Met Dolce & Gabbana gaat alles goed

Het is nog maar drie dagen geleden dat Domenico Dolce en Stefano Gabbana, de twee ontwerpers achter Dolce & Gabbana, tot twintig maanden cel werden veroordeeld wegens belastingontduiking.

Maar in Metropol, het eigen theater van het modehuis net buiten het centrum van Milaan, is het modebusiness as usual.

Eerder op dag werd hier de mannencollectie voor voorjaar 2014 gepresenteerd, die, zoals de laatste jaren gebruikelijk is bij Dolce & Gabbana, een Siciliaanse sfeer had – Dolce groeide op in de streek. Als decor was er een grote, oude olijfboom, Siciliaanse modellen droegen korte broeken, T-shirts en sweatshirts met prints van gravures vanbeelden uit de klassieke oudheid en ruïnes, en zeer strakke pakken.

Het opmerkelijkste was dat, toen de ontwerpers aan het eind van de show de catwalk opkwamen, een Duitse streaker hun kant op rende.

Nu wordt in dezelfde zaal een feest gehouden ter ere van voetballer Lionel Messi. Het duo heeft een fotoboek aan hem gewijd, om hun ‘betrokkenheid bij sport te uiten’. Dolce zelf fotografeerde hem, in allerlei broeierige poses. De ontwerper staat, gekleed in smoking, midden in de snel volstromende zaal en verwelkomt bekenden.

Hoe gaat het nu met u, meneer Dolce? „Fine”, zegt Dolce. „Ik hoop dat het met u ook goed gaat.” En hij draait zich om naar zijn buurman.

Weinig Italiaanse modehuizen zijn zo typisch Italiaans als Dolce & Gabbana. Niet alleen vanwege de verwijzingen naar Sicilië. De vrouwenmode van Dolce & Gabbana is sensueel en feestelijk; de dominante stijl onder Italiaanse vrouwen. Nostalgische jurken die vrouwelijke rondingen perfect laten uitkomen, afgewisseld met flatteuze variaties op het klassieke mannenpak. Zo vrouwelijk als de damesmode is, zo mannelijk – en sexy – is de herenlijn; perfect gesneden pakken, shirts die een schouderpartij goed laten uitkomen.

De manier waarop het modehuis met de belastingdienst omgaat, is al even Italiaans, zegt een modejournalist van Il sole 24 ore. „De houding is hier: belasting betalen is voor arme mensen. Veel bedrijven voelen zich te slim om het te doen.” De zakenkrant was een van de eerste die een paar maanden geleden weer berichtte over de rechtszaak (die al sinds 2009 speelt) en was daarom niet welkom bij de show; het modehuis staat bekend om het weigeren van kritische journalisten. The New York Times wordt al jaren niet meer uitgenodigd. Het modedagblad WWD, dat uitvoerig heeft bericht over de rechtszaak, was dit keer evenmin aanwezig.

De modejournalist van La Repubblica was er wel, gekleed in een gedessineerd overhemd en smalle grijze broek van het huis. Maar, vindt hij net als zijn collegavan Il sole 24 ore: „De rechter had gelijk.”

„Het is niet eerlijk”, meent daarentegen Anna dello Russo, stijlicoon, blogger en modeconsultant – en vertrouweling van Dolce en Gabbana. „Ze stoppen zo veel liefde in wat ze doen, ze houden zo veel mensen aan het werk. Ze weten wat ze doen, ik vertrouw hen volkomen. Ik ben nog steeds in shock over wat er is gebeurd.”

Dolce (1958) en Gabbana (1962) , die ook jarenlang privé een stel waren, gaven in 1985 hun eerste show, met een gordijn als achtergrond en geleende accessoires. Het huis geldt als een van de grote Italiaanse modesuccessen. Naast kleding maakte het parfums, schoenen, tassen en sinds enige tijd ook make-up. Alleen al in Milaan zijn er vier winkels. In 2012 had het bedrijf een omzet van 1,1 miljard euro.

De rechtszaak tegen Dolce & Gabbana richtte zich op een gebeurtenis uit 2004: toen verkochten de ontwerpers hun bedrijf aan Gado (Gabbana-Dolce), hun holding in het belastingvriendelijke Luxemburg, terwijl ze het merk gewoon vanuit Italië bleven runnen.In 2011 werden ze vrijgesproken, maar de aanklager ging in beroep. Voor een tweede aanklacht, dat ze hun bedrijf voor een veel te lage prijs aan de holding zouden hebben verkocht, werden ze woensdag wederom vrijgesproken. Los vand eze zaak heeft de belastingdienst hen in maart veroordeeld tot een boete van vierhonderd miljoen euro. De ontwerpers hebben gezegd onschuldig te zijn en aangekondigd in beroep te gaan. In de praktijk gaan mensen die tot minder dan twee jaar zijn veroordeeld overigens zelden de cel in.

Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad en NRC Next. Fotografie: Peter Stigter.

Voorjaarscollectie van 2014