Hij gaat sparren met de koning

Olger van Dijk geldt als loyaal en degelijk, een „tikje conservatieve jongen”. Hij is zojuist begonnen als adviseur van het koninklijk paar.

Olger van Dijk stond nooit vooraan bij het koekhappen. Hij kan met passie praten over zijn politieke idealen, over de woningmarkt of het onderwijs. Maar het koningshuis? „Daar had ik hem eigenlijk nog nooit over gehoord”, zegt zijn vader Okko van Dijk. Tot hij een paar maanden geleden werd gescout om de persoonlijk adviseur van koning Willem-Alexander en koningin Máxima te worden. Deze week begon Olger van Dijk (34) aan die baan.

Natuurlijk, hij is wel voorstander van de monarchie, zeggen mensen die hem goed kennen. Dat hoort nu eenmaal bij het christelijke gezin uit Putten waarin hij als jongste van drie kinderen opgroeide. En het CDA waarbinnen hij volwassen werd. „Een degelijke, tikje conservatieve jongen”, noemt Tweede Kamerlid Eddy van Hijum hem.

Van Dijk zat in het bestuur van de jongerenclub CDJA, werkte voor de fractie in de Tweede Kamer en, na een uitstapje naar het Inter Provinciaal Overleg, als politiek assistent van Liesbeth Spies. Spies haalde hem terug naar Den Haag toen zij eind 2011 minister van Binnenlandse Zaken werd. „Hij is een zeer loyale en kundige assistent, ideaal voor het koninklijk paar om mee te sparren. Hij praat je niet naar de mond, maar behoedt je voor valkuilen. Hij wist vaak precies wie ik moest bellen om problemen voor te zijn.”

Ook Spies wist niet van „een diepe liefde voor het koningshuis”. „Hij staat er 100 procent achter, maar is niet dweperig. Hij is ook niet naar deze baan op zoek gegaan, maar benaderd om te solliciteren.”

Lang ambieerde Van Dijk een carrière als politicus. Als student civiele techniek en bestuurskunde zag hij die al voor zich. Een paar keer stond hij op de lijst voor het CDA. In 2006 kwam hij dichtbij toen Kamerleden van zijn partij doorschoven naar het kabinet, maar hij stond op plek 56 te laag voor een zetel.

Toen het kabinet-Rutte I vorig jaar viel, moest hij opnieuw bedenken wat hij wilde, en wat zijn kansen waren. „We hebben er indringend over gesproken”, zegt Liesbeth Spies. „Hij had zich ermee verzoend dat hij geen Kamerlid werd en beschouwde dat traject als afgesloten.” Zij ging weg, maar hij bleef op het ministerie van Binnenlandse Zaken werken, als beleidsadviseur woningmarkt.

Volgens Eddy van Hijum, het Kamerlid dat hem in 2003 als fractiemedewerker in dienst nam, heeft hij „de drive om zelf op de zeepkist te staan”. „Maar hij heeft gaandeweg geleerd dat hij op de achtergrond, op het strategische niveau, een hele belangrijke rol kan spelen.” Van Hijum noemt Van Dijk zijn aanstelling bij het Koninklijk Huis „een voltreffer”. „Olger kan heel goed waarnemen: duiden wat er gebeurt en waarom het gebeurt. Ik denk dat hij voor de nieuwe koning een antenne wordt voor wat er speelt in de samenleving.”

Analytisch, loyaal, sociaal en degelijk zijn kwalificaties die steeds vallen in gesprekken over Olger van Dijk. Betweterig, eigenwijs en „het slimste jongetje van de klas” soms ook. „Mijn overtuigingskracht kan doorslaan in arrogantie”, zei Van Dijk in een interview met Intermediair tijdens de campagne van 2006. „Zijn snelle denken kan ook lastig zijn”, zegt vader Okko van Dijk. „Hij loopt soms te hard voor zijn omgeving.”

Waar hij zijn omgeving in ieder geval ruimschoots in overklast, is schaken. In zijn ouderlijk huis staat nog een kast vol trofeeën. „Bijna elk weekend kwam hij thuis met een beker onder zijn snelbinders als hij weer een toernooi had gewonnen”, zegt zijn vader.

Joanneke van den Nieuwboer, die negen jaar geleden met Van Dijk in het bestuur van de CDJA zat, ziet een analogie tussen het schaken en zijn professionele kracht. „Olger heeft niet alleen een mening ergens over, hij overziet het hele speelveld. Hij denkt altijd een paar zetten vooruit over de consequenties van zijn handelen.”