunde op de adviezen van Van Ypersele en politici als Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy (oud-premier, nu EU-voorzitter).

Maar in de partijen die na de verkiezingen van 2010 tot een regering probeerden te komen, was er een nieuwe generatie politici: ze dachten minder aan héél België en meer aan de kiezers in hun eigen deelstaat. „Dat paste niet goed bij elkaar”, zegt Van den Wijngaert, „en daardoor heeft hij toen een paar keer het geweer van schouder moeten doen veranderen. Dat is niet goed voor de politieke stabiliteit in het land.”

Albert maakte ook de Vlaams-nationalisten van de N-VA boos. Ze vonden dat ze van de koning weinig kans kregen in de formatie, al was de N-VA de grote winnaar van de verkiezingen. N-VA-leider Bart De Wever was maar drie weken formateur, en de koning leek wel heel goed te kunnen opschieten met de Franstalige socialist Elio Di Rupo die premier werd.

Het koningshuis was de laatste jaren in Vlaanderen al veel minder populair dan in Wallonië, waar het wordt gezien als een van de laatste symbolen van de eenheid van België. In zijn televisietoespraken kwam Albert ook vaak op voor die eenheid en volgens Vlaams-nationalisten bedoelde hij de N-VA toen hij in zijn laatste kerstboodschap begon over de jaren dertig en waarschuwde tegen populisme.

In het voorjaar kwam de krant Le Soir met het nieuws dat Albert deze zomer zou aftreden. De koning stelde staatsbezoeken uit, hij was vaak met vakantie, hij trad steeds minder op in het openbaar – waardoor de geruchten groeiden dat hij er fysiek slecht aan toe was. Maar even sterk waren de geruchten dat Di Rupo zijn aftreden wilde tegenhouden.

Net vóór de zomer maakte Delphine Boël bekend dat ze in een proces dna-onderzoek zou eisen, waardoor zou komen vast te staan dat Albert haar vader was. Haar moeder, baronnes Sybille de Selys Longchamps, kwam haar helpen in een interview – voor het eerst – over haar relatie met Albert die achttien jaar had geduurd.

Gisteravond ging het verhaal dat Delphine het aftreden van Albert niet had veroorzaakt, maar wel had versneld: in een ander scenario zou hij pas op 20 juli, net voor de nationale feestdag op 21 juli, met zijn aankondiging komen. De vermoeide Albert zou nu niet langer hebben willen wachten.