Mazelenepidemie is gevolg van misbruik godsdienstvrijheid

Verbied ouders dat zij om godsdienstige redenen hun kinderen vaccinatie onthouden, stelt

August Hans den Boef.

Er dreigt een mazelepidemie in de Bijbelgordel. Die kan echter niet adequaat worden bestreden omdat bevindelijke inentingsweigeraars een beroep doen op de vrijheid van godsdienst. Waarna de discussie over kindervaccinatie zich deze dagen helaas nog steeds binnen de kaders van de verzuilde samenleving uit de vorige eeuw blijkt te bewegen. Een samenleving waarin kinderen vanaf hun geboorte onherroepelijk werden ingelijfd bij de zuil van hun ouders. Die religieuze zuilen waren ‘in hun eigen kring soeverein’.

Dat leidde in ons land ooit tot sharia-achtige toestanden, waarbij over de randen van wetten en regels werd gelopen en rechtsongelijkheid ontstond tussen gelovige en ongelovige burgers. Denk aan het seksueel misbruik van kinderen in religieuze instellingen destijds en de behandeling van de daders. Een onderwijzer van een openbare school liep tien keer zoveel kans op gevangenisstraf als zijn collega’s in het confessioneel onderwijs. Het bisdom mocht het in eigen kring afwikkelen in plaats van de overheid.

Die oude rechtsongelijkheid wordt ook nu weer zichtbaar bij de niet-vaccinerende ouders in de Bijbelgordel. Niet-ingeënte kinderen lopen immers een groter risico om ziek te worden dan andere. Wel gevaccineerde kleinen in de Bijbelgordel lopen een groter risico omdat ze in een concentratiegebied wonen. Je zou niet-vaccinatie heel goed kunnen vergelijken met het hebben van onveilige seks.

Die vergelijking gaat echter niet geheel op omdat niet de kinderen kiezen voor al dan niet vaccineren, maar hun ouders. Kinderen ontberen in ons rechtssysteem een aantal rechten en daarvoor bestaan verschillende argumenten. De Nederlandse wetgeving staat ouders toe dat zij voor hun kinderen beslissingen nemen die heel wel kunnen worden uitgesteld totdat die voor de wet volwassen en handelingsbekwaam zijn. Zij het dat kinderen die in een gesloten sektarische omgeving zijn opgevoed, geen enkele vorm van keuzevrijheid hebben.

Theoretisch kun je als achttienjarige reformatoricus de kerk van je ouders vaarwel zeggen, aan een gewone universiteit gaan studeren en een andersdenkende partner kiezen. Moeilijk in zo’n milieu, maar niet onmogelijk. Maar anders dan indoctrinatie vallen besnijdenis en niet-vaccinatie niet terug te draaien.

De Bijbelgordel is zodoende een rudiment uit de verzuiling, in een tijd dat kinderen steeds meer rechten krijgen, vooral via door Nederland ondertekende internationale verdragen. En in praktijken als echtscheiding wordt aan kinderen meestal door de rechter gevraagd bij welke ouder zij willen wonen.

Maar in het geval van mazelen blijft iedereen om de hete brij heen draaien. Men oppert een goed gesprek met de reformatorische ouders en wijst op de mogelijkheid om de kleinen stiekem elders te laten vaccineren. Of refereert aan bijbelteksten die de suggestie wekken dat vaccinatie is geoorloofd. Dat laatste is uiterst paternalistisch en beledigend, want uiteraard bepaalt ieder mens zelf wat hij al dan niet gelooft en behoort niemand zich met de interpretatie te bemoeien van de door hem als heilig beschouwde teksten. De term ‘sektarisch’ gebruikte ik hierboven uiteraard in de sociologische en niet in de theologische betekenis.

Niemand mag zich derhalve bemoeien met al die tekstinterpretaties die worden bedreven in gebedsruimten, kloosters, woningen en werkkamers. Echter, deze interpretaties mogen in een democratische rechtsstaat nooit tot gedrag leiden dat individuen of de samenleving kan benadelen, laat staan tegen wetten en regels ingaat.

Waarom durft daarom niemand te stellen dat de zogenaamde vrijheid van godsdienst in het geval van deze mazelepidemie toch wel erg wordt misbruikt en dat kennelijk de wetgever en waarschijnlijk ook juridische en maatschappelijke instanties moeten optreden? Dat betekent dat ouders tijdelijk uit de ouderlijke macht worden gezet zodat hun kinderen voor eigen bescherming kunnen worden gevaccineerd.

Dit alles in de geest van onze grote Spinoza, die eveneens pleitte voor een onbelemmerde tekstinterpretatie en tegelijkertijd de staat oppermachtig boven religieuze instellingen plaatste. Vrijheid is goed, maar geen onmaatschappelijk gedrag met religie als legitimatie.

Vrijheid van godsdienst hoeft in een democratische rechtsstaat niet expliciet in de Grondwet te worden opgenomen. De gelovige kan zich immers beroepen op wetsartikelen over de vrijheid van meningsuiting of die over de vrijheid van vereniging. Dat bevindelijk gereformeerde gelovigen een aparte bescherming in het wetboek eisen kan in heel veel gevallen niet anders uitgelegd worden dan als een eis om hun godsdienst boven al het andere te plaatsen.

August Hans den Boef is publicist.