Is de afbakpizza echt bevrijdend?

Steeds efficiëntere voedselproductie beloofde steeds meer tijdwinst. Maar die tijd wordt vooral gebruikt om nóg meer te produceren, betoogt Emma Bruns.

Dinsdagavond. Ik sta in de rij bij de kassa van mijn supermarkt. Voor mij staat een jongen in pak. Hij legt twee blikjes bier en een afbakpizza op de band. Een afbakpizza. Zijn gemakzucht irriteert me. Maar mij bekruipt ook een gevoel van afgunst. Hij staat straks namelijk niet te knoeien met bloem en deegrollers. En hij hoeft ook niet halsbrekend uit het raam te hangen om zijn zelfgekweekte basilicum te oogsten.

Ergens heb ik ook medelijden met hem. Hij is een speelbal van de grote bedrijven. Hij wordt gemanipuleerd, bespeeld en in het geniep verleid door E-nummers en glanzende letters. Kennelijk maakt het hem niet zoveel uit. Ik kijk naar mijn eigen mandje. Aubergine, tomaten, knoflook: een toonbeeld van onafhankelijkheid, toch? Ik kijk op mijn iPhone. Ja, als het zou kunnen had ik die ook het liefst zelf gemaakt. Zelf doen is hot, en niet alleen onder vierjarigen. Een eigen moestuin of zonnepaneel is een must have voor de pionier.

Maar is die onafhankelijkheidsstrijd wel zo modern? Wie is hier eigenlijk de pionier?

Zo’n vijftig jaar geleden verzonnen de broers Richard en Maurice een briljant concept: een lopende band van mensen. De eerste sneed het broodje, de tweede smolt een plakje kaas, de derde bakte de hamburger. Er werd massale tijdwinst geboekt door individuen te specialiseren tot het uitvoeren van één taak. Met deze revolutionaire efficiëntieslag gaf McDonald’s al zijn concurrenten in de hamburgerbusiness het nakijken. Specialiseren is vooruitgang. Het verdelen van taken is een fundamenteel element van een samenleving die zichzelf wil ontwikkelen.

Steeds kleiner mannetje

In mijn eigen vakgebied blijkt dat volop: een chirurg die een paar honderd keer per jaar een tumor uit een borst haalt, zal dat beter doen dan zijn collega die de ene dag een nieuw heup plaatst en de andere een ontstoken appendix verwijdert. Het is een keuze die verlangd wordt van een maatschappij die hoge kwaliteit eist. Waarom laten sommigen tegenwoordig dan zelfs het bakken van een pizza niet langer over aan een ‘expert’ als Oetker?

Misschien wel omdat specialiseren ons ook afhankelijk maakt. Door technologische vooruitgang en bijbehorende massaproductie van bedrijven werd de consument een steeds kleiner mannetje tussen grote namen.

De korte lijn die hem ooit verbond met de melkboer en de groenteman werd verruild voor een supermarktschap met mooie verpakkingen maar een onzichtbare producent. Grote partijen vervingen de korte lijnen door sterke merken. In plaats dat de melkman nog aan de deur komt, staat er nu een blije boer op het melkpak. In plaats van de bakker om de hoek koop je nu een ouderwets krakende verpakking van brood dat met ‘liefde en passie’ gebakken is. Het geeft ons het gevoel van verbinding die er niet meer is.

Helaas blijken veel sterke merken op hun reclameborden met lachende gezichten soms de romantiek te verkiezen boven de waarheid. Met de komst van internet zien we de andere kant. We zien plofkippen, dolfijnen verstrikt in netten bij de tonijn, eieren die verkocht worden als vrije-uitloop-eieren maar van legbatterijkippen komen, rundvlees waarin paardenvlees wordt gemengd. De slimme burger verkeert in een vertrouwenscrisis en kiest eieren voor zijn geld: hij doet het liever zelf. Hij is niet langer specialist, maar liever onafhankelijk generalist. Het is misschien minder efficiënt, maar het voelt een stuk veiliger.

Het VPRO-tv-programma Tegenlicht geeft een mooi overzicht van pioniers in hun strijd tegen de grote merken, in de documentaires ‘Gaten in de markt’ en ‘Power to the people’ (terug te zien op tegenlicht.vpro.nl). Een Scandinavisch eiland dat zichzelf volledig van energie voorziet, ouders die samen een crèche opzetten en buren die voor elkaar koken. Vooruitstrevende burgers maken een vuist tegen grote bedrijven als Nuon, Shell en Unilever.

Toch heeft de keuze voor het kleine collectief een keerzijde. De onafhankelijkheidsstrijd is noodzakelijk als tegenwichttegen de allesomvattende consumptiemaatschappij. Maar die is tegelijkertijd een vorm van achteruitgang.

Efficiëntie is gekaapt

Zelfs Douglas Rushkoff, onafhankelijkheidsstrijder en schrijver van het spraakmakende boek Life Inc (hoe onze wereld een bedrijf werd), erkent dat we grote partijen nodig hebben voor ‘the big stuff’. Een iPhone kun je nou eenmaal niet in je achtertuin verbouwen, afspraken over de euro kun je niet maken in het buurthuis en bij een massale hongersnood is het prettig als we als wereldbevolking hulp kunnen bieden.

Grote systemen stellen ons in staat ons te verenigen en zodoende gebruik te maken van alle kennis en diversiteit die de wereld te bieden heeft: van bijzondere gerechten uit Indonesië tot massagetechnieken uit Zweden. Het zou zonde zijn om ons te beperken tot onze nabije omgeving. Nog maar 3 procent van de Nederlanders werkt in de landbouw. Het geeft de rest de vrijheid zich te ontwikkelen in andere zaken. We zouden ons zelfs schuldig maken aan het in stand houden van armoede door bijvoorbeeld boeren in ontwikkelingslanden geen toegang te geven tot efficiëntere machines en slimmere methodes.

Het is alleen zo jammer dat de efficiëntie is gekaapt door de multinationals. McDonald’s kon veel sneller een broodje hamburger maken dan zijn concurrent. Wat deed het bedrijf met het overschot aan tijd? Meer produceren. Werknemers werden machines, er werd niet geïnvesteerd in menselijk kapitaal. Het systeem had er baat bij als er meer geconsumeerd werd. Fundamentele principes van een leefbare maatschappij zoals geluk en gemeenschapsgevoel werden ondergeschikt. Het gaat om winst op korte termijn, en een leefbare toekomst voor onze achterkleinkinderen is daarbij van ondergeschikt belang. Zo lijkt het tot op de dag van vandaag onmogelijk de menselijke maat te verenigen met massaproductie zonder afbreuk te doen aan betrouwbaarheid.

Ik sta nog steeds in de rij, achter de jongen in pak. Ik twijfel. Om te blijven leven volgens de huidige standaard is het onmogelijk afstand te doen van grote bedrijven en instellingen. Zelfs mijn aubergine en pizzameel zijn immers afkomstig van grote bedrijven. Maar wat wil de trend van de zonnepanelen en moestuinen dan zeggen? Vermoedelijk is het geen nostalgie naar het boerenleven, maar veeleer een appèl aan ons bewustzijn.

Elk volk krijgt de regering die het verdient. De consument krijgt het product dat hij verdient. Vertrouwt de jongen in pak onverschillig en goedgelovig op de goede inborst van een groot bedrijf? Dan krijgt hij een pak cornflakes, wie weet met extra ijzerdeeltjes, en dan lacht de pizzabakker op de doos als een boer met kiespijn, omdat hij ook maar een acteur is.