Pas op, deze video bevat seks of geweld

Kinderen kijken graag filmpjes op YouTube, maar niet alles is geschikt. Nederland en Engeland werken aan een kijkwijzer voor internetvideo’s.

Het EU Kids Online onderzoek uit 2011 stelt dat 22 procent van de kinderen (9 tot 16) in Nederland via internet wordt geconfronteerd met ‘schadelijk materiaal’. Foto Robin Utrecht

Sophie van vijf kijkt op de iPad naar YouTube filmpjes van Dora. Zij gaat met haar vinger langs andere filmopties van Dora en krijgt een nieuw verhaaltje voor zich. Ineens gilt de kleine heldin dat ze aan de heroïne gaat. Een flauwe persiflage, die een YouTube-gebruiker voor de lol op de site heeft geplaatst. Kan zoiets worden voorkomen?

Martijn Huigsloot van het NICAM, het instituut dat verantwoordelijk is voor de Nederlandse Kijkwijzer, heeft goede hoop. Sinds vorig jaar werkt het NICAM met de Britse filmkeuring BBFC aan een systeem waarmee amateurfilmpjes op internet snel geclassificeerd kunnen worden. De site voor dit project, www.yourateit.eu, werd deze week gelanceerd. Ouders en kinderen kunnen daarmee eenvoudig geïnformeerd worden over de mogelijk schadelijke inhoud van een filmpje voordat ze gaan kijken. Ouders kunnen op YouTube instellen dat hun kinderen alleen kindvriendelijke video’s mogen bekijken.

„Verder willen we dat gebruikers hun filmpjes zelf beoordelen voordat ze het op internet zetten”, legt Huigsloot uit. Samen met Tiffany van Stormbroek ontwikkelde hij You Rate It, een online kijkwijzer waar amateurfilmmakers een aantal vragen moeten beantwoorden voordat ze een filmpje op YouTube plaatsen. Op het kantoor van het NICAM in Hilversum legt hij het systeem uit.

Wie een filmpje uploadt, krijgt een kort lijstje op zijn scherm met een aantal vragen in zes categorieën. Is er sprake van expliciet taalgebruik? Drugs, seks, angst, discriminatie of geweld? „Het idee is dat iemand die een filmpje uploadt, binnen een aantal seconden tot maximaal twee minuten deze vragen beantwoordt. Er rolt dan een classificatie uit die zichtbaar is voor andere gebruikers.”

Het advies wordt zichtbaar via icoontjes die al bekend zijn van de Nederlandse Kijkwijzer. „Bij zo’n filmpje verschijnt dan in beeld of het is bedoeld voor AL (Alle Leeftijden), 6, 9, 12 jaar of 16 jaar en ouder.”

Bestaande YouTube filmpjes, die al op de site staan, kunnen eveneens door gebruikers worden beoordeeld. Na het bezichtigen van een filmpje kunnen kijkers achteraf, ook via een vragenlijstje, een oordeel geven, waarna er een gemiddelde uitrolt.

Om het systeem te testen, start het NICAM samen met Mediaset, het Italiaanse mediabedrijf van Berlusconi, binnenkort met een pilot. „We gaan het testen met 16mm.it. Dat is de amateur videosite van de grootste omroep van Italië. Dat is geen YouTube, maar ze zijn redelijk populair. Iedere maand worden de leukste filmpjes van die site op tv uitgezonden.” Of het project zal aanslaan, valt nog te bezien. „Het kan zijn dat mensen er geen behoefte aan hebben, of dat alleen een kleine minderheid meedoet. Dat is wat we moeten uitvinden”, aldus Huigsloot.

Dat gebruikers er geen zin in hebben omdat ze hun filmpjes niet willen censureren, wijst Van Stormbroek af. „Het is geen verbod, de classificatie dient om ouders te informeren. Mensen zijn vrij om, ook al staat er een waarschuwing bij een filmpje, toch te gaan kijken.”

Het plan voor een internationale Kijkwijzer voor online filmpjes komt niet uit de lucht vallen. Eind 2011 kwam Europees Commissaris Neelie Kroes, die binnen Europa de portefeuille digitale agenda beheert, met een plan om samen met 31 grote bedrijven, waaronder Apple, Deutsche Telekom, Facebook, Orange, Google, Hyves en KPN, te werken aan een veiliger internet voor kinderen. Het rapport van de Europese Commissie en de internetindustrie, dat in mei 2012 werd gepresenteerd, gaat uit van vijf principes: één daarvan is classificering van online materiaal.

Begin dit jaar sloot ook de Britse filmkeuring BBFC zich aan bij het initiatief van Kroes. „Het idee is dat de classificaties gemakkelijk, op internationaal niveau, kunnen worden gedeeld, maar ook per land op maat kunnen worden gemaakt”, zegt David Austin, hoofd van de beleidsafdeling van de BBFC. „In Engeland is men veel gevoeliger voor grof taalgebruik dan in Nederland. Dus als iemand het F-woord gebruikt, kan er uit het Britse toetsingssysteem rollen dat het filmpje geschikt is voor 18+ terwijl het in Nederland een lagere beoordeling krijgt.”

In Engeland werd vorige maand in het parlement gedebatteerd over veilig internetgebruik voor kinderen. „Het onderwerp staat bij ons hoog op de politieke agenda”, zegt Austin. „Zelfs premier Cameron heeft er oog voor. Hij heeft kinderen die zelf achter de computer zitten.” De BBFC is inmiddels druk bezig een aantal pilots op te zetten. „We zijn in gesprek met een aantal bedrijven in Europa, welke dat zijn kan ik niet zeggen.”

NICAM en BBFC zouden in de toekomst graag zien dat YouTube zijn gebruikers verplicht stelt om filmpjes te classificeren. Huigsloot: „Daarvoor is de medewerking van de grote partijen wel noodzakelijk. De belangrijkste spelers zijn YouTube en Facebook. Samen beheren zij meer dan 95 procent van de online amateurvideo’s.”

Of YouTube en Facebook ingaan op de plannen van het NICAM, is onduidelijk. Een woordvoerder van YouTube-eigenaar Google in Nederland geeft aan dat het bedrijf het voorstel eerst ‘eens goed wil bekijken.’

Volgens het NICAM zijn er wel gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van YouTube in Brussel, maar harde toezeggingen zijn er niet gedaan. Volgens een woordvoerder van Neelie Kroes kan de Europese Commissie de bedrijven nergens toe verplichten.