Het leger grijpt de macht, en Kairo juicht

Egypte heeft voor de tweede keer in 2,5 half jaar tijd een president verjaagd Het enige verschil is dat hij deze keer democratisch verkozen was Het leger heeft een sterke positie in het land

Correspondent Egypte

Bij het Qubba-paleis in de gelijknamige wijk van Kairo is het feest. Een uitbundige menigte viert het feit dat de pantservoertuigen van het Egyptische leger zojuist hun kazernes hebben verlaten. Kort daarna volgt de officiële mededeling: president Morsi is afgezet door het leger.

Dat heet een militaire coup, zo zei Gehad El-Haddad, de woordvoerder van de Moslimbroederschap, gisteren tegen iedereen die het wilde horen. Niemand betwist dat, maar de Egyptenaren die gisteren het leger bejubelden hebben het liever over een „volkscoup”.

Kort na negen uur gisteravond kwam de mededeling van het leger waarop Egypte de hele dag ademloos had zitten wachten. Legerbevelhebber Abdul-Fatah El-Sisi begon met te zeggen dat het leger zich niet wil bemoeien met de politiek, „maar dat de strijdkrachten niet doof konden blijven voor de eisen van het Egyptische volk”.

De 58-jarige El-Sisi wordt geen president – die rol wordt ad interim waargenomen door Adly Mansour, de voorzitter van het constitutioneel hof. Mansour werd, toevallig of niet, pas zondag aangesteld. Aan hem is het om nieuwe presidentsverkiezingen uit te schrijven.

In de tussentijd komt er een nieuwe regering van technocraten. De controversiële grondwet, die door de fundamentalistische meerderheid werd opgesteld, wordt opgeheven en herbekeken.

„President Morsi heeft niet naar het volk willen luisteren; het leger heeft dat wel gedaan”, zegt een vader die met zijn gezin naar het Qubba-paleis is gekomen. De mensen hier zijn niet de hogere of middenklasse die bij het Ittihadiya-paleis zo sterk vertegenwoordigd waren, en die de Moslimbroederschap nooit hebben gelust. Dit zijn gewone Egyptenaren, moslims en christenen, die zich niet druk maken over wat dit betekent voor het democratisch experiment in Egypte. De vader zegt dat hij hoopt dat er met het buiten spel zetten van Morsi nu eindelijk ‘stabiliteit’ gaat komen.

Dat is niet heel waarschijnlijk: een Moslimbroederschap dat beroofd is van zijn democratische verkiezingsoverwinning zal de komende tijd nog voor veel problemen zorgen. Maar het is wel tekenend voor de verschuiving die zich bijna onopgemerkt heeft voorgedaan in Egypte de voorbije maanden.

De stabiliteitsfactor – het idee dat de zwijgende meerderheid altijd tegen bruuske verandering is – speelde niet meer in het voordeel van president Morsi en de Moslimbroederschap. Anders dan tijdens de 18 dagen in 2011 is het de zwijgende meerderheid die sinds zondag op straat komt.

Pantservoertuigen

Morsi’s lot lijkt gisteravond rond 19.00 uur bezegeld wanneer de eerste pantservoertuigen richting de Raba’a al-Adawiya-moskee trekken. Een harde kern van Morsi-aanhangers houdt zich daar al tien dagen op. Op datzelfde moment, zo schrijft de regeringskrant Al-Ahram, heeft het leger Morsi meegedeeld dat hij geen president meer was.

Een deel van de mensen die zich ophouden bij de legerpositie bij Raba’a al-Adawiya is bijzonder geagiteerd en niet blij met buitenlandse journalisten. De woede richt zich tegen de VS. Obama wordt gezien als bondgenoot van de Moslimbroederschap, omdat hij tot het laatste moment aan de legitimiteit van de president heeft vastgehouden. „Ik ben tegenwoordig fan van Poetin”, zegt Mohammed Abdel-Fattah, een 27-jarige ingenieur die in de buurt woont.

Hier rond de Raba’a al-Adawiya-moskee tekent zich de volgende crisis af. De voorbije dagen is de Morsi-aanhangers hier ingeprent dat zij zich moeten voorbereiden op het martelaarschap ter verdediging van de legitimiteit van hun president.

Gisteren riepen ze om „de val van het militaire regime”, een kreet die in 2011 en 2012 op het Tahrirplein te horen was. Toen deden de Moslimbroeders niet mee aan het protest tegen het leger en zijn wanpraktijken. Nu roepen de fundamentalisten op hun beurt dat „zij nooit zullen vertrekken”.

Veel zal nu afhangen van hoe het leger omspringt met de Moslimbroeders en hun bondgenoten. De eerste tekenen zijn niet goed. De tv-zender van de Moslimbroederschap en salafistische zenders gingen meteen uit de lucht. Naar verluidt is het personeel gearresteerd. Leiders van de Moslimbroederschap zijn op de vlucht.

Een voorproefje van wat Egypte nu mogelijk te wachten staat, was gisteren te zien bij de Cairo University in Giza, waar in de nacht van dinsdag op woensdag zestien doden vielen bij clashes met Morsi-aanhangers.

„Hier zijn drie doden gevallen. Twee van hen waren vrienden van mij”, zegt Ahmed Abdelaziz, een buurtbewoner. Hij wijst naar de daken van waarop de fundamentalisten naar zijn zeggen „op iedereen schoten die geen baard had”. Op de stoep liggen nog twee doodgeschoten honden.

„Wie zijn die mensen die ‘Allahu Akhbar’ roepen en op andere moslims en Egyptenaren schieten? Wij hebben geen wapens. Wij hebben het leger nodig om ons nu tegen hen te beschermen”, zegt Abdelaziz.

Terwijl veel mensen gisteravond juichten, maakten anderen zich zorgen over een nieuwe onzekere periode met het leger, dat een jaar lang bijna onzichtbaar was gebleven, opnieuw op de eerste rij. De vorige keer ging dat niet zo goed.

En de Moslimbroeders? Die bereiden zich voor op een terugkeer naar een situatie die ze in hun 80-jarige bestaan goed hebben leren kennen: die van de underdog, maar ditmaal een hele boze.