Kamp: geen verband gas en huizenprijs

Minister Kamp bezocht Loppersum na een beving woensdagnacht. Zelf had hij daarvan in een hotel in Groningen niets gemerkt. Foto ANP

Minister Kamp ( Economische Zaken, VVD) is bereid bewoners op het gasveld in Groningen financieel te compenseren als hun huizen minder waard worden door aardbevingen als gevolg van gaswinning. Maar vooralsnog ziet de minister hiertussen geen causaal verband. Dat zei Kamp gisteren tijdens een bezoek aan de regio.

Tot en met het eerste kwartaal van dit jaar was hier geen sprake van, constateerde hij op basis van onderzoeksbureau Ortec Finance dat de ontwikkeling van de woningmarkt in het gebied sinds 1993 had vergeleken met die elders. Tot verbijstering van de Noord-Groningers. „Als ik met lokale inwoners en makelaars praat, krijg ik een heel ander beeld”, reageerde burgemeester Albert Rodenboog (CDA) van Loppersum. Hij heeft er bij de bewindsman op aangedrongen om bij het vervolgonderzoek „nadrukkelijker lokale signalen van de lokale bevolking te betrekken. De mensen voelen zich hier nu niet serieus genomen.” Kamp gaat nu elk kwartaal publiceren hoe de huizenprijzen zich in het gebied ontwikkelen in vergelijking met elders.

Uitgerekend de dag na een aardschok bezocht minister Kamp de bewoners in Noord-Groningen. Hij gaf een tussenstand van de onderzoeken – elf in totaal – naar het verband tussen gaswinning en aardbevingen. Op basis daarvan wil hij in december beslissen of er minder gas gewonnen moet worden nu de veiligheid van bewoners in het geding is door meer en zwaardere aardbevingen.

Uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt ook dat de aardbevingen „schade” kunnen toebrengen aan dijken, hoogspanningsleidingen en gasleidingen. Maar Kamp verwacht niet dat dit „direct zal leiden tot uitval van vitale infrastructuur”. Een vervolgonderzoek moet in oktober klaar zijn. Dan zal ook nadrukkelijk gekeken worden naar de gemalen, de damwanden, de afvalwaterpersleiding, de chloorgasleiding en C2000-communicatiemasten van hulpdiensten. Duidelijk is al wel dat de NAM en het ministerie aanpassingen voor hun rekening nemen.