Het leger denkt allereerst aan zijn economische belangen

Het Egyptische leger, sinds 1952 verbonden met de macht, heeft zich altijd schuldig gemaakt aan onderdrukking en geweld. Toch juicht het volk het leger weer toe.

Tegenstanders van de afgezette president Morsi met een foto van legerbevelhebber Sisi, gisteravond in Kairo. Foto Reuters

Een jaar geleden, voor de machtsoverdracht aan president Morsi, sloot het Egyptische leger een deal met de Moslimbroederschap. Er zou geen burgerlijk toezicht komen op de defensiebegroting en de enorme economische belangen van het leger zouden onaangetast blijven. Naar schatting 15 tot 40 procent van de Egyptische economie is in handen van militairen; ze zijn eigenaar van 90 procent van de grond. Ze zijn met name actief in de bouw, in hotels en de watersector.

Ook de laatste tijd nog beloofde het Egyptische leger herhaaldelijk om afstand te houden tot de groeiende politieke problemen – als Egypte inderdaad zal democratiseren, komen grote belangen van het leger in het geding. Bovendien is legerleider generaal Abdel Fattah al-Sisi een zeer gelovige man – zijn vrouw draagt een gezichtssluier – en hij is benoemd door Morsi. Maar de omvang van het protest en een aangekondigde campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid die het land zou verlammen, hebben de generaals uiteindelijk bewogen in te grijpen.

Een groot verschil met 2011 is dat het leger nu niet zelf zal regeren. Generaal Sisi heeft gezworen dat het leger zich niet zal bemoeien met regering of politiek. Oppositieactivisten zeggen alleen maar te kunnen hopen dat het leger zich aan deze belofte houdt.

De Egyptische strijdkrachten zijn met het bewind verbonden geweest sinds de Vrije Officieren in 1952 een staatsgreep pleegden onder leiding van kolonel Gamal Abdel Nasser. Ook luchtmaarschalk Hosni Mubarak, president tot hij in februari 2011 werd afgezet, onderhield nauwe banden met de strijdkrachten. Daarom is het opmerkelijk dat de bevolking telkens weer het leger als redder ziet. In 2011 was de ‘revolutie’ eerder een militaire staatsgreep: het waren zijn collega-officieren die Mubarak wipten en die vervolgens als Opperste Militaire Raad anderhalf jaar verder regeerden. Nu wordt het leger opnieuw als redder in de nood gezien.

Toch was het leger zowel in de periode 1952 tot 2011 als na de val van Mubarak verantwoordelijk voor zware repressie. Vóór 2011 werden duizenden Egyptenaren door militaire rechtbanken tijdens oneerlijke processen tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. In de gevangenissen was foltering standaardpraktijk. Na 2011 gingen de militaire processen en folteringen door. Op straat ging het leger zwaar tekeer, zoals bij het bloedbad van Maspero in oktober 2011, toen 28 demonstranten werden doodgeschoten of met opzet met pantservoertuigen werden overreden. In juli 2011 protesteerden zeker honderdduizend mensen tegen het militaire bewind.

De Moslimbroederschap maakte geen aanstalten militairen te vervolgen voor bloedbaden of voor de gedwongen maagdelijkheidstesten voor vrouwelijke betogers die neerkwamen op verkrachting.

Misschien is een verklaring voor de populariteit van het leger dat in een moeilijke periode tenminste één nationale institutie werkt, zeggen Egyptische critici van de strijdkrachten.

Nationale trots op de strijdkrachten wordt er bovendien bij alle burgers ingehamerd. De brede instemming van Egyptenaren met de legercoup onderstreept hoe dan ook dat de burgers genoeg hebben van Morsi’s bewind.